Leefmilieu Brussel - BIM (Brussels Instituut voor Milieubeheer)

Lijst van de ingedeelde inrichtingen


  • De ordonnantie van 22 april 1999 tot vaststelling van de lijst der ingedeelde inrichtingen van klasse 1A (Staatsblad van 05/08/99);
  • Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de lijst der ingedeelde inrichtingen van klasse 1B, 2 en 3 (Staatsblad van 07/08/99);
  • Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 mei 1999 tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (Staatsblad van 18/08/99);
  • Andere besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering die verschillende rubrieken wijzigen of er nieuwe toevoegen;
  • Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten van 17 december 2009 (Staatsblad van 08/01/2010).

Voor elke omschrijving die op een (*) eindigt, kijk onderaan de pagina om de bijkomende informatie voor deze rubriek te consulteren.

Version française

Tweetalige versie




Datum van update: 30/10/2020 05:04 (329 resultaten)




 
Rub.BenamingKlasseSleutelwoordenDBMH
(1)
Vermoedelijke
risico
activiteit
   1Slachthuizen1BSlachthuis, slachthuizen, vlees  
   3Stationaire batterijen van accumulatoren en UPS-eenheden (Uninterruptible Power Supply) verbonden met eenzelfde circuit en waarvan het product van het vermogen, uitgedrukt in Ah, en de spanning van de klemmen, uitgedrukt in V, hoger is dan 10.0003Elektrische accumulatoren, UPS, servers  
   7Opslagplaatsen voor asbest in de vorm van vrij mineraal1BAsbest  
  10‑ADe kweek, de opvang, het hoeden of het houden van dieren met uitzondering van de vogels die zijn opgenomen in rubriek 115, de bijenkorven waarvan sprake is in rubriek 133 en de vissen:
a) van 6 tot en met 30 kleine dieren (honden, katten, konijnen, chinchilla's, hangbuikzwijnen, nertsen, schapen, geiten en dwerggeiten, slangen, …) of 1 groot dier (paarden, pony's, ezels, koeien, damherten, varkens, zeugen, ...)
3Kweken, winkels, zoo, dierentuinen, opvangcentrum, opvangcentra, maneges, boerderijen, dierenzaken, dierenzaak  
  10‑BDe kweek, de opvang, het hoeden of het houden van dieren met uitzondering van de vogels die zijn opgenomen in rubriek 115, de bijenkorven waarvan sprake is in rubriek 133 en de vissen:
b) van 31 tot en met 300 kleine dieren (honden, katten, konijnen, chinchilla's, hangbuikzwijnen, nertsen, schapen, geiten en dwerggeiten, slangen, …) of van 2 tot en met 30 grote dieren (paarden, pony's, ezels, koeien, damherten, varkens, zeugen, ...)
2Kweken, winkels, zoo, dierentuinen, opvangcentrum, opvangcentra, maneges, boerderijen, dierenzaken, dierenzaak  
  10‑CDe kweek, de opvang, het hoeden of het houden van dieren met uitzondering van de vogels die zijn opgenomen in rubriek 115, de bijenkorven waarvan sprake is in rubriek 133 en de vissen:
c) van meer dan 300 kleine dieren (honden, katten, konijnen, chinchilla's, hangbuikzwijnen, nertsen, schapen, geiten en dwerggeiten, slangen, …)
of van meer dan 30 grote dieren (paarden, pony's, ezels, koeien, damherten, varkens, zeugen, ...) maar minder dan 900 zeugen of minder dan 3.000 opfokvarkens van meer dan 30 kg
1BKweken, winkels, zoo, dierentuinen, opvangcentrum, opvangcentra, maneges, boerderijen, dierenzaken, dierenzaak  
  12‑AInrichtingen voor het wassen van motorvoertuigen (met uitzondering van boten) of van hun aanhangwagens:
- manueel wassen (met inbegrip van het manueel wassen met behulp van een hogedrukreiniger en het droog wassen) met uitzondering van zelf-bedieningsinrichtingen (*)
2Automobielen, carwash, voertuigen  
  12‑BInrichtingen voor het wassen van motorvoertuigen (met uitzondering van boten) of van hun aanhangwagens:
- manueel wassen in het kader van zelfbediening, automatisch of mechanisch wassen, het weghalen van de beschermingslaag (ontparaffineren, ontwaxen) (*)
1BAutomobielen, carwash, voertuigen  
  13‑AWerkplaatsen voor het plaatsen van mechanische, elektrische of elektronische hulpstukken (open daken, alarmsystemen, airconditioning, hifi, ...) op motorvoertuigen;
Werkplaatsen voor het onderhoud (olieverversing, afstellen van de motor, afstellen van de stuurgeometrie, vervangen van banden, schokdempers, ruiten, ...), voor het testen en het herstellen van motorvoertuigen (met uitzondering van lakwerk);
met een drijfkracht:
a) kleiner dan of gelijk aan 20 kW (*)
2Automobielen, herstellingen, reparaties, voertuigen, carrosserie, garage 
x
  13‑BWerkplaatsen voor het plaatsen van mechanische, elektrische of elektronische hulpstukken (open daken, alarmsystemen, airconditioning, hifi, ...) op motorvoertruigen;
Werkplaatsen voor het onderhoud (olieverversing, afstellen van de motor, afstellen van de stuurgeometrie, vervangen van banden, schokdempers, ruiten, ...), voor het testen en het herstellen van motorvoertuigen (met uitzondering van lakwerk);
met een drijfkracht:
b) groter dan 20 kW (*)
1BAutomobielen, herstellingen, reparaties, voertuigen, carrosserie, garage
x
x
  14‑AZwembaden en andere baden (met uitzondering van zwembaden en baden uitsluitend voor privégebruik) met een kuipoppervlakte van minder dan of gelijk aan 200 m² (*)2Zwembaden, thermen, jacuzzi  
  14‑BZwembaden met een kuipoppervlakte van meer dan 200 m² (*)1BZwembaden  
  15Beton-, mortel-, of pleistercentrales1BBeton  
  16‑AFabrieken van blokken, tegels, platen, buizen, bakstenen, enz., uit beton of cement
Inrichtingen voor het fabriceren van keramische producten door middel van verhitting, met name dakpannen, bakstenen (gewone of vuurvaste), tegels, aardewerk of porselein
en met een drijfkracht tussen 2 tot en met 20 kW
2Productie, vloer  
  16‑BFabrieken van blokken, tegels, platen, buizen, bakstenen, enz., uit beton of cement
Inrichtingen voor het fabriceren van keramische producten door middel van verhitting, met name dakpannen, bakstenen (gewone of vuurvaste), tegels, aardewerk of porselein
en met een drijfkracht groter dan 20 kW
1BProductie, vloer  
  17‑AOpslagplaatsen voor bitumen, pek, teer, asfalt met een totale capaciteit op de site van 5 tot en met 50 ton2Roofing
x
x
  17‑BOpslagplaatsen voor bitumen, pek, teer, asfalt met een totale capaciteit op de site van meer dan 50 ton1BRoofing
x
x
  18‑AWerkplaatsen voor houtbewerking en voor de fabricage van artikelen uit hout of gerestaureerd hout, met een drijfkracht van 2 tot en met 20 kW (*)2Schrijnwerkerij, zagerij, timmerwerk  
  18‑BWerkplaatsen voor houtbewerking en voor de fabricage van artikelen uit hout of gerestaureerd hout, met een drijfkracht groter dan 20 kW (*)1BSchrijnwerkerij, zagerij, timmerwerk
x
 
  19‑AOpslagplaatsen voor artikelen in hout, gezaagd hout of stukken hout (behalve de meubelzaken) met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte van meer dan 100 m² tot en met 2.000 m²2Hout
x
 
  19‑BOpslagplaatsen voor artikelen in hout, gezaagd hout of stukken hout (behalve de meubelzaken) met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte van meer dan 2.000 m²1BHout
x
 
  20‑AKuipen voor het afbijten van meubelen of voorwerpen uit hout met een totale inhoud van minder dan 200 liter2Hout  
  20‑BKuipen voor het afbijten van meubelen of voorwerpen uit hout met een totale inhoud groter dan of gelijk aan 200 liter
Drenking van hout en van hout afgeleide producten
1BBehandeling, impregneren, onderdompeling, decaperen 
x
  21‑AWerkplaatsen voor de bereiding en de conditionering van dranken, bierbrouwerijen, mouterijen, stokerijen en werkplaatsen waar bijbehorende activiteiten plaatsvinden met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW2Dranken, bierbrouwerijen, frisdranken, alcohol, bieren, wijnen  
  21‑BWerkplaatsen voor de bereiding en de conditionering van dranken, bierbrouwerijen, mouterijen, stokerijen en werkplaatsen waar bijbehorende activiteiten plaatsvinden met een drijfkracht groter dan 20 kW1BDranken, bierbrouwerijen, frisdranken, alcohol, bieren, wijnen
x
 
  22‑1Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m²1CSlib, uitgegraven grond 
x
  22‑2Opslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m²1BSlib, uitgegraven grond 
x
  22‑3AVerwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond tot en met 1000 t/jaar2Slib, uitgegraven grond 
x
  22‑3BVerwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond van meer dan 1000 t/jaar1BSlib, uitgegraven grond 
x
  23‑AWerkplaatsen voor brood-, banket- en koekjesbakkerijen, met een drijfkracht tussen 2 tot en met 20 kW2Bakkerijen, patisserie, voeding, taarten, brood  
  23‑BWerkplaatsen voor brood-, banket- en koekjesbakkerijen, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BBakkerijen, patisserie, voeding, taarten, brood
x
 
  25‑AWasserijen, zelfwasserijen waarvan het totale elektrische vermogen tussen 10 en 100 kW bedraagt

Manuele ontvlekking met oplosmiddelen (*)
2Wasserijen, wasserettes, wasgoed, wassalon, reiniging, wassen  
  25‑BWasserijen, zelfwasserijen waarvan het totale elektrische vermogen meer dan 100 kW bedraagt (*)1BWasserijen, wasserettes, wasgoed, wassalon, reiniging, wassen
x
 
  26‑AGroeven (voor zand, klei, turf) en dagbouwmijnen met een terreinoppervlakte kleiner dan of gelijk aan 25 ha1BGroeven, mijnen  
  27‑1AWerven voor het saneren van asbesthoudende gebouwen of kunstwerken met inbegrip van de aanhorige inrichtingen (uitgezonderd inrichtingen die asbestafval thermisch of chemisch behandelen)
- werven voor de inkapseling van 20 tot 120 m² materiaal in broos asbest in goede staat (met uitzondering van spuitasbest);
- werven voor de zuivere demontage van 120 m² of meer materiaal in niet-broos asbest in goede staat (met uitzondering van materiaal van het Pical-type);
- werven voor de verwijdering van 120 m² of meer asbesthoudende vinyltegels;
- werven voor de verwijdering van 5 tot 20 m warmte-isolerend asbesthoudend materiaal in goede staat rond buizen, met de couveusezakmethode;
- werven voor de verwijdering van 5 tot 20 m asbesthoudend touw in goede staat, met de couveusezakmethode of elke andere techniek die het mogelijk maakt het risico dat asbestvezels vrijkomen zoveel mogelijk te beperken (impregnatie, afzuiging, enz.);
- werven voor de verwijdering van 20 m² of meer van elke toepassing in goede staat, van het Pical-type (of in broos asbest), waarbij het broos materiaal wordt ingekapseld of waarvan de asbesthoudende oppervlakten in goede staat zijn en voorafgaand aan de demontage volledig kunnen worden bedekt met een hermetische verpakking, zonder dat hierbij asbestvezels vrijkomen;
1CAsbest  
  27‑1BWerven voor het saneren van asbesthoudende gebouwen of kunstwerken met inbegrip van de aanhorige inrichtingen (uitgezonderd inrichtingen die asbestafval thermisch of chemisch behandelen):
- werven voor de inkapseling van meer dan 120 m² materiaal in broos asbest in goede staat;
- werven voor de inkapseling van materiaal in niet-broos asbest in slechte staat;
- werven voor de verwijdering van materiaal in niet-broos asbest in slechte staat of dat niet kan onderworpen worden aan zuivere demontage;
- werven voor de verwijdering van toepassingen van het Pical-type die niet beantwoorden aan de onder 27 1 °A opgenomen kenmerken;
- werven voor de verwijdering van asbesthoudende lijm, met uitzondering van de manuele verwijdering van minder dan 20 m² asbesthoudende lijm;
- andere werven voor de verwijdering of de inkapseling van asbest met uitzondering van:
- de inkapseling van materialen in niet-broos asbest in goede staat;
- de verwijdering van asbesthoudende afdichtingen, brandwerende panelen, mastiek en remelementen;
- de inkapseling van minder dan 20 m² materiaal in broos asbest in goede staat (met uitzondering van spuitasbest);
- de zuivere demontage van minder dan 120 m² materialen in niet-broos asbest in goede staat (met uitzondering van materialen van het Pical-type);
- de verwijdering met de couveusezakmethode van minder dan 5 m asbesthoudend warmte-isolerend materiaal in goede staat rond buizen;
- de verwijdering met de couveusezakmethode of elke andere techniek waardoor het risico dat asbestvezels vrijkomen zoveel mogelijk kan worden beperkt (impregnatie, afzuiging enz.), van minder dan 5 m asbesthoudend touw;
- de verwijdering van minder dan 20 m² van elke toepassing in goede staat van het Pical-type (of in broos asbest) waarbij het asbesthoudend materiaal wordt ingekapseld en waarbij de asbesthoudende oppervlakten in goede staat zijn en volledig kunnen worden bedekt met een hermetische verpakking voor de demontage ervan, zonder dat hierbij asbestvezels vrijkomen;
- de inkapseling van asbesthoudende lijm en/of asbesthoudende vinyltegels;
- de verwijdering van minder dan 120 m² asbesthoudende vinyltegels
1BAsbest  
  27‑2AWerven voor het saneren van een plaats waar afbraakmateriaal dat asbest bevat, aanwezig is :
- werven die bestaan uit het manueel scheiden van asbestcement van het besmette puin;
1CAsbest  
  27‑2BWerven voor het saneren van een plaats waar afbraakmateriaal dat asbest bevat, aanwezig is:
- werven die bestaan uit het verzamelen zonder sorteren van het besmette puin.
1BAsbest  
  27‑3Werven voor het ontstoffen van een oppervlakte van meer dan 20 m², die zich bevindt in een overdekte plaats en die gecontamineerd is met stof dat asbestvezels bevat.1BAsbest  
  28‑1Werf voor:
- de bouw, de verbouwing of de afbraak van gebouwen buiten het openbare wegennet of kunstwerken waarbij installaties worden gebruikt met een totale drijfkracht van meer dan 50 kW;
- de verbouwing of afbraak met een bruto oppervlakte van meer dan 500 m² van een gebouw, een kunstwerk of een leiding waarvan de bouwvergunning is afgeleverd voor 1 oktober 1998;
met inbegrip van de inrichtingen begrepen in andere rubrieken met uitzondering van :
- de in-situ afvalverwijderingsinrichting,
- de opslagplaats voor springstoffen,
- saneringswerven
- boringen en grondwaterwinningen
3Werven  
  28‑2Rioolrenovatiewerven met kousmethode waarbij gebruik gemaakt wordt van polymeer (met uitzondering van herstellen van aftakleidingen)3Polystyreen, riolering  
  29Bodemsaneringswerven of werven voor het nemen van vrijwaringsmaatregelen met inbegrip van de ingedeelde inrichtingen die voor het saneren nodig zijn (maar met uitzondering van fysico-chemische behandeling van afvalstoffen)1BWerven  
  30‑AWerkplaatsen voor de fabricage, de herstelling en het onderhoud van schoeisel en pantoffels of delen daarvan, met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW2Schoenen, schoenmakers, leer  
  30‑BWerkplaatsen voor de fabricage, de herstelling en het onderhoud van schoeisel en pantoffels of delen daarvan, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BSchoenen, schoenmakers, leer  
  31Productie van cement en kalk (kalk-, cementovens). Productie van magnesiumoxide in ovens1BKalk, cement
x
 
  32Overdekte omlopen, overdekte race- of trainingsbanen voor voertuigen met ontploffingsmotoren met inbegrip van kartings, met uitsluiting van omlopen die in hun geheel op verkeerswegen liggen1BOmlopen, kartings, race-circuits, auto, wagens
x
 
  33Inrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanks die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap H)1BTanken, citernes 
x
  34‑ACokesfabrieken, industriële inrichtingen voor het chemisch omzetten van vaste, niet in rubriek 39 bedoelde brandstoffen, tot en met 500 ton/dag1BCokesfabrieken, steenkool
x
x
  37‑AInrichtingen voor de verwerking en mechanische omzetting van vaste brandstoffen, met een drijfkracht tussen 2 tot en met 20 kW2Steenkool, cokes
x
x
  37‑B- Inrichtingen voor de verwerking en mechanische omzetting van vaste brandstoffen, met een drijfkracht groter dan 20 kW
- Industrieel briketteren van steenkool en bruinkool
1BSteenkool, cokes
x
x
  38‑AOpslagplaatsen voor vaste brandstoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte tussen 100 tot en met 2.000 m²2Steenkool, cokes, steenkool, bruinkool, houtpellets
x
 
  38‑BOpslagplaatsen voor vaste brandstoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte: groter dan 2.000 m²1BSteenkool, cokes, steenkool, bruinkool, houtpellets
x
x
  39‑AIndustriële inrichtingen voor het vergassen en vloeibaar maken van alle koolstofhoudende producten tot 500 t/dag1BVaste brandstoffen
x
x
  40‑AVerbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair water zijn bestemd, en wanneer de som van de vermogens per verwarmingslokaal lager is dan 1 MW.
Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
3Verbranding, verwarmingsinstallaties, verwarmingsketels, gas, mazout, stookolie, steenkool, hout, stoom, generatoren, thermoblok, aerothermen, heteluchtverwarmers, WKK, cogeneratie, ovens  
  40‑BVerbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair warm water zijn bestemd, en wanneer de som van de vermogens per verwarmingslokaal gelijk of hoger is dan 1 MW.
Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
2Verbranding, verwarmingsinstallaties, verwarmingsketels, gas, mazout, stookolie, steenkool, hout, stoom, generatoren, thermoblok, aerothermen, heteluchtverwarmers, WKK, cogeneratie, ovens
x
 
  40‑CVerbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze niet voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair warm water zijn bestemd.
Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
2Verbranding, verwarmingsinstallaties, verwarmingsketels, gas, mazout, stookolie, steenkool, hout, stoom, generatoren, thermoblok, aerothermen, heteluchtverwarmers, WKK, cogeneratie, ovens
x
 
  40‑DVerbrandingsinrichtingen, motoren met inwendige verbranding, turboreactoren en gasturbines met een nominaal ingangsvermogen op de site van 20 MW tot en met 300 MW1BVerbranding (inrichtingen)
x
 
  41‑1AComposteercentra met een capaciteit van 10 tot en met 1000 t/jaar2Composteren  
  41‑1BComposteercentra met een capaciteit van meer dan 1000 t/jaar1BComposteren
x
 
  41‑2Biomethaniseercentra1BVergisten, vergisters, anaerobe fermentatie, biomethaniseren, biomethanisatie, biogas, biomethaan
x
x
  42Crematoria, inrichtingen waar lijken worden verbrand1BOven, verbrandingsinstallaties  
  44‑AInrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit tot en met 10t/jaar3Afvalpark, containerpark, sorteercentrum  
  44‑BInrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 10 tot en met 1000 t/jaar2Afvalpark, containerpark, sorteercentrum
x
 
  44‑CInrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar1BAfvalpark, containerpark, sorteercentrum
x
 
  45‑1AOpslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van 1 tot en met 5 m²2Gevaarlijke afvalstoffen  
  45‑1BOpslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 5 m²1BGevaarlijke afvalstoffen
x
x
  45‑2AOpslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21°C met een capaciteit van 50 tot en met 500 l2Vloeistoffen, ontvlambare / ontvlambaar
x
 
  45‑2BOpslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21°C met een capaciteit van meer dan 500 l1BVloeistoffen, ontvlambare / ontvlambaar
x
x
  45‑3AOpslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit van 100 tot en met 5.000 l2Vloeistoffen, afvalolie
x
x
  45‑3BOpslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit van meer dan 5.000 l1BVloeistoffen, afvalolie
x
x
  45‑4AOpslagplaatsen voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van 5 tot en met 25 m²3AEEA  
  45‑4BOpslagplaatsen voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 25 m²1BAEEA  
  46Inrichtingen of uitrusting voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen1BGevaarlijke afvalstoffen
x
x
  47‑AOpslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van 100 tot en met 2.000 m²2Niet gevaarlijke afvalstoffen, papier, karton, PMD, glas, metaal
x
 
  47‑BOpslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 2.000 m²1BNiet gevaarlijke afvalstoffen, papier, karton, PMD, glas, metaal
x
x
  48‑AInrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht van 2 tot en met 20 kW2Pers, breker, vermaler  
  48‑BInrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht van meer dan 20 kW1BPers, breker, vermaler
x
 
  49‑AInrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen met een capaciteit van 0 tot en met 100 t/jaar2Niet gevaarlijke  
  49‑BInrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen met een capaciteit van meer dan 100 t/jaar1BNiet gevaarlijke
x
 
  50Verbrandingsinrichting van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag1BVerbrandingsoven, verbrander, verbranding
x
 
  51‑AInzamelinrichtingen van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit tot en met 1000 t/jaar2Afvalstoffen  
  51‑BInzamelinrichtingen van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar1BAfvalstoffen 
x
  52Vaste inrichtingen voor het verwijderen van parasieten en het ontsmetten met behulp van cyanide, cyaanzuur of andere giftige producten1BBehandeling 
x
  53‑AOpslagplaatsen voor stoffen, producten, materiaal dat niet in andere rubrieken is opgenomen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte van 500 tot en met 5.000 m²2Algemene opslagplaats
x
 
  53‑BOpslagplaatsen voor stoffen, producten, materiaal dat niet in andere rubrieken is opgenomen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte groter dan 5.000 m²1BAlgemene opslagplaats
x
 
  54‑AWerkplaatsen voor de aanmaak van stijfsel en stijfselderivaten, zetmeelfabrieken, fabrieken van gist en gistderivaten, en werkplaatsen voor de bereiding van andere voedingsstoffen van plantaardige oorsprong, met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW2Voedingsderivaten  
  54‑BWerkplaatsen voor de aanmaak van stijfsel en stijfselderivaten, zetmeelfabrieken, fabrieken van gist en gistderivaten, en werkplaatsen voor de bereiding van andere voedingsstoffen van plantaardige oorsprong, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BVoedingsderivaten  
  55‑1AGeneratoren, ontvangers (met uitzondering van zonnecelpanelen) met een nominaal vermogen van 100 tot en met 250 kVA
Opmerking: deze rubriek is niet van toepassing op de generatoren, gekoppeld aan een motor binnen dezelfde uitrusting
3Elektriciteit, sprinkler, pompen  
  55‑1BGeneratoren, ontvangers (met uitzondering van zonnecelpanelen) met een nominaal vermogen groter dan 250 tot en met 1000 kVA
Opmerking: deze rubriek is niet van toepassing op de generatoren, gekoppeld aan een motor binnen dezelfde uitrusting
2Elektriciteit, sprinkler, pompen
x
 
  55‑1CGeneratoren, ontvangers (met uitzondering van zonnecelpanelen) met een nominaal vermogen groter dan 1000 kVA
Opmerking: deze rubriek is niet van toepassing op de generatoren, gekoppeld aan een motor binnen dezelfde uitrusting
1BElektriciteit, sprinklers, pompen
x
 
  55‑2AInrichtingen en windturbineparken voor de winning van windenergie voor de energieproductie van 1 tot en met 250 kW1CWindmolens, elektriciteit  
  55‑2BInrichtingen en windturbineparken voor de winning van windenergie voor de energieproductie groter dan 250 kW1BWindmolens, elektriciteit  
  55‑3Inrichtingen voor de productie van hydro-elektrische energie1BWaterkrachtcentrale, dam  
  56‑AAfvalwaterzuiveringsstations (septische putten, ministation, waterbekkens, zuiveringsstation, ...), systemen voor het verspreiden van afvalwater of effluenten in het milieu (lozing in oppervlakte, draineerbuizen, zinkputten, ...) met een capaciteit kleiner dan 2.000 inwonersequivalenten2Rietvelden, infiltratie, sterfputten 
x
  56‑BAfvalwaterzuiveringsstations (septische putten, ministation, waterbekkens, zuiveringsstation, ...), systemen voor het verspreiden van afvalwater of effluenten in het milieu met een capaciteit van 2.000 tot en met 30.000 inwonersequivalenten1BRietvelden, infiltratie, sterfputten 
x
  57‑AWerkplaatsen voor het conditioneren van kruiden, voor het bereiden van voedingsextracten, met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW2Kruiden  
  57‑BWerkplaatsen voor het conditioneren van kruiden, voor het bereiden van voedingsextracten, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BKruiden  
  58Ondergrondse uitgravingen waarbij door menselijke activiteit stoffen uit de grond worden verwijderd, behalve uitgravingen die voor verbindingswegen bestemd zijn1BUitgravingen  
  59‑AOpslagplaatsen voor feest- en seinvuurwerk van 0,5 tot en met 25 kg pyrotechnische sas. Opslagplaatsen voor springstoffen met een opgeslagen hoeveelheid: van 2 tot en met 50 kg salpeterkruit en rookvrij kruit, van 10 tot en met 500 kg veiligheidslonten voor mijnwerkers, van 10 tot en met 500 kg kruit in veiligheidspatronen voor draagbare wapens, van vijfduizend tot en met tweehonderdduizend Flobertpatronen zonder kruit en slaghoedjes voor veiligheidspatronen voor draagbare wapens2Explosieven, airbags
x
 
  59‑B- Explosievenfabrieken: (inrichtingen voor de productie, de behandeling of de bewerking van alle soorten springstoffen behalve de werkplaatsen bedoeld in rubriek 60) - Opslagplaatsen voor springstoffen met een opgeslagen hoeveelheid hoger dan die welke sub a) staat vermeld1BExplosieven, airbags
x
x
  60Werkplaatsen voor het laden van jachtpatronen bij wapenhandelaars en andere kleinhandelaars2Springstoffen, poeder
x
 
  62‑1ABronbemalingen die worden uitgevoerd in het kader van openbare of private bouwkundige of civieltechnische werken gelegen buiten een Natura 2000 gebied in de zin van de Ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud1CGrondwaterbemaling, boringen, oppompen, put  
  62‑1BBronbemalingen die worden uitgevoerd in het kader van openbare of private bouwkundige of civieltechnische werken gelegen in een Natura 2000 gebied in de zin van de Ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud1DGrondwaterbemaling, boringen, oppompen, put  
  62‑2APompproeven die worden uitgevoerd om de kenmerken van de aangeboorde watervoerende laag te bepalen gelegen buiten een Natura 2000 gebied in de zin van de Ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud1CPompproef, proefpomping, put  
  62‑2BPompproeven die worden uitgevoerd om de kenmerken van de aangeboorde watervoerende laag te bepalen gelegen in een Natura 2000 gebied in de zin van de Ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud
1DPompproef, proefpomping, put  
  62‑3AGrondwaterwinningen andere dan degene die worden vermeld onder 62.1 en 62.2 met een debiet lager dan of gelijk aan 500 m³/jaar1CPermanente, waterput  
  62‑3BGrondwaterwinningen andere dan degene die worden vermeld onder 62.1 en 62.2 met een debiet van meer dan 500 m³/jaar maar lager dan of gelijk aan 30.000 m³/jaar2Permanente, waterput  
  62‑3CGrondwaterwinningen andere dan degene die worden vermeld onder 62.1 en 62.2 met een debiet van meer dan 30.000 m³/jaar maar lager dan 20.000 m³/dag1BPermanente, waterput  
  62‑4AGeothermische installaties: gesloten geothermische systemen (geothermische sondes)1CBoring, geothermie  
  62‑4BGeothermische installaties: open geothermische systemen1BBoring, put, grondwaterwinning, herinjectie  
  62‑5Installaties of systemen voor het kunstmatig aanvullen van watervolumes van minder dan of gelijk aan 20.000 m³/dag1BHerinjectie  
  63Industriële smederijen, draadtrekkerijen, walserijen1BSmidse
x
x
  64‑AElektrische ovens met een nominaal vermogen tussen 20 tot en met 200 kW3Ovens  
  64‑BElektrische ovens met een nominaal vermogen groter dan 200 kW2Ovens  
  65‑AWerkplaatsen voor de bereiding of het inleggen van fruit, gekonfijt fruit, stropen, confituren, geleien, ..., met een drijfkracht: kleiner dan of gelijk aan 20 kW2Conserven, conservering, blik  
  65‑BWerkplaatsen voor de bereiding of het inleggen van fruit, gekonfijt fruit, stropen, confituren, geleien, ..., met een drijfkracht: groter dan 20 kW1BConserven, conservering, blik  
  66‑AOpslagplaatsen voor mest en/of gier van 300 kg tot en met 50 ton2Beer  
  66‑BOpslagplaatsen voor mest en/of gier van meer dan 50 ton1BBeer 
x
  67Rouwkamers waar gebalsemd wordt, funeraria, mortuaria2Funerarium, mortuarium  
  68‑AParkings al dan niet overdekt, gelegen buiten de openbare weg, voor motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, …) of aanhangwagens, van 10 tot en met 50 parkeerplaatsen (*)2Garage
x
 
  68‑BParkings al dan niet overdekt, gelegen buiten de openbare weg, voor motorvoertuigen (motorfietsen, personenauto's, bestelauto's, vrachtauto's, autobussen, …) of aanhangwagens, van 51 tot en met 400 parkeerplaatsen (*)1BGarage
x
 
  70‑AInrichtingen en compressoren voor het vullen van verplaatsbare recipiënten, van welke aard ook, met samengeperst, vloeibaar gemaakt of onder een druk hoger dan 1kg/cm2 opgelost gehouden gas (met uitzondering van luchtcompressoren en inrichtingen voor het vullen van aircosystemen van voertuigen) van 2 tot 20 kW (*)2Gas
x
 
  70‑BInrichtingen en compressoren voor het vullen van verplaatsbare recipiënten, van welke aard ook, met samengeperst, vloeibaar gemaakt of onder een druk hoger dan 1kg/cm2 opgelost gehouden gas (met uitzondering van luchtcompressoren en inrichtingen voor het vullen van aircosystemen van voertuigen) van meer dan 20 kW (*)1BGas
x
 
  71‑ALuchtcompressoren met een vermogen tussen 2 en 10 kW3Gas  
  71‑BLuchtcompressoren met een hoger vermogen dan 10 kW2Gas  
  71‑CGassamenpersingsstations (met uitzondering van luchtcompressoren en inrichtingen opgenomen in rubr 70),
Gasuitzettingsstations (met uitzondering van uitzettingsposten waarvoor het gas niet verwarmd hoeft te worden)
1BGas
x
 
  71‑DIndustriële inrichtingen voor gasscheiding, fysische gasverwerking1BGas
x
 
  72‑1AGashouders, opslagplaatsen voor vaste recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gassen, (met uitzondering van opslagplaatsen voor blusgassen) met een totale capaciteit op de site: van 300 tot 3.000 liter2Gasreservoirs
x
 
  72‑1BGashouders, opslagplaatsen voor vaste recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gassen, (met uitzondering van opslagplaatsen voor blusgassen) met een totale capaciteit op de site van meer dan 3.000 liter tot en met 1.000.000 liter1BGasreservoirs
x
 
  72‑2AGastanks en-of -flessen voor blusgassen verbonden met een automatisch blussysteem met een totale capaciteit op de site: van 300 tot en met 3.000 liter2Blusinstallatie
x
 
  72‑2BGastanks en-of –flessen voor blusgassen verbonden met een automatisch blussysteem met een totale capaciteit op de site: van meer dan 3.000 liter1BBlusinstallatie
x
 
  73‑AVaste inrichtingen voor gasproductie (met uitzondering van cokesfabrieken) met een capaciteit tussen 1 Nm³/u en 1.000 Nm³/u1BVergister, bioreactor, fermentatie
x
 
  74‑1AOpslagplaatsen voor verplaatsbare recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gas (met uitzondering van aerosols) met een totale capaciteit op de site: van 300 tot 3.000 liter2Gasflessen
x
 
  74‑1BOpslagplaatsen voor verplaatsbare recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gas (met uitzondering van aerosols) met een totale capaciteit op de site van meer dan 3.000 liter1BGasflessen
x
 
  74‑2AOpslagplaatsen voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden aersols met een totale capaciteit op de site: van 300 tot en met 3.000 liter2Gasflessen, spuitbus
x
 
  74‑2BOpslagplaatsen voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden aersols met een totale capaciteit op de site van meer dan 3.000 liter1BGasflessen, spuitbus
x
 
  75‑AGelatine-opslagplaatsen, met een totale capaciteit op de site tussen 5 tot en met 50 ton2Gelatine
x
 
  75‑BGelatine-opslagplaatsen, met een totale capaciteit op de site groter dan 50 ton1BGelatine
x
 
  76Werkplaatsen voor de bereiding van gelatine en osseïne1BGelatine
x
 
  77‑AOpslagplaatsen voor vetten, was, oliën of andere gelijkaardige dierlijke stoffen met een totale capaciteit op de site van 5 tot en met 50 ton2Vetten
x
 
  77‑BOpslagplaatsen voor vetten, was, oliën of andere gelijkaardige dierlijke stoffen met een totale capaciteit op de site van meer dan 50 ton1BVetten
x
 
  78‑AArtisanale zeepziederijen met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW2Zeepfabrieken
x
 
  78‑BVervaardiging van dierlijke en plantaardige oliën en vetten, zeepziederijen met een drijfkracht groter dan 20 kW1BZeepfabrieken
x
x
  79Ziekenhuizen, klinieken en andere inrichtingen waar zieken ondergebracht en verzorgd worden1BHospitaal, hospitalen, home, rusthuis, rust- en verzorgingstehuis
x
 
  82‑ADrukkerijen en alle soorten drukwerk op papier, stof, metaal, synthetisch materiaal, met een drijfkracht tussen 2 tot en met 20 kW
Fotokopiewerkplaatsen met meer dan 5 toestellen
2Grafische industrie, zeefdruk, fotokopieermachine, fotokopieerapparaat  
  82‑BDrukkerijen en alle soorten drukwerk op papier, stof, metaal, synthetisch materiaal, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BGrafische industrie, zeefdruk
x
x
  83‑AWerkplaatsen waar de voorbereidings- en afwerkingswerkzaamheden voor de grafische industrie plaatsvinden (lakken, op film zetten, plooien, inbinden, innaaien...), met uitzondering van laboratoria, met een totale drijfkracht tussen 2 en 20 kW2Drukkerijen  
  83‑BWerkplaatsen waar de voorbereidings- en afwerkingswerkzaamheden voor de grafische industrie plaatsvinden (lakken, op film zetten, plooien, inbinden, innaaien...), met uitzondering van laboratoria, met een totale drijfkracht groter dan 20 kW1BDrukkerijen  
  85‑AInrichtingen (laboratoria of productie-eenheden) die biologisch of scheikundig werk van welke aard ook uitvoeren, in het bijzonder onderzoeken, experimenten, analyses, toepassingen of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole van producten voor didactische of diagnostische doeleinden, en die niet genoemd worden in de van toepassing zijnde wetgeving inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen en/of pathogene organismen2Laboratorium
x
 
  85‑BInrichtingen (laboratoria of productie-eenheden) die biologisch of scheikundig werk van welke aard ook uitvoeren, in het bijzonder onderzoeken, experimenten, analyses, toepassingen of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole van producten voor didactische of diagnostische doeleinden, en die genoemd worden in de van toepassing zijnde wetgeving inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen en/of pathogene organismen1BLaboratorium
x
 
  86‑AMelkerijen, kaasmakerijen en werkplaatsen voor het verwerken en bereiden van melkproducten of derivaten, met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW2Melkerijen  
  86‑BMelkerijen, kaasmakerijen en werkplaatsen voor het verwerken en bereiden van melkproducten of derivaten, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BMelkerijen  
  87‑AWerkplaatsen voor het bereiden, het inleggen, het bewerken van groenten en andere plantaardige producten niet gedekt door rubriek 65 met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW2Conserven, conservering, blik  
  87‑BWerkplaatsen voor het bereiden, het inleggen, het bewerken van groenten en andere plantaardige producten niet gedekt door rubriek 65 met een drijfkracht groter dan 20 kW1BConserven, conservering, blik  
  88‑1A1°.Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21°C:
- opslagplaatsen tot en met 500 liter bij ingegraven tank - opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van 50 tot en met 500 l in de andere gevallen (*)
2Brandstoffen, benzine
x
 
  88‑1B1°.Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21°C: opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van meer dan 500 l (*)1BBrandstoffen, benzine
x
x
  88‑2A2°.Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 21°C maar niet hoger dan 55°C: - opslagplaatsen tot en met 500 liter bij ingegraven tank - opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van 100 tot en met 500 l in de andere gevallen3Ontvlambare vloeistoffen  
  88‑2B2°.Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 21°C maar niet hoger dan 55°C: opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van meer dan 500 tot 10.000 l (*)2Ontvlambare vloeistoffen
x
x
  88‑2C2°.Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 21°C maar niet hoger dan 55°C: opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van meer dan 10.000 l (*)1BOntvlambare vloeistoffen
x
x
  88‑3A3°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 55°C maar niet hoger dan 100°C :
- opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site kleiner dan of gelijk aan 10.000 liter bij ingegraven tanks of tanks bestemd voor de bevoorrading van voertuigen
- opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site tussen 3.000 tot en met 10.000 liter bedraagt in de andere gevallen
3Brandstoffen, mazout, stookolie, diesel 
x
  88‑3B3°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 55°C maar niet hoger dan 100°C: opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site tussen 10.000 tot en met 50.000 l bedraagt (*)2Brandstoffen, mazout, stookolie, diesel
x
x
  88‑3C3°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 55°C maar niet hoger dan 100°C: opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site groter is dan 50.000 l (*)1BBrandstoffen, mazout, stookolie, diesel
x
x
  88‑4A4°. Opslagplaatsen voor zware stookolie, minerale of synthetische olie en voor gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt in een volgens de norm NBN 52017 gesloten recipiënt van meer dan 100 °C:
- opslagplaatsen tot en met 10 000 liter bij ingegraven tank of tanks die bestemd zijn voor de bevoorrading van voertuigen
- opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site tussen 3.000 tot en met 10.000 l bedraagt in de andere gevallen
3Brandstoffen 
x
  88‑4B4°. Opslagplaatsen voor zware stookolie, minerale of synthetische olie en voor gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt in een volgens de norm NBN 52017 gesloten recipiënt van meer dan 100 °C:- opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site groter is dan 10.000 l tot en met 100.000 l2Brandstoffen 
x
  88‑4C4°. Opslagplaatsen voor zware stookolie, minerale of synthetische olie en voor gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt in een volgens de norm NBN 52017 gesloten recipiënt van meer dan 100 °C :- opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site groter is dan 100.000 l (*)1BBrandstoffen
x
x
  89Kansspelinrichtingen (casino's, speelzalen met meer dan 10 speelautomaten) met uitzondering van kermisattracties of inrichtingen op liefdadigheidsfeesten2Lunaparken
x
 
  90Kleinhandelszaken waarvan de verkoopslokalen en de lokalen die aan de verkoopslokalen grenzen en als warenopslagplaats dienen een totale oppervlakte hebben die gelijk is aan of groter is dan 1.000 m², met inbegrip van de oppervlakte die door de toonbanken en andere meubelen wordt ingenomen1DWinkels, supermarkten
x
 
  91‑AWerkplaatsen voor het bewerken van marmer, natuur- of kunststeen, met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW2Marmer  
  91‑BWerkplaatsen voor het bewerken van marmer, natuur- of kunststeen, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BMarmer  
  92‑AWerkplaatsen voor leerbewerking, werkplaatsen voor de vervaardiging van artikelen uit leer of huiden, met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW2Leer  
  92‑BWerkplaatsen voor leerbewerking, werkplaatsen voor de vervaardiging van artikelen uit leer of huiden, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BLeer
x
 
  93‑AWerkplaatsen voor de synthese, de productie, de vulkanisering, de bewerking van synthetische materialen, kunststof, rubber of soortgelijke materialen met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW2Plastiek  
  93‑BWerkplaatsen voor de synthese, de productie, de vulkanisering, de bewerking van synthetische materialen, kunststof, rubber of soortgelijke materialen, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BPlastiek
x
 
  94‑AOpslagplaatsen voor synthetische materialen, kunststof, rubber (banden, ...) of soortgelijke materialen met een totale voor opslag bestemde oppervlakte op de site van 100 tot en met 2.000 m²2Plastiek
x
 
  94‑BOpslagplaatsen voor synthetische materialen, kunststof, rubber (banden, ...) of soortgelijke materialen met een totale voor opslag bestemde oppervlakte op de site van meer dan 2.000 m²1BPlastiek
x
 
  96‑AWerkplaatsen voor de omzetting, de productie van voorwerpen op basis van plantaardige stoffen (mandenwerk, productie van borstels, vezelbewerking, ...) of van dierlijke stoffen (pees, been, hoorn, darmen,...), met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW2Plantaardige of dierlijke stoffen  
  96‑BWerkplaatsen voor de omzetting, de productie van voorwerpen op basis van plantaardige stoffen (mandenwerk, productie van borstels, vezelbewerking, ...) of van dierlijke stoffen (pees, been, hoorn, darmen,...), met een drijfkracht groter dan 20 kW1BPlantaardige of dierlijke stoffen
x
 
  97‑AInrichtingen voor oppervlaktebehandeling door onderdompeling van metalen of kunststoffen door middel van een elektrolytisch, chemisch of fysisch procedé in kuipen met een totale inhoud van 10 tot en met 200 l2Galvanisatie, verzinken, chromeren, electrolyse, ontvetting, decaperen 
x
  97‑BInrichtingen voor oppervlaktebehandeling door onderdompeling van metalen of kunststoffen door middel van een elektrolytisch, chemisch of fysisch procedé in kuipen met een totale inhoud van meer dan 200 l1BGalvanisatie, verzinken, chromeren, electrolyse, ontvetting, decaperen
x
x
  97‑CNiet in een andere rubriek vermelde inrichtingen voor het bewerken van materiaal-oppervlakken, voorwerpen of producten met behulp van organische solventen, met name voor de aanmaak, het bedrukken, het bekleden, het ontvetten, het waterdichtmaken, het lijmen, het verven, het reinigen of impregneren, met een solventenverbruik van meer dan 150 kg per uur of meer dan 200 ton per jaar1BOppervlaktebehandeling
x
x
  98‑ALas- en/of snijbrandwerkplaatsen met meer dan 5 las- of snijbrandersposten2Soldeerbout
x
 
  98‑BWerkplaatsen voor het thermisch bewerken van metalen en andere materialen (met uitzondering van industriële smeltovens)
Roosten en sinteren van ertsen, inclusief zwavelhoudende ertsen
1BThermische bewerking
x
 
  99‑AInrichtingen voor het ontvetten van metalen en kunststoffen door besproeiing2Ontvettingsfontein 
x
 100‑AOpslagplaatsen voor metalen stoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte van 100 tot en met 2.000 m²2Metaal  
 100‑BOpslagplaatsen voor metalen stoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte groter dan 2.000 m²1BMetaal  
 101‑AWerkplaatsen voor metaalbewerking waarbij de aard van de metalen niet wordt gewijzigd en zonder warmtebehandeling (slotenmakers, polijsten, vervaardiging van metalen voorwerpen, zandstralen of ontzanden,...), met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW2Metaaldraaibank  
 101‑BWerkplaatsen voor metaalbewerking waarbij de aard van de metalen niet wordt gewijzigd en zonder warmtebehandeling (slotenmakers, polijsten, vervaardiging van metalen voorwerpen, zandstralen of ontzanden,...), met een drijfkracht groter dan 20 kW1BMetaaldraaibank 
x
 102Inrichtingen voor het smelten van metalen, met uitzondering van werkplaatsen met minder dan 3 werkposten en horend bij juwelenzaken1BMetaal, gieterijen
x
x
 103Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts, ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische, elektrolytische of chemische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen
Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen
1BMetalurgie, metaalindustrie
x
x
 104‑AMotoren met inwendige verbranding, met uitzondering van motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen, turboreactoren en gasturbines met een nominaal ingangsvermogen tussen 20 en 250 kW
NB : Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
3Noodgroepen, noodaggregaat, noodaggregaat  
 104‑BMotoren met inwendige verbranding, met uitzondering van motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen, turboreactoren en gasturbines met een nominaal ingangsvermogen groter dan 250 kW
NB : Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
2Noodgroepen, noodaggregaat, noodaggregaat
x
 
 105‑AWerkplaatsen voor textielontvetting (chemisch reinigen) met behulp van niet-ontvlambare organische solventen, waarbij slechts één machine wordt gebruikt1CDroogkuis 
x
 105‑BWerkplaatsen voor textielontvetting (chemisch reinigen) met behulp van ontvlambare organische solventen
Werkplaatsen voor textielontvetting (chemisch reinigen) met behulp van organische solventen waarbij meer dan één machine wordt gebruikt (*)
1BDroogkuis
x
x
 106‑AOpslagplaatsen voor afvalstoffen van dierlijke oorsprong van categorie 3 (met uitzondering van keukenafval en etensresten) van 25 tot en met 1.000 kg (*)2Dieren, bijproducten  
 106‑BOpslagplaatsen voor afvalstoffen van dierlijke oorsprong van categorie 1 en 2 (met uitzondering van dierenkadavers) tot en met 1.000 kg (*)2Dieren, bijproducten  
 106‑COpslagplaatsen voor dierenkadavers van 250 tot en met 1.000 kg (*)2Dieren, bijproducten  
 106‑DOpslagplaatsen voor afvalstoffen van dierlijke oorsprong van categorie 1, 2 of 3 van meer dan 1.000 kg (*)1BDieren, bijproducten  
 107Werkplaatsen voor de productie van houtvezelplaten en andere platen uit hout, karton, plantaardige of dierlijke vezels1BVezelplaat
x
 
 108Opslagplaatsen voor papier of karton met een totale oppervlakte van meer dan 1000 m²2Archieven, archief
x
 
 109‑AWerkplaatsen voor de productie van papier of karton of voor papier- of kartonbewerking met een drijfkracht tussen 2 tot en met 20 kW2Papierfabriek  
 109‑BInrichtingen bestemd voor de productie van papier of karton of voor de verwerking van papier of karton met een drijfkracht groter dan 20 kW maar een productiecapaciteit van minder dan 200 ton per dag voor de inrichtingen bestemd voor de productie van papier of karton1BPapierfabriek
x
x
 109‑CWerkplaatsen voor de productie van voorwerpen uit papier of karton met een drijfkracht van 2 tot en met 20 kW2Papier  
 109‑DWerkplaatsen voor de productie van voorwerpen uit papier of karton met een drijfkracht van meer dan 20 kW1BPapier
x
 
 110‑AWerkplaatsen voor de vervaarding van voorwerpen op basis van manen, haren, veren, enz., met een drijfkracht lager dan 20 kW2Huiden  
 110‑BWerkplaatsen voor de vervaarding van voorwerpen op basis van manen, haren, veren, enz., met een drijfkracht groter dan 20 kW
Witlooierijen, looierijen en inrichtingen voor de bewerking van huiden
1BHuiden 
x
 111‑AOpslagplaatsen voor leder, huiden, haren, veren en dons, enz., met een voor opslag bestemde totale oppervlakte op de site tussen 100 tot en met 2.000 m²2Huiden  
 111‑BOpslagplaatsen voor leder, huiden, haren, veren en dons, enz., met een voor opslag bestemde totale oppervlakte op de site van meer dan
2.000 m²
1BHuiden  
 112‑AOpslagplaatsen van gewasbeschermingsmiddelen (in de zin van artikel 3, 4°, a, van de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) met een totale capaciteit:
- kleiner dan of gelijk aan 100 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor professioneel gebruik;
- tussen 100 en 1.000 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor niet-professioneel gebruik
2Biociden, insecticiden, herbiciden, fungiciden, onkruidverdelger, sproeistoffen  
 112‑BOpslagplaatsen van gewasbeschermingsmiddelen (in de zin van artikel 3, 4°, a, van de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) met een totale capaciteit:
- groter dan 100 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor professioneel gebruik;
- groter dan 1.000 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor niet-professioneel gebruik
1BBiociden, insecticiden, herbiciden, fungiciden, onkruidverdelger, sproeistoffen
x
x
 113Fabrieken, werkplaatsen voor de productie, het formuleren, het conditioneren van gewasbeschermingsmiddelen (in de zin van artikel 3, 4°, a, van de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)1BBiociden, insecticiden, herbiciden, fungiciden, onkruidverdelger, sproeistoffen
x
x
 114Werkplaatsen voor het ontwikkelen of bewerken van lichtgevoelige emulsies (met uitzondering van automatische fotocabines voor pasfoto's of voor instantontwikkeling)3Foto, labo, ontwikkeling  
 115‑ADuiventillen, vogelwinkels en inrichtingen voor het vetmesten of kweken van gevogelte van 30 tot en met 300 dieren2Duiven, gevogelte, kippen  
 115‑BDuiventillen, vogelwinkels en inrichtingen voor het vetmesten of kweken van gevogelte van meer dan 300 dieren, maar minder dan 85.000 kuikens, 60.000 kippen1BDuiven, gevogelte, kippen  
 116Pleisterproductie1BGipsproductie  
 117‑A- Viswinkels (kleinhandel) - Opslagplaatsen voor zee- of zoetwaterproducten
- Werkplaatsen voor de bereiding, de bewaring van vis of visproducten of andere producten uit de zee of zoetwater met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW
2Viswinkel  
 117‑BWerkplaatsen voor de bereiding, de bewaring van vis of visproducten of andere zee- of zoetwaterproducten, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BVis  
 117‑CVismeel- en visoliefabrieken1BVis  
 119‑AWerkplaatsen voor de bereiding, de bewerking, de conditionering, de bewaring van voedingsproducten van dierlijke oorsprong (met uitzondering van restaurantkeukens en inrichtingen ingedeeld in rubriek 127), met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW2Traiteurs  
 119‑BWerkplaatsen voor de bereiding, de bewerking, de conditionering, de bewaring van voedingsproducten van dierlijke oorsprong (met uitzondering van restaurantkeukens en inrichtingen ingedeeld in rubriek 127), met een drijfkracht groter dan 20 kW1BTraiteurs  
 120‑AHet breken, vergruizen, zeven van niet-metaalachtige minerale producten (met uitzondering van asbest), ertsen, met een drijfkracht tussen 10 en 100 kW2Minerale producten  
 120‑BHet breken, vergruizen, zeven van niet-metaalachtige minerale producten (met uitzondering van asbest), ertsen, met een drijfkracht van meer dan 100 kW1BMinerale producten  
 121‑AOpslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen of bereidingen (voorzien van een gevarenaanduiding H) die niet in een andere rubriek zijn opgenomen, met een totale capaciteit op de site:
- tussen 300 en 1.000 kg voor als ontvlambaar, schadelijk of irriterend beschouwde stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
- tussen 100 en 300 kg voor andere stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
3Gevaarlijke producten  
 121‑BOpslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen of bereidingen (voorzien van een gevarenaanduiding H) die niet in een andere rubriek zijn opgenomen, met een totale capaciteit op de site:
- tussen 1.000 en 5.000 kg voor als ontvlambaar, schadelijk of irriterend beschouwde stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
- tussen 300 kg en 1.000 kg voor andere stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
2Gevaarlijke producten
x
x
 121‑COpslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen of bereidingen (voorzien van een gevarenaanduiding H) die niet in een andere rubriek zijn opgenomen, met een totale capaciteit op de site:
- van meer dan 5.000 kg voor als ontvlambaar, schadelijk of irriterend beschouwde stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
- van meer dan 1.000 kg voor andere stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
1BGevaarlijke producten
x
x
 121‑DOpslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van meer dan: 100 kg arseentrioxide, arseen (III) zuur of de zouten daarvan, 10 kg poedervormige 4,4-methyleen-bis (2-chlooraniline) en/of de zouten daarvan, 150 kg methylisocyanaat, 300 kg kooloxychloride (fosgeen), 200 kg arseentrihydride (arsine), 200 kg fosfortrihydride (fosfine), 1 kg polychloordibenzofuranen en polychloordibenzodioxinen (met inbegrip van TCDD, uitgedrukt in TCDD-equivalent), 1 kg van de volgende carcinogenen: 4-aminobifenyl en/of de zouten daarvan, benzidine en/of de zouten daarvan, di(chloormethyl)ether, chloormethyleter en methyleter, dimethylcarbamoylchloride, dimethylnitrosamine, hexamethylfosforzuurtriamide 2-naftylamine en/of de zouten daarvan en 1,3-propaansultan 4-nitrodifenyl1BGevaarlijke producten
x
x
 122‑AOpslagplaatsen voor producten van plantaardige oorsprong (met uitzondering van afvalstoffen), met een totale capaciteit op de site tussen 5 tot en met 50 ton2Groenten, fruit, groothandels
x
 
 122‑BOpslagplaatsen voor producten van plantaardige oorsprong (met uitzondering van afvalstoffen), met een totale capaciteit op de site van meer dan 50 ton1BGroenten, fruit, groothandels
x
 
 123‑AOpslagplaatsen voor ruwe minerale producten (met uitzondering van asbest), niet-energetische mineralen, met een totale voor opslag bestemde capaciteit op de site van 100 tot en met 1.000 m²2Marmer, blauwe steen  
 123‑BOpslagplaatsen voo ruwe minerale producten (met uitzondering van asbest), niet-energetische mineralen, met een totale voor opslag bestemde capaciteit op de site groter dan 1.000 m²1BMarmer, blauwe steen  
 125‑AOpslagplaatsen voor cosmetica of farmaceutische producten (met uitzondering van apothekersopslagplaatsen) met een totale voor opslag bestemde oppervlakte tussen 100 en 2.000 m²2Schoonheidsproducten, medicamenten, geneesmiddelen
x
 
 125‑BOpslagplaatsen voor cosmetica of farmaceutische producten (met uitzondering van apothekersopslagplaatsen) met een totale voor opslag bestemde oppervlakte groter dan 2.000 m²1BSchoonheidsproducten, medicamenten, geneesmiddelen
x
 
 126‑AWerkplaatsen voor de bereiding, het conditioneren of het formuleren van farmaceutische producten of cosmetica (met uitzondering van apotheken) met een drijfkracht van 2 tot en met 20 kW2Schoonheidsproducten, medicamenten, geneesmiddelen  
 126‑BWerkplaatsen voor de bereiding, het conditioneren of het formuleren van farmaceutische producten of cosmetica (met uitzondering van apotheken) met een drijfkracht groter dan 20 kW1BSchoonheidsproducten, medicamenten, geneesmiddelen
x
x
 127‑ASlagerijen, slagerswinkels voor orgaanvlees, werkplaatsen voor het versnijden van vlees met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW2Producten van dierlijke oorsprong  
 127‑BWerkplaatsen voor het versnijden van vlees met een drijfkracht groter dan 20 kW1BProducten van dierlijke oorsprong, beenhouwer, slagerij  
 130Niet in een andere rubriek vermelde industriële inrichtingen voor de productie, omzetting of verwerking van organische of anorganische chemische producten en tussenproducten1BScheikundige producten
x
x
 132‑AKoelinstallatie die een koelcircuit bevat: a.1) die 5 ton CO2 equivalent of meer gefluoreerde broeikasgassen bevat zoals bedoeld in bijlage I van voornoemde verordening (EU) nr. 517/2014 en de eventuele latere wijzigingen ervan, afzonderlijk of in een mengsel; of a.2) waarvan het maximale elektrische vermogen dat wordt geabsorbeerd door de compressor(en) gelegen op eenzelfde circuit meer bedraagt dan 10 kW maar minder dan 100 kW. Elke koelinstallatie bevat alle apparatuur en toebehoren die nodig zijn voor de werking van het koelcircuit:- koeluitrusting,- klimatiseringsuitrusting, - warmtepompen.3Chiller, split, HVAC, airconditioning, koelgroepen  
 132‑BKoelinstallatie:
b.1) die 3 kg of meer koelvloeistof bevat behorend tot een van de volgende veiligheidsgroepen A2L, A2, B2L, B2, A3 of B3, zoals gedefinieerd in bijlage E van norm NBN EN 378-1:2016; of
b.2) die een koelcircuit bevat waarvan het maximale elektrische vermogen dat wordt geabsorbeerd door de compressor(en) gelegen op eenzelfde circuit meer bedraagt dan of gelijk is aan 100kW. Elke koelinstallatie bevat alle apparatuur en toebehoren die nodig zijn voor de werking van het koelcircuit:- koeluitrusting,- klimatiseringsuitrusting,- warmtepompen.
2Chiller, split, HVAC, airconditioning, koelgroepen  
 132‑CKoelsysteem waarbij de afvoer van de warmte naar buiten toe gebeurt door verneveling van water in een luchtstroom (vochtige koeltoren, verdampingscondensor, adiabatische wisselaar/koeler, enz) met recirculatie van de waternevel2Koeltorens  
 133‑ABijenkorven voor 3 tot en met 4 productieve bijenkolonies (*)3Bijenkorven  
 133‑BBijenkorven voor 5 tot en met 15 productieve bijenkolonies (*)2Bijenkorven  
 133‑CBijenkorven voor meer dan 15 productieve bijenkolonies (*)1BBijenkorven  
 135‑AEvenementenzalen, bioscoopcomplexen, theaters, opera's, muziekhallen, feestzalen, discotheken, concertzalen met een totale oppervlakte van meer dan 200 m² en die een totale capaciteit hebben van 3000 personen of minder2Schouwspelen, polyvalente zaal
x
 
 135‑BEvenementenzalen, bioscoopcomplexen, theaters, opera's, muziekhallen, feestzalen, discotheken, concertzalen met een totale capaciteit van meer dan 3000 personen1BSchouwspelen, polyvalente zaal
x
 
 135‑CAndere inrichting toegankelijk voor publiek, ongeacht de toegangsvoorwaarden, die zijn ingericht of uitgerust met een permanente of tijdelijke installatie voor het verspreiden van versterkt geluid, waarvan de uren waarop het geluid wordt verspreid volledig of gedeeltelijk liggen tussen 00.00 uur en 07.00 uur3Muziek  
 136Productie en raffinage van suiker en bietenrasperijen1BSuiker  
 137‑AWerkplaatsen voor de bereiding van producten op basis van suiker, suikerstroop of cacao, werkplaatsen voor ijsbereiding, met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW2Suiker, pralines, chocolade, snoep  
 137‑BWerkplaatsen voor de bereiding van producten op basis van suiker, suikerstroop of cacao, werkplaatsen voor ijsbereiding, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BSuiker, pralines, chocolade, snoep
x
 
 138‑AWerkplaatsen voor elektrostatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen
Werkplaatsen voor het mechanisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen
Werkplaatsen voor het aanbrengen van bedekkingsmiddelen met spuitbussen
2Spuitcabine, verfcabine, carrosserie, HVLP, vernis  
 138‑BWerkplaatsen voor het pneumatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen (met uitzondering van spuitbussen)1BSpuitcabine, verfcabine, carrosserie, verfpistool, HVLP, vernis 
x
 140‑AFabrieken voor tabaksbewerking of voor de productie van artikelen die tabak bevatten, met een drijfkracht van kleiner dan of gelijk aan 20 kW2Tabak  
 140‑BFabrieken voor tabaksbewerking of voor de productie van artikelen die tabak bevatten, met een drijfkracht groter dan 20 kW1BTabak
x
 
 142‑AOpslagplaatsen voor textiel en textielartikelen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte tussen 100 en 2.000 m²2Textiel, stoffen, kleren
x
 
 142‑BOpslagplaatsen voor textiel en textielartikelen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte groter dan 2.000 m²1BTextiel, stoffen, kleren
x
 
 143‑AWerkplaatsen voor de fabricage, confectie van textielartikelen, producten uit vilt, touw, draad, tapijten, enz.,
Werkplaatsen voor het mechanisch bewerken van textiel, spinnerijen, weverijen
met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW
2Textiel, stoffen, kleren  
 143‑BWerkplaatsen voor de fabricage, confectie van textielartikelen, producten uit vilt, touw, draad, tapijten, enz.,
Werkplaatsen voor het mechanisch bewerken van textiel, spinnerijen, weverijen
met een drijfkracht groter dan 20 kW
1BTextiel, stoffen, kleren
x
 
 145Werkplaatsen voor het voorbehandelen, afwerken of chemisch bewerken van textiel (bleken, merceriseren, verven, bedrukken, impregneren, ...)1BTextiel, stoffen, kleren 
x
 146‑ASchietstanden- en terreinen voor wapens met veren, met perslucht (met uitzondering van kermiskramen en schietstanden voor boog of kruisboog)2Luchtdrukgeweren  
 146‑BSchietstanden en -terreinen voor vuurwapens (inclusief kleiduifschieten)1BLuchtdrukgeweren
x
 
 147‑ABranderijwerkplaatsen met een totale inhoud van de trommel of de trommels kleiner dan of gelijk aan 25 kg2Koffiebranderij  
 147‑BBranderijwerkplaatsen met een totale inhoud van de trommel of de trommels groter dan 25 kg1BKoffiebranderij
x
 
 148‑AStatische transformatoren met een nominaal vermogen van 250 kVA tot en met 1.000 kVA3Hoogspanningscabines  
 148‑BStatische transformatoren met een nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA tot en met 5.000 kVA2Hoogspanningscabines  
 148‑CStatische transformatoren met een nominaal vermogen van meer dan 5.000 kVA1BHoogspanningscabines
x
 
 149Inrichtingen bestemd voor de industriële productie van stoom en warm water (in de zin van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu-effectenbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten), die niet in een andere rubriek opgenomen zijn1BStoomketel  
 150‑ATentoonstellingsruimten, al dan niet overdekte opslagplaatsen voor nieuwe motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, ...), met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen, van 3 tot en met 10 parkeerplaatsen (*)3Showroom, garage  
 150‑BTentoonstellingsruimten, al dan niet overdekte opslagplaatsen voor nieuwe motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, ...), met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen, van 11 tot en met 50 parkeerplaatsen (*)2Showroom, garage  
 150‑CTentoonstellingsruimten, al dan niet overdekte opslagplaatsen voor nieuwe motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, ...), met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen, van meer dan 50 parkeerplaatsen (*)1BShowroom, garage
x
 
 151‑ATentoonstellingsruimten, al dan niet overdekte opslagplaatsen voor gebruikte en afgedankte motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, ...), met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen, van 3 tot en met 50 parkeerplaatsen (*)2Showroom, tweedehandswagens, garage 
x
 151‑BTentoonstellingsruimten, al dan niet overdekte opslagplaatsen voor gebruikte en afgedankte motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, ...), met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen, van meer dan 50 parkeerplaatsen (*)1BShowroom, tweedehandswagens, garage
x
x
 153‑AVentilatoren (door extractie en pulsie), met een nominaal debiet (per ventilator) tussen 20.000 tot en met 100.000 m³/u2Luchtgroepen, GE, GP, HVAC  
 153‑BVentilatoren (door extractie en pulsie), met uitzondering van ventilatoren die uitsluitend bestemd zijn voor het wegblazen van rook bij een brand met een nominaal debiet (per ventilator) van meer dan 100.000 m3/u1BLuchtgroepen, GE, GP, HVAC  
 155‑AWerkplaatsen voor de productie van vernis, lak, verf, lijmen, drukinkt en/of pigmenten, met een drijfkracht lager dan of gelijk aan 20 kW2Vernis, lak, verf, lijmen, pigmenten en emaille 
x
 155‑BWerkplaatsen voor de productie van vernis, lak, verf, lijmen, drukinkt en/of pigmenten, met een drijfkracht hoger dan 20 kW1BVernis, lak, verf, lijmen, pigmenten en emaille
x
x
 156Werkplaatsen voor de mechanische bewerking van glas of glazen voorwerpen (polijsten, schuinslijpen, graveren, ontglanzen, matslijpen) met een drijfkracht groter dan 20 kW
Bewerkingen waarbij het onder druk zandstralen of fluorzuur op het glas wordt gebruikt
2Ramen, vensters  
 157Glasblazerijen en kristalfabrieken

Fabricage van glasvezels, glaswol, kunstmatige minerale vezels, en andere
1BGlas
x
x
 158Werkplaatsen voor de bereiding van azijn en azijnderivaten (ongeacht de oorsprong of het proces)1BAzijn  
 159Opslagplaats en afvalvoorzieningen van winningsindustrieën in de zin van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 mei 2009 betreffende het beheer van winningsafval1BAfvalstoffen
x
 
 160‑ALuchtvaartterein: plaatsen (desgevallend met inbegrip van gebouwen, inrichtingen en uitrusting) die bestemd zijn om, geheel of gedeeltelijk, te worden gebruikt voor de aankomst en het vertrek van luchtvaartuigen en waarop het aantal wekelijkse bewegingen steeds lager ligt dan of gelijk is aan 201CLuchthaven, vliegveld, vliegtuigen, helikopter, landingsbaan  
 160‑BLuchtvaartterrein waarop het aantal wekelijkse bewegingen hoger ligt dan 201BLuchthaven, vliegveld, vliegtuigen, helikopter, landingsbaan
x
 
 161Depollutiecentrum voor afgedankte voertuigen1BAfgedankte voertuigen
x
x
 162‑AIndoorantennes die stralingen uitzenden bedoeld in de ordonnantie van 1 maart 2007 betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van niet-ioniserende stralingen (met inbegrip van de technische inrichtingen nodig voor de exploitatie van antennes), met uitzondering van:
- antennes met een effectief EIRP-vermogen van minder dan 2 W;
- lineaire stralingssystemen zoals straalkabels en uitstralende golfgeleiders;
- WIFI-antennes, op voorwaarde dat ze voldoen aan het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen of elke andere bepaling die het besluit zou vervangen.
1CGSM  
 162‑BAntennes die stralen uitzenden bedoeld door de ordonnantie van 1 maart 2007 betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van nietioniserende stralingen (met inbegrip van de technische installaties die noodzakelijk zijn voor de uitbating van de antennes), met uitzondering van:
- antennes met effectief EIRP-vermogen van minder dan 2W
- lineaire stralingssystemen zoals straalkabels en uitstralende golfgeleiders;
- WIFI-antennes, op voorwaarde dat ze toegelaten zijn krachtens het koninklijk besluit van 18 december 2009 betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen of elke andere bepaling die het besluit zou vervangen.
- straalverbindingen.
1DGSM  
 163Intensieve aquacultuur van vis1BAquacultuur, kweken  
 164Winning van mineralen door uitbaggering van de zee- of rivierbodem1BMineralen
x
 
 165- Automobielfabrieken en assemblagebedrijven en fabrieken van automobielmotoren
- Scheepswerven
- Inrichtingen voor de bouw en reparatie van luchtvaartuigen
- Spoorwegmaterieelfabrieken
1BMetaalverwerkende nijverheid, wagens
x
x
 166Uitstampen door middel van springstoffen1BExplosieven
x
 
 167Installaties voor de terugwinning of vernietiging van explosieve stoffen1BExplosieven
x
x
 168Installaties voor het produceren en bewerken van celstof1BCellulose
x
x
 169Projecten voor de overbrenging van water1BHydrauliek, dammen
x
 
 170Testbanken voor motoren, turbines of reactoren1BMotoren
x
 
 171Vilderijen1BHuiden
x
 
 172Themaparken (*)1BRecreatie
x
 
 173Vervaardiging, gebruik of opslag van chemische stoffen, als zodanig of ingehouden in een mengsel, vermeld in bijlage XIV bij de Verordening nr. 1907/2006, van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH)1BGevaarlijke producten
x
 
 174Installaties voor het afvangen met het oog op de geologische opslag van de CO2-stroom afkomstig van een ingedeelde inrichting1BKoolstofdioxide  
 175Pijpleidingen bestemd voor het transport van de CO2-stroom met het oog op de geologische opslag

Gebruik van bestaande oliepijpleidingen, gaspijpleidingen en pijpleidingen voor het transport van de CO2-stroom met het oog op de geologische opslag
1BKoolstofdioxide  
 176Fabricage van koolstof (harde gebrande steenkool) of elektrografiet door verbranding of grafitisering1BKoolstof
x
x
 177Gebruik van uitheemse en plaatselijk niet-voorkomende soorten in de aquacultuur, zoals bedoeld in verordening (EG) nr. 708/2007 van 11 juni 2007.1BAquacultuur, vissen  
 178Gebruik van valoriseerbare materialen1DCirculaire economie, valorisatie, hergebruik  
 179Stormbekkens voor regenwater met een capaciteit gelijk of hoger dan 10m³3Stormbekkens  
 200Productie van gietijzer (primaire of secundaire smelting), met inbegrip van continugieten met een capaciteit van meer dan 2,5 ton per uur;
Productie van ruwe non-ferrometalen uit erts of concentraat of secundaire grondstoffen met metallurgische, chemische of elektrolytische procedés;
Smelting, inclusief legering, van non-ferrometalen met inbegrip van terugwinningsproducten en uitbating van gieterijen voor non-ferrometalen met een capaciteit van meer dan 4 ton per dag voor lood en cadmium of meer dan 20 ton per dag voor alle andere metalen
1AStaal, ijzer
x
x
 201Inrichtingen voor de productie (winning, behandeling,...) van asbest en de vervaardiging van producten op basis van asbest1AAsbest
x
x
 205Het fokken, de opvang, het hoeden of het houden met uitzondering van verkoop in een winkel van : meer dan 60 000 hennen of 85 000 kippen - meer dan 3.000 plaatsen voor mestvarkens van meer dan 30 kg en 900 plaatsen voor zeugen.1AKweken, boerderijen
x
 
 206Stuwdammen en andere inrichtingen voor het stuwen van water of het duurzaam opslaan ervan wanneer de nieuwe waterinhoud of een bijkomende te stuwen of op te slaan waterinhoud hoger ligt dan 10 kubieke hectometer1AStuwdammen
x
 
 207Groeven (voor zand, klei, turf) en dagbouwmijnen met een terreinoppervlakte groter dan 25 ha1AGroeven
x
 
 208Geïntegreerde chemische inrichtingen, met name inrichtingen voor het vervaardigen op industriële schaal van stoffen door scheikundige of biologische transformatie, waar meerdere eenheden naast elkaar worden geplaatst en functioneel aan elkaar zijn gekoppeld en die in het bijzonder bestemd zijn voor de vervaardiging van organische basischemicaliën, anorganische basischemicaliën, meststoffen met een fosfor-, stikstof- of kaliumbase (enkelvoudige of samengestelde meststoffen), fytosanitaire en kiemdodende basisproducten, farmaceutische basisproducten aan de hand van een scheikundig of biologisch proces met inbegrip van tussenproducten, springstoffen1AScheikunde, chemie
x
x
 209Race-of trainingsomlopen in open lucht voor voertuigen met ontploffingsmotoren met inbegrip van kartings, met uitsluiting van de omlopen die in hun geheel op verkeerswegen liggen1AOmlopen, kartings, race-circuits, auto, wagens
x
 
 210Cokesfabrieken, inrichtingen voor het chemisch omzetten van de vaste brandstoffen die niet in rubriek 39 zijn opgenomen, meer dan 500 t/dag1ACokesfabrieken
x
x
 211Industriële inrichtingen voor het vergassen en vloeibaar maken van alle koolstofhoudende producten van meer dan 500 t/dag1AVaste brandstoffen
x
x
 212Verbrandingsinstallaties (met uitzondering van de installaties bedoeld in de rubrieken 31, 41, 43, 50, 216 en 219) in een inrichting, waarbij het totale vermogen van de verbrandingsinstallaties hoger is dan 300 MW1AVerwarmingsinstallaties, verwarmingsketels, gas, mazout, stookolie, steenkool, hout, stoom, generatoren, WKK, cogeneratie, ovens
x
 
 213Inrichtingen voor het sorteren of recycleren van afvalstoffen met een capaciteit hoger dan 100.000 t/jaar1ASorteercentra, sorteercentrum
x
 
 214Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 500 ton1AGevaarlijke afvalstoffen
x
x
 215Stortplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen1AGevaarlijke afvalstoffen
x
x
 216Inrichtingen voor de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen1AVerbrandingsoven
x
 
 217Fabrieken voor de verwijdering van afvalstoffen door scheikundige behandeling1AGevaarlijke afvalstoffen
x
x
 218Stortplaatsen voor ongevaarlijke afvalstoffen (met uitzondering van de niet-verontreinigde gronden en van het bouw-en sloopafval van gebouwen bestemd voor de bewoning waarin zich geen bederfbare of ontvlambare materialen bevinden)1AOngevaarlijke afvalstoffen, huishoudelijk afval
x
x
 219Inrichtingen voor de verbranding van ongevaarlijke afvalstoffen met een vermogen van meer dan 12 t/dag1AAfvalverbrandingsovens
x
 
 220Containerpark (met uitzondering van afgezonderde containers) voor afvalstoffen, afvalverwerkingsinrichtingen met een vermogen van meer dan 1.000 m³1AContainerpark
x
 
 221Afvalwaterzuiveringsstations met een capaciteit van meer dan 30.000 inwonersequivalent1AWaterzuivering
x
x
 222Grondwaterwinning of inrichting voor het kunstmatig bijvullen van grondwater met een debiet hoger dan 20.000 m³/dag1ABoringen, herinjectie
x
 
 224Overdekte parkings en/of parkings in open lucht die buiten de openbare weg liggen, voor motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, …) of aanhangwagens van meer dan 400 plaatsen1AGarage
x
 
 225Opslagplaatsen voor vaste recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gas met een totale capaciteit in liter van meer dan 1.000.000 l1AGasflessen
x
 
 226Vaste inrichtingen voor de productie van gassen (uitgenomen de cokesfabrieken) met een capaciteit hoger dan 1.000 Nm³/u1AGassen
x
x
 227Mijnen, graverijen en ondergrondse groeven, ongeacht de gewonnen stof met hun aanhorigheden ; de werkplaatsen voor het voorbereiden en wassen van kolen en ertsen ; de werkplaatsen voor het bewerken van de voortbrengselen van de groeven1AMijnen
x
 
 228Industriële inrichtingen voor het vervaardigen van papier, karton, met een productiecapaciteit hoger dan 200 ton per dag1APapierfabriek
x
x
 229Inrichtingen voor het vervaardigen van papierbrij uit hout en andere vezelhoudende stoffen1APapier
x
x
 230Inrichtingen voor petroleum- en aardgaswinning en hun aanhorigheden1AAardgas
x
 
 231Opslagplaatsen voor petroleum, petrochemicaliën of chemicaliën met een opslagcapaciteit van 200.000 ton of meer1APetrochemie, chemische producten, brandstoffen, tankenparken
x
x
 232Raffinaderijen van ruwe aardolie (uitgenomen de ondernemingen die enkel smeermiddelen vervaardigen uit ruwe petroleum), inrichtingen voor de ontzwaveling van koolwaterstoffen1AOlieraffinaderijen
x
 






(*) Bijkomende informatie :

1) Wat betreft het vereiste brandweeradvies (DBDMH), dit is nodig indien er zich een kruis « X » bevindt in de kolom «DBDMH» en rekening houden met volgende verduidelijkingen :

  • Voor rubrieken 68 A en 68 B : met uitzondering van niet-overdekte parking
  • Voor rubrieken 70 A et 70 B : indien inrichting voor het vullen van CNG-voertuigen
  • Voor rubrieken 88 1A, 88 1B, 88 2B, 88 2C, 88 3B, 88 3C en 88 4C : met uitzondering van ingegraven tanks
  • Voor rubriek 105 B : bij gebruik van ontvlambare solventen in de machines (gevaarmelding H224 - H225 - H226)
  • Voor rubrieken 150 C en 151 B : met uitzondering van niet-overdekte tentoonstellingsruimten en niet-overdekte opslagplaatsen

2) Wat betreft de ingedeelde inrichtingen, hieronder vindt u enkele verduidelijkingen voor sommige van de inrichtingen:

  • Voor de toepassing van rubriek 12 worden onder motorvoertuigen verstaan: motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, trams, metro's en treinen. Deze rubriek is niet van toepassing op boten.
  • Voor de toepassing van rubriek 12 B wordt de reiniging (aan de binnenzijde) van de koelbakken van voertuigen voor de levering van levensmiddelen niet als een carwash-inrichting beschouwd.
  • Voor de toepassing van rubrieken 13 A en 13 B worden onder motorvoertuigen verstaan: motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, trams, metro's en treinen (locomotieven en wagons) alsook tractoren en zelftrekkende grasmaaiers.
  • Voor de toepassing van rubriek 14 wordt onder "andere baden" verstaan: koude baden, jacuzzi's of bubbelbaden en alle soortgelijke andere baden waarin men kan baden. Rubriek 14 is daarentegen niet van toepassing op sauna's en hamams.
  • Voor de toepassing van de rubrieken 18 A en 18 B worden handgereedschappen zoals elektrische schroevendraaiers, boren, boormachines enz. niet in aanmerking genomen bij de berekening van de drijfkracht van de werkplaats. Luchtcompressoren zijn eveneens uitgesloten aangezien zij opgenomen zijn in rubriek 71.
  • Voor de toepassing van rubrieken 25 A en 25 B wordt onder wasserij verstaan: een inrichting waarin wasgoed wordt gewassen.
  • Voor de toepassing van de rubrieken 68 A en 68 B:
    • om de drempel te berekenen: worden alle parkeerplaatsen voor motorvoertuigen op de site (ongeacht hun afmetingen) als parkeerplaatsen beschouwd . Voorbeeld: 1 plaats voor een autobus, een vrachtwagen, een personenwagen, een motorfiets … wordt dus steeds als één parkeerplaats beschouwd;
    • worden bromfietsen (< 50 cc) en elektrische fietsen niet in aanmerking genomen bij de berekening van de drempel voor deze rubriek;
    • wordt een autobewaarplaats als een opslagplaats (rubriek 151) beschouwd en niet als een parkeerterrein.
  • Voor de rubrieken 106 A, 106 B, 106 C en 106 D, worden de categorieën verstaan in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en van Verordening (EU) nr. 142/2011 van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009.
  • Voor de toepassing van rubriek 133 hebben de hierna opgesomde termen de volgende betekenis:
    • productieve kolonie: een kolonie die een bijenkorf bewoont;
    • tijdelijke kolonie: een kolonie die ontstaan is uit de splitsing van een productieve kolonie en die tijdelijk een "afleggerkast" bewoont. Een tijdelijke kolonie kan enkel aanwezig zijn van mei tot maart het volgende jaar. Er kan maximaal één afleggerkast per productieve kolonie zijn;
    • kweekkolonie: een kolonie die een bevruchtingskastje bewoont (mini-plus, apidea of soortgelijk) en die alleen bestaat uit de koningin en enkele honderden bijen.
      Alleen de productieve kolonies worden in aanmerking genomen bij de berekening van de drempel. Een bijenstal met 2 korven en 1 of 2 afleggerkasten wordt dus niet ingedeeld.
  • Voor de toepassing van rubriek 150:
    • om de drempel te berekenen: worden alle parkeerplaatsen voor motorvoertuigen (ongeacht hun afmetingen) als parkeerplaatsen beschouwd. Een plaats voor een autobus, een vrachtwagen, een personenwagen, een motorfiets… wordt dus steeds als één parkeerplaats beschouwd;
    • worden plaatsen die uitsluitend voor bromfietsen (< 50 cc) en elektrische fietsen bestemd zijn, uitgesloten van rubriek 150 en worden zij dus niet in aanmerking genomen bij de berekening van de drempel.
  • Voor de toepassing van rubriek 151:
    • om de drempel te berekenen: worden alle parkeerplaatsen voor een motorvoertuig (ongeacht hun afmetingen) als parkeerplaatsen beschouwd. Een plaats voor een autobus, een vrachtwagen, een personenwagen, een motorfiets… wordt dus steeds als één parkeerplaats beschouwd;
    • worden plaatsen die uitsluitend voor bromfietsen (< 50 cc), elektrische fietsen bestemd zijn en remises (parkings) voor treinen, trams en metro's, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de drempel voor deze rubriek;
    • wordt een autobewaarplaats als een opslagplaats voor gebruikte voertuigen beschouwd en niet als een parkeerterrein.
  • Voor de toepassing van rubriek 172 :
    • De golfterreinen, sportstadia, stadsparken, speelpleinen, dierentuinen en musea zijn uitgesloten van de rubriek 172
    • De thematische tentoonstellingen, kermissen, jaarmarkten, circussen en andere attracties die zich tijdelijk vestigen op een site die niet specifiek voor dit doeleinde bestemd is, zijn uitgesloten van de rubriek 172
    • De inrichtingen waarvan de oppervlakte kleiner is dan 1 ha zijn uitgesloten van de rubriek 172



Toegankelijkheidsverklaring | Voor meer informatie : Info-Leefmilieu