Leefmilieu Brussel - BIM (Brussels Instituut voor Milieubeheer)

Wijzigingen in de lijst van ingedeelde inrichtingen vanaf 20/04/2019


Betrokken besluiten :

  • Brudalex - Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen;
  • Besluit versterkte muziek - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 januari 2017 tot vaststelling van de voorwaarden voor het verspreiden van versterkt geluid in voor publiek toegankelijke inrichtingen;
  • Besluit MCP -Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 januari 2018 betreffende de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties;
  • Besluit blusgassen - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 april 2019 betreffende gastanks en -flessen voor blusgassen, verbonden met een automatisch blussysteem, en tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de lijst van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, II, IC, ID, II en III tot uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;
  • Besluit frigos - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 november 2018 betreffende de voorwaarden tot exploitatie van de koelinstallaties;
  • Besluit grondwaterwinningen - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 8 november 2018 inzake grondwaterwinningen en open geothermische systemen;
  • Ordonnantie tot wijziging van BWRO en OMV - Ordonnantie van 30 november 2017 tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en tot wijziging van aanverwante wetgevingen

Voor elke omschrijving die op een (*) eindigt, kijk onderaan de pagina om de bijkomende informatie voor deze rubriek te consulteren.

Version française




Datum van update: 30/08/2019 15:38 (381 resultaten)




Vroegere rubriekVroegere klasseVroegere benamingRubriek vanaf 20/04/2019Klasse vanaf 20/04/2019Benaming van toepassing vanaf 20/04/2019Verklaring in verband met de wijziging van de rubriek
11B
Slachthuizen (openbare en particuliere) voor gevogelte en andere kleine dieren, voor slachtdieren en andere grote dieren
11BSlachthuizenEr is volstrekt geen reden om te spreken van openbare en particuliere slachthuizen, omdat deze rubriek van toepassing is op beide. Diezelfde redenering gaat ook op voor de toelichting van de beoogde dieren, omdat zowel grote als kleine dieren deel uitmaken van deze rubriek.
21BWerkplaatsen voor het vervaardigen, de assemblage of het herstel van elektrische accumulatoren Deze rubriek is overbodig vermits het vervaardigen, de assemblage of het herstel van dit soort inrichtingen onder andere rubrieken zijn opgenomen (met name de werkplaatsen voor metaalbewerking, mechanische bewerking
33Stationaire batterijen waarvan het product van het vermogen, uitgedrukt in Ah, vermenigvuldigd met de spanning uitgedrukt in V, hoger ligt dan 10.000. Vaste inrichtingen voor de heroplading van accumulatoren met behulp van toestellen met een vermogen van meer dan 5kW33Stationaire batterijen van accumulatoren en UPS-eenheden (Uninterruptible Power Supply) verbonden met eenzelfde circuit en waarvan het product van het vermogen, uitgedrukt in Ah, en de spanning van de klemmen, uitgedrukt in V, hoger is dan 10.000Doel van deze wijziging is de technische termen te actualiseren; verder geeft de wijziging ook aan dat ook de UPS-eenheden zijn betrokken. (UPS - Uninterruptible Power Supply)

De schrapping van de inrichtingen voor de heroplading wordt gepland, omdat deze inrichtingen geen enkele plaatselijke milieu-impact veroorzaken. De impact inzake elektriciteit is immers gedecentraliseerd.
4-A1BInrichtingen voor de winning, de bewerking van asbest, met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 200 t/jaar geschrapt (samengevoegd onder rubriek 201 1A)
5-A1BInrichtingen voor de productie van asbesthoudende producten en voorwerpen, met uitzondering van remvoeringen en producten uit asbestcement, met een productie kleiner dan of gelijk aan 50 t asbest/jaar geschrapt (samengevoegd onder rubriek 201 1A)
6-A1BInrichtingen voor de productie of de behandeling van asbesthoudende remvoeringen, met een productie lager dan of gelijk aan 50 t asbest/jaar geschrapt (samengevoegd onder rubriek 201 1A)
71BOpslagplaatsen voor asbest in de vorm van vrij mineraal71BOpslagplaatsen voor asbest in de vorm van vrij mineraal 
8-A1BInrichtingen voor de productie van asbestcement of producten die asbestcement bevatten, met een productie lager dan 20.000 t afgewerkte producten per jaar geschrapt (samengevoegd onder rubriek 201 1A)
92Inrichtingen voor de verkoop van dieren (met uitzondering van vissen) Deze rubriek wordt geschrapt omdat de verkoop van dieren al door een andere specifieke reglementering wordt geregeld (Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren).
De milieuhinder veroorzaakt door deze activiteit kan enkel ontstaan tijdens het houden van deze dieren en in de speciaalzaken die reeds door rubriek 10 worden beoogd.
10-A3De kweek, de opvang, het hoeden of het houden (met uitzondering van verkoop in een winkel) van dieren, met uitzondering van de vogels uit rubriek 115, de bijen uit rubriek 133 en vissen a) van 6 tot 30 kleine dieren of van 1 grote10-A3De kweek, de opvang, het hoeden of het houden van dieren met uitzondering van de vogels die zijn opgenomen in rubriek 115, de bijenkorven waarvan sprake is in rubriek 133 en de vissen:
a) van 6 tot en met 30 kleine dieren (honden, katten, konijnen, chinchilla's, hangbuikzwijnen, nertsen, schapen, geiten en dwerggeiten, slangen, pluimvee, …) of 1 groot dier (paarden, pony's, ezels, koeien, damherten, varkens, zeugen, ...)
Om rekening te houden met de schrapping van rubriek 9 werden deze drie rubrieken gewijzigd. Enerzijds wordt de uitzondering van verkoop in een winkel geschrapt en anderzijds wordt duidelijkheidshalve toegelicht welke dieren onder deze rubriek precies worden bedoeld.
10-B2De kweek, de opvang, het hoeden of het houden (met uitzondering van verkoop in een winkel) van dieren, met uitzondering van de vogels uit rubriek 115, de bijen uit rubriek 133 en vissen b) van 31 tot 300 kleine dieren of van 2 tot 30 grote10-B2De kweek, de opvang, het hoeden of het houden van dieren met uitzondering van de vogels die zijn opgenomen in rubriek 115, de bijenkorven waarvan sprake is in rubriek 133 en de vissen:
b) van 31 tot en met 300 kleine dieren (honden, katten, konijnen, chinchilla's, hangbuikzwijnen, nertsen, schapen, geiten en dwerggeiten, slangen, pluimvee, …) of van 2 tot en met 30 grote dieren (paarden, pony's, ezels, koeien, damherten, varkens, zeugen, ...)
zie 10A
10-C1BDe kweek, de opvang, het hoeden of het houden (met uitzondering van verkoop in een winkel) van dieren, met uitzondering van de vogels uit rubriek 115, de bijen uit rubriek 133 en vissen
c) van meer dan 300 kleine dieren of van meer dan 30 grote dieren, maar van minder dan 3000 mestvarkens van meer dan 30 kg of dan 900 zeugen
10-C1BDe kweek, de opvang, het hoeden of het houden van dieren met uitzondering van de vogels die zijn opgenomen in rubriek 115, de bijenkorven waarvan sprake is in rubriek 133 en de vissen:
c) van meer dan 300 kleine dieren (honden, katten, konijnen, chinchilla's, hangbuikzwijnen, nertsen, schapen, geiten en dwerggeiten, slangen, pluimvee, …)
of van meer dan 30 grote dieren (paarden, pony's, ezels, koeien, damherten, varkens, zeugen, ...) maar minder dan 900 zeugen of minder dan 3.000 opfokvarkens van meer dan 30 kg
zie 10A
111BDierentuinen, dierenparken die openstaan voor het publiek, met uitzondering van circussen en rondtrekkende tentoonstellingen met tijdelijke exploitatie Doel van deze rubriek was het beheer van de milieuhinder veroorzaakt door het houden van dieren in een dierentuin. Maar die activiteit is in ieder geval in rubriek 10 inbegrepen (die zelfs van toepassing is op circussen).
12-A2Inrichtingen voor het wassen van voertuigen of van hun aanhangwagens :- manueel wassen(met inbegrip van het manueel wassen met behulp van een hogedrukreiniger) met uitzondering van «zelf-bedieningsinrichtingen»12-A2Inrichtingen voor het wassen van motorvoertuigen (met uitzondering van boten) of van hun aanhangwagens:
- manueel wassen (met inbegrip van het manueel wassen met behulp van een hogedrukreiniger en het droog wassen) met uitzondering van zelf-bedieningsinrichtingen (*)
Beide rubrieken worden op twee vlakken gewijzigd: Duidelijkheidshalve wordt voertuigen vervangen door motorvoertuigen omdat het net motorvoertuigen zijn die een reële impact hebben op het milieu. Dit impliceert dat boten worden uitgesloten, omdat die omstandigheden niet kunnen worden gecontroleerd en omdat boten op natuurlijke wijze tijdens het varen worden gewassen.
Ook het droog wassen wordt ingedeeld omdat daarbij (gevaarlijke) reinigingsproducten worden gebruikt en daarbij afval ontstaat dat via een milieuvergunning moet worden beheerd.
12-B1BInrichtingen voor het wassen van voertuigen of van hun aanhangwagens: manueel wassen in het kader van «zelfbediening», automatisch of mechanisch wassen, het weghalen van de beschermingslaag (ontparaffineren, ontwaxen)12-B1BInrichtingen voor het wassen van motorvoertuigen (met uitzondering van boten) of van hun aanhangwagens:
- manueel wassen in het kader van zelfbediening, automatisch of mechanisch wassen, het weghalen van de beschermingslaag (ontparaffineren, ontwaxen) (*)
zie 12A
13-A2Werkplaatsen voor het plaatsen van hulpstukken voor voertuigen (open dak,beglazing, schokdempers, alarm-installaties,air-conditioning, hifi,..),werkplaatsen voor het onderhoud (olieverversing, afstellen van de motor,afstellen van de stuurgeometrie,vervangen van banden, schokdempers,...), voor het uittesten, het demonteren, het herstellen van motorvoertuigen, met een drijfkracht : kleiner dan of gelijk aan 20kW13-A2Werkplaatsen voor het plaatsen van mechanische, elektrische of elektronische hulpstukken (open daken, alarmsystemen, airconditioning, hifi, ...) op motorvoertuigen;
Werkplaatsen voor het onderhoud (olieverversing, afstellen van de motor, afstellen van de stuurgeometrie, vervangen van banden, schokdempers, ruiten, ...), voor het testen en het herstellen van motorvoertuigen (met uitzondering van lakwerk);
met een drijfkracht:
a) kleiner dan of gelijk aan 20 kW (*)
De wijziging van deze twee subrubrieken betreft hoofdzakelijk toelichtingen, met name bij het type hulpstukken of bij de omvang van het onderhoud van de voertuigen. Het lakwerk wordt uitgesloten omdat dit reeds onder rubriek 138 is opgenomen. Ook het demonteren is opgenomen onder de herstelactiviteit of onder rubriek 161 depollutiecentrum.
13-B1BWerkplaatsen voor het plaatsen van hulpstukken voor voertuigen (open dak,beglazing, schokdempers, alarm-installaties,air-conditioning, hifi,..),werkplaatsen voor het onderhoud (olieverversing, afstellen van de motor,afstellen van de stuurgeometrie,vervangen van banden, schokdempers,...), voor het uittesten, het demonteren, het herstellen van motorvoertuigen, met een drijfkracht groter dan 20 Kw13-B1BWerkplaatsen voor het plaatsen van mechanische, elektrische of elektronische hulpstukken (open daken, alarmsystemen, airconditioning, hifi, ...) op motorvoertruigen;
Werkplaatsen voor het onderhoud (olieverversing, afstellen van de motor, afstellen van de stuurgeometrie, vervangen van banden, schokdempers, ruiten, ...), voor het testen en het herstellen van motorvoertuigen (met uitzondering van lakwerk);
met een drijfkracht:
b) groter dan 20 kW (*)
zie 13A
14-A2Sauna's, badinrichtingen, met uitzondering van inrichtingen voor uitsluitend privé-gebruik of - georganiseerde zwemgele-genheden, zwembaden (behalve zwembaden uitsluitend voor privé-gebruik) met een kuipoppervlakte van minder dan of gelijk aan 200 m²14-A2Zwembaden en andere baden (met uitzondering van zwembaden en baden uitsluitend voor privégebruik) met een kuipoppervlakte van minder dan of gelijk aan 200 m² (*)De sauna's en hamams en de openbare douches worden van rubriek 14 uitgesloten omdat hun impact op het milieu en de openbare veiligheid miniem is. Verdrinkingsgevaar is onbestaande omdat er geen bad of kuip is. Er worden geen chemische producten voor het behandelen van het water gebruikt of opgeslagen, en dus hoeft de waterkwaliteit zoals bij bubbelbaden bijvoorbeeld niet te worden gecontroleerd.
14-B1BZwembaden met een kuipoppervlakte van meer dan 200 m²14-B1BZwembaden met een kuipoppervlakte van meer dan 200 m² (*) 
151BBeton-, mortel-, of pleistercentrales151BBeton-, mortel-, of pleistercentrales 
16-A2Fabrieken van blokken, tegels, platen, buizen, bakstenen, enz., uit beton of cement, (met uitzondering van producten uit asbestcement of producten die asbest bevatten), behalve de werkplaatsen opgenomen in rubriek 43 met een drijfkracht: kleiner dan of gelijk aan 20kW16-A2Fabrieken van blokken, tegels, platen, buizen, bakstenen, enz., uit beton of cement
Inrichtingen voor het fabriceren van keramische producten door middel van verhitting, met name dakpannen, bakstenen (gewone of vuurvaste), tegels, aardewerk of porselein
en met een drijfkracht van 2 tot en met 20 kW
De geplande wijziging beoogt enkel het overnemen van het opschrift dat werd vastgelegd door de richtlijn inzake industriële emissies (RIE), en de huidige rubriek samen te voegen met rubriek 43 (Werkplaatsen voor het bakken van voorwerpen in klei, pleister of gelijkaardig materiaal). Dit onderscheid is vanuit een milieustandpunt inderdaad niet pertinent.

16-B1BFabrieken van blokken, tegels, platen, buizen, bakstenen, enz., uit beton of cement, (met uitzondering van producten uit asbestcement of producten die asbest bevatten), behalve de werkplaatsen opgenomen in rubriek 43 met een drijfkracht: groter dan 20kW16-B1BFabrieken van blokken, tegels, platen, buizen, bakstenen, enz., uit beton of cement
Inrichtingen voor het fabriceren van keramische producten door middel van verhitting, met name dakpannen, bakstenen (gewone of vuurvaste), tegels, aardewerk of porselein
en met een drijfkracht groter dan 20 kW
zie 16A
17-A2Opslagplaatsen voor bitumen, pek, teer, asfalt : van 5 tot en met 50 ton17-A2Opslagplaatsen voor bitumen, pek, teer, asfalt met een totale capaciteit op de site van 5 tot en met 50 tonHet inlassen van deze bewoordingen heeft tot doel te verduidelijken dat de totale capaciteit op de site neerkomt op het samentellen van de verschillende opslaplaatsen.
17-B1BOpslagplaatsen voor bitumen, pek, teer, asfalt : van meer dan 50 ton17-B1BOpslagplaatsen voor bitumen, pek, teer, asfalt met een totale capaciteit op de site van meer dan 50 ton 
18-A2Werkplaatsen voor houtbewerking en voor de fabricage van artikelen uit hout of gerestaureerd hout, met een drijfkracht: kleiner dan of gelijk aan 20 kW18-A2Werkplaatsen voor houtbewerking en voor de fabricage van artikelen uit hout of gerestaureerd hout, met een drijfkracht van 2 tot en met 20 kW (*)Door een minimumdrempel toe te voegen wil men vermijden dat alle kleine werkplaatsen zonder impact van het type "ludieke werkplaatsen" worden ingedeeld...
18-B1BWerkplaatsen voor houtbewerking en voor de fabricage van artikelen uit hout of gerestaureerd hout, met een drijfkracht: groter dan 20 kW18-B1BWerkplaatsen voor houtbewerking en voor de fabricage van artikelen uit hout of gerestaureerd hout, met een drijfkracht groter dan 20 kW (*) 
19-A2Opslagplaatsen voor artikelen in hout, gezaagd hout of stukken hout (behalve de meubelzaken) met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : van meer dan 100 m² tot en met 2.000 m²19-A2Opslagplaatsen voor artikelen in hout, gezaagd hout of stukken hout (behalve de meubelzaken) met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte van meer dan 100 m² tot en met 2.000 m² 
19-B1BOpslagplaatsen voor artikelen in hout, gezaagd hout of stukken hout (behalve de meubelzaken) met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : van meer dan 2.000 m²19-B1BOpslagplaatsen voor artikelen in hout, gezaagd hout of stukken hout (behalve de meubelzaken) met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte van meer dan 2.000 m² 
20-A2Kuipen voor het afbijten van meubelen of voorwerpen uit hout met een totale inhoud van minder dan 200 liter20-A2Kuipen voor het afbijten van meubelen of voorwerpen uit hout met een totale inhoud van minder dan 200 liter 
20-B1BKuipen voor het afbijten van meubelen of voorwerpen uit hout met een totale inhoud groter dan of gelijk aan 200 liter. Houtdrenking20-B1BKuipen voor het afbijten van meubelen of voorwerpen uit hout met een totale inhoud groter dan of gelijk aan 200 liter
Drenking van hout en van hout afgeleide producten
Dit betreft een puur formele wijziging die enkel tot doel heeft de overeenstemming met de Europese terminologie in de richtlijn inzake industriële emissies (RIE) te verzekeren.
21-A2Werkplaatsen voor de bereiding, de conditionering van dranken , behalve de inrichtingen opgenomen in rubriek 24, met een drijfkracht :kleiner dan of gelijk aan 20 kW21-A2Werkplaatsen voor de bereiding en de conditionering van dranken, bierbrouwerijen, mouterijen, stokerijen en werkplaatsen waar bijbehorende activiteiten plaatsvinden met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kWDeze wijziging voegt rubriek 24 met onderhavige rubriek samen. In de praktijk stellen we vast dat er voor het milieu geen enkel belang bestaat om brouwerijen te onderscheiden van andere werkplaatsen voor de bereiding en de conditionering van dranken. Anderzijds laat dit eveneens toe om de micro-brouwerijen onder te brengen in klasse 2 (gezien hun heel beperkte impact).
21-B1BWerkplaatsen voor de bereiding, de conditionering van dranken , behalve de inrichtingen opgenomen in rubriek 24, met een drijfkracht :groter dan 20 kW21-B1BWerkplaatsen voor de bereiding en de conditionering van dranken, bierbrouwerijen, mouterijen, stokerijen en werkplaatsen waar bijbehorende activiteiten plaatsvinden met een drijfkracht groter dan 20 kWzie 21A
22-A2Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m²22-11COpslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m²Wijziging via Brudalex : Vroeger werden enkel slib dat beschouwd werd als 'niet gevaarlijk afval' geklasseerd in deze rubriek 22. Het slib 'gevaarljik afval' werd geklasseerd in de rubriek voor de opslagplaatesn van gevaarlijk afval (rubriek 45). Het is logischer grond en slib te classeren in functie van de interventienormen (vervuild of niet vervuild). Voor grond wordt er een onderdrempel voorzien om te vermijden dat kleine opslagplaatsen geklasseerd moeten worden.
22-B1BOpslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m²22-21BOpslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m²zie 22-2
   22-3A2Verwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond tot en met 1000 t/jaarWijziging via Brudalex : Alle verwerkingsoperaties van grond en slib, met inbegrip van hergroepering en sorteren, zijn in deze rubriek geklasseerd. Alle TOP (tijdelijke opslagcentra voor gronden) zijn geklaseerd in deze rubriek. Deze operaties waren vroeger geklasseerd in de rubrieken, 44, 46 en 48.
   22-3B1BVerwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond van meer dan 1000 t/jaarWijziging via Brudalex : Alle verwerkingsoperaties van grond en slib, met inbegrip van hergroepering en sorteren, zijn in deze rubriek geklasseerd. Alle TOP (tijdelijke opslagcentra voor gronden) zijn geklaseerd in deze rubriek. Deze operaties waren vroeger geklasseerd in de rubrieken, 44, 46 en 48.
23-A2Werkplaatsen voor brood-, banket- en koekjesbakkerijen, met een drijfkracht tussen 2 tot en met 20 kW23-A2Werkplaatsen voor brood-, banket- en koekjesbakkerijen, met een drijfkracht tussen 2 tot en met 20 kW 
23-B1BWerkplaatsen voor brood-, banket- en koekjesbakkerijen, met een drijfkracht groter dan 20 kW23-B1BWerkplaatsen voor brood-, banket- en koekjesbakkerijen, met een drijfkracht groter dan 20 kW 
241BBierbrouwerijen, mouterijen en distilleerderijen en werkplaatsen waar bijbehorende activiteiten plaatsvinden Geschrapt (samengevoegd met rub 21)
25-A2Wasserijen : met een drijfkracht van 2 tot en met 20 kW met toestellen die uitsluitend door de klanten worden gebruikt25-A2Wasserijen, zelfwasserijen waarvan het totale elektrische vermogen tussen 10 en 100 kW bedraagt

Manuele ontvlekking met oplosmiddelen (*)
Aan deze rubriek werden twee wijzigingen aangebracht. Enerzijds werd het criterium "die uitsluitend door de klanten worden gebruikt" opgeheven omdat dit geen enkele impact heeft op de milieuhinder die deze inrichtingen veroorzaken. Dit criterium was waarschijnlijk ingegeven door een wil om de wasserijen van hotels, van homes en van ziekenhuizen uit te sluiten. Die exploitaties worden overigens niettemin als geheel ingedeeld en worden dus niet langer enkel ingedeeld volgens hun wasserij. Omdat bovendien de indelingsdrempel werd verhoogd, moeten wasserijen van dit exploitatietype niet langer worden ingedeeld. Tot slot wordt verduidelijkt wat onder wasserij moet worden begrepen, namelijk dat het een instelling betreft waar wasgoed wordt gereinigd. Hierdoor kunnen de wasserijen van homes, ziekenhuizen, enz. definitief worden uitgesloten.

Anderzijds werden de drempels gewijzigd: immers de indeling van wasserijen vanaf 2 kW is zinloos omdat een huishoudelijke wasmachine reeds tussen de 1 en 2 kW haalt…
Er werd dus een indelingsdrempel van 10 kW vastgelegd.
Die lagere drempel laat toe om alle wassalons in te delen (wassalons beschikken immers over minstens 4 of 5 wasmachines of droogkasten - "industriële" machines halen tussen de 3 en 20 kW).

Het vermogen dat voor de indeling in aanmerking moet worden genomen, is doorgaans het totale elektrisch vermogen en niet de drijfkracht van de aandrijfmotor die we op de technische fiches en op de typeaanduidingslabels van de machines aantreffen. Het nieuwe opschrift omvat dus het totale elektrisch vermogen.

Het manueel ontvlekken met oplosmiddelen (gebruikelijke afwerking van kwaliteitsstomerijen) moet eveneens worden omkaderd (VOS). Om te vermijden dat deze activiteit "overgaat" naar de klasse "droogkuisen", wat niet aangewezen is, werd ze opgenomen onder rubriek 25 A.
25-B1BWasserijen : met een drijfkracht groter dan 2 kW maar die niet uitsluitend door de klanten worden gebruikt, of met een drijfkracht van meer dan 20 kW25-B1BWasserijen, zelfwasserijen waarvan het totale elektrische vermogen meer dan 100 kW bedraagt (*)Zie 25A
26-A1BGroeven (voor zand, klei, turf) en dagbouwmijnen met een terreinoppervlakte kleiner dan of gelijk aan 25 ha26-A1BGroeven (voor zand, klei, turf) en dagbouwmijnen met een terreinoppervlakte kleiner dan of gelijk aan 25 ha 
27-1A1CWerven voor het saneren van asbesthoudende gebouwen of kunstwerken met inbegrip van de aanhorige inrichtingen (uitgezonderd inrichtingen die asbestafval thermisch of chemisch behandelen) :
- werven voor de inkapseling van 20 tot 120 m² materiaal in broos asbest in goede staat (met uitzondering van spuitasbest);
- werven voor de zuivere demontage van 120 m² of meer materiaal in niet-broos asbest in goede staat (met uitzondering van materiaal van het Pical -type);
- werven voor de verwijdering van 120 m² of meer asbesthoudende vinyltegels;
- werven voor de verwijdering van 5 tot 20 m warmteisolerend asbesthoudend materiaal in goede staat rond buizen, met de couveusezakmethode;
- werven voor de venvijdering van 5 tot 20 m asbesthoudend touw in goede staat, met de couveusezakmethode of elke andere techniek die het mogelijk maakt het risico dat asbestvezels vrijkomen zoveel mogelijk te beperken (impregnatie, afzuiging, enz.);
- werven voor de verwijdering van 20 m² of meer van elke toepassing in goede staat, van het Pical -type (of in broos asbest), waarbij het broos materiaal wordt ingekapseld of waarvan de asbesthoudende oppervlakten in goede staat zijn en voorafgaand aan de demontage volledig kunnen worden bedekt met een hermetische verpakking, zonder dat hierbij asbestvezels
vrijkomen;
27-1A1CWerven voor het saneren van asbesthoudende gebouwen of kunstwerken met inbegrip van de aanhorige inrichtingen (uitgezonderd inrichtingen die asbestafval thermisch of chemisch behandelen)
- werven voor de inkapseling van 20 tot 120 m² materiaal in broos asbest in goede staat (met uitzondering van spuitasbest);
- werven voor de zuivere demontage van 120 m² of meer materiaal in niet-broos asbest in goede staat (met uitzondering van materiaal van het Pical-type);
- werven voor de verwijdering van 120 m² of meer asbesthoudende vinyltegels;
- werven voor de verwijdering van 5 tot 20 m warmte-isolerend asbesthoudend materiaal in goede staat rond buizen, met de couveusezakmethode;
- werven voor de verwijdering van 5 tot 20 m asbesthoudend touw in goede staat, met de couveusezakmethode of elke andere techniek die het mogelijk maakt het risico dat asbestvezels vrijkomen zoveel mogelijk te beperken (impregnatie, afzuiging, enz.);
- werven voor de verwijdering van 20 m² of meer van elke toepassing in goede staat, van het Pical-type (of in broos asbest), waarbij het broos materiaal wordt ingekapseld of waarvan de asbesthoudende oppervlakten in goede staat zijn en voorafgaand aan de demontage volledig kunnen worden bedekt met een hermetische verpakking, zonder dat hierbij asbestvezels vrijkomen;
 
27-1B1BWerven voor het saneren van asbesthoudende gebouwen of kunstwerken met inbegrip van de aanhorige inrichtingen (uitgezonderd inrichtingen die asbestafval thermisch of chemisch behandelen) :
- werven voor de inkapseling van meer dan 120 M2 materiaal in 1.13 broos asbest in goede staat;
- werven voor de inkapseling van materiaal in nietbroos asbest in slechte staat;
- werven voor de verwijdering van materiaal in nietbroos asbest in slechte staat of dat niet kan onderworpen worden aan zuivere demontage;
- werven voor de verwijdering van toepassingen van het Pical -type die niet beantwoorden aan de onder 27 1 °A opgenomen kenmerken;
- werven voor de verwijdering van asbesthoudende lijm, met uitzondering van de manuele verwijdering van minder dan 20 m2 asbesthoudende lijm;
- andere werven voor de verwijdering of de inkapseling van asbest met uitzondering van :
- de inkapseling van materialen in niet-broos asbest in goede staat;
- de verwijdering van asbesthoudende afdichtingen, brandwerende panelen, mastiek en remelementen;
- de inkapseling van minder dan 20 m2 materiaal in broos asbest in goede staat (met uitzondering van spuitasbest);
- de zuivere demontage van minder dan 120 m2 materialen in niet-broos asbest in goede staat (met uitzondering van materialen van het °Pical -type);
- de verwijdering met de couveusezakmethode van minder dan 5 m asbesthoudend warmte-isolerend materiaal in goede staat rond buizen;
- de verwijdering met de couveusezakmethode of elke andere techniek waardoor het risico dat asbestvezels vrijkomen zoveel mogelijk kan worden beperkt (impregnatie, afzuiging enz.), van minder dan 5 m asbesthoudend touw;
- de verwijdering van minder dan 20 m2 van elke toepassing in goede staat van het Pical -type (of in broos asbest) waarbij het asbesthoudend materiaal wordt ingekapseld en waarbij de asbesthoudende opperviakten in goede staat zijn en volledig kunnen worden bedekt met een hermetische verpakking voor de demontage ervan, zonder dat hierbij asbestvezels vrijkomen;
- de inkapseling van asbesthoudende lijm en/of asbesthoudende vinyltegels;
- de verwijdering van minder dan 120 m2 asbesthoudende vinyltegels
27-1B1BWerven voor het saneren van asbesthoudende gebouwen of kunstwerken met inbegrip van de aanhorige inrichtingen (uitgezonderd inrichtingen die asbestafval thermisch of chemisch behandelen):
- werven voor de inkapseling van meer dan 120 m² materiaal in broos asbest in goede staat;
- werven voor de inkapseling van materiaal in niet-broos asbest in slechte staat;
- werven voor de verwijdering van materiaal in niet-broos asbest in slechte staat of dat niet kan onderworpen worden aan zuivere demontage;
- werven voor de verwijdering van toepassingen van het Pical-type die niet beantwoorden aan de onder 27 1 °A opgenomen kenmerken;
- werven voor de verwijdering van asbesthoudende lijm, met uitzondering van de manuele verwijdering van minder dan 20 m² asbesthoudende lijm;
- andere werven voor de verwijdering of de inkapseling van asbest met uitzondering van:
- de inkapseling van materialen in niet-broos asbest in goede staat;
- de verwijdering van asbesthoudende afdichtingen, brandwerende panelen, mastiek en remelementen;
- de inkapseling van minder dan 20 m² materiaal in broos asbest in goede staat (met uitzondering van spuitasbest);
- de zuivere demontage van minder dan 120 m² materialen in niet-broos asbest in goede staat (met uitzondering van materialen van het Pical-type);
- de verwijdering met de couveusezakmethode van minder dan 5 m asbesthoudend warmte-isolerend materiaal in goede staat rond buizen;
- de verwijdering met de couveusezakmethode of elke andere techniek waardoor het risico dat asbestvezels vrijkomen zoveel mogelijk kan worden beperkt (impregnatie, afzuiging enz.), van minder dan 5 m asbesthoudend touw;
- de verwijdering van minder dan 20 m² van elke toepassing in goede staat van het Pical-type (of in broos asbest) waarbij het asbesthoudend materiaal wordt ingekapseld en waarbij de asbesthoudende oppervlakten in goede staat zijn en volledig kunnen worden bedekt met een hermetische verpakking voor de demontage ervan, zonder dat hierbij asbestvezels vrijkomen;
- de inkapseling van asbesthoudende lijm en/of asbesthoudende vinyltegels;
- de verwijdering van minder dan 120 m² asbesthoudende vinyltegels
 
27-2A1CWerven voor het saneren van een plaats waar afbraakmateriaal dat asbest bevat, aanwezig is :
- werven die bestaan uit het manueel scheiden van asbestcement van het besmette puin;
27-2A1CWerven voor het saneren van een plaats waar afbraakmateriaal dat asbest bevat, aanwezig is :
- werven die bestaan uit het manueel scheiden van asbestcement van het besmette puin;
 
27-2B1BWerven voor het saneren van een plaats waar afbraakmateriaal dat asbest bevat, aanwezig is :
- werven die bestaan uit het verzamelen zonder sorteren van het besmette puin.
27-2B1BWerven voor het saneren van een plaats waar afbraakmateriaal dat asbest bevat, aanwezig is:
- werven die bestaan uit het verzamelen zonder sorteren van het besmette puin.
 
27-31BWerven voor het ontstoffen van een oppervlakte van meer dan 20 m2, die zicht bevindt in een overdekte plaats en die gecontamineerd is met stof dat asbestvezels bevat.27-31BWerven voor het ontstoffen van een oppervlakte van meer dan 20 m², die zich bevindt in een overdekte plaats en die gecontamineerd is met stof dat asbestvezels bevat. 
283Werven voor : - de bouw, de verbouwing of de afbraak van gebouwen buiten het openbare wegennet waarbij installaties worden gebruikt met een totale drijfkracht van meer dan 50 kW, met inbegrip van de installaties die onder andere rubrieken vallen (uitgezonderd de thermische of chemische in situ behandeling van gevaarlijke afvalstoffen); - de afbraak van een gebouw of een kunstwerk met een brutooppervlakte van meer dan 500 m², waarvan de bouwvergunning is afgeleverd voor 1 oktober 1998; - de verbouwing van een opperviakte van meer dan 500 m² van een gebouw of een kunstwerk waarvan de bouwvergunning is afgeleverd voor 1 oktober 1998.28-13Werf voor:
- de bouw, de verbouwing of de afbraak van gebouwen buiten het openbare wegennet of kunstwerken waarbij installaties worden gebruikt met een totale drijfkracht van meer dan 50 kW;
- de verbouwing of afbraak met een bruto oppervlakte van meer dan 500 m² van een gebouw, een kunstwerk of een leiding waarvan de bouwvergunning is afgeleverd voor 1 oktober 1998;
met inbegrip van de inrichtingen begrepen in andere rubrieken met uitzondering van :
- de in-situ afvalverwijderingsinrichting,
- de opslagplaats voor springstoffen,
- saneringswerven
- boringen en grondwaterwinningen
Wijziging via brudalex en besluit waterwinningen : de rubriek is herschreven om ze beter leesbaar te maken. De punten "verbouwing" en "afbraak" werden samengevoegd. De interpretatie van deze rubriek wordt gedaan via een ministeriële omzendbrief.
 3 28-23Rioolrenovatiewerven met kousmethode waarbij gebruik gemaakt wordt van polymeer (met uitzondering van herstellen van aftakleidingen)Brudalex : De werven waarbij voor de bekleding (of coating) van rioleringen polymeren worden gebruikt, worden voortaan ingedeeld omwille van hun impact op het milieu en op het vlak van geur.
291BBodemsaneringswerven of werven voor het nemen van vrijwaringsmaatregelen met inbegrip van de ingedeelde inrichtingen die voor het saneren nodig zijn (maar met uitzondering van fysico-chemische behandeling van afvalstoffen)291BBodemsaneringswerven of werven voor het nemen van vrijwaringsmaatregelen met inbegrip van de ingedeelde inrichtingen die voor het saneren nodig zijn (maar met uitzondering van fysico-chemische behandeling van afvalstoffen) 
30-A2Werkplaatsen voor de fabricage, de herstelling en het onderhoud van schoeisel en pantoffels of delen daarvan, met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan
20 kW
30-A2Werkplaatsen voor de fabricage, de herstelling en het onderhoud van schoeisel en pantoffels of delen daarvan, met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW 
30-B1BWerplaatsen voor de fabricage, de herstelling en het onderhoud van schoeisel en pantoffels of delen daarvan, met een drijkracht groter dan 20 kW30-B1BWerkplaatsen voor de fabricage, de herstelling en het onderhoud van schoeisel en pantoffels of delen daarvan, met een drijfkracht groter dan 20 kW 
311BKalkovens, cementfabrieken311BProductie van cement en kalk (kalk-, cementovens). Productie van magnesiumoxide in ovensHet opschrift van deze rubriek werd gewijzigd om in overeenstemming te zijn met de richtlijn inzake industriële emissie (RIE). De productie van magnesiumoxide werd eveneens op basis van deze richtlijn toegevoegd.
321BOverdekte omlopen, overdekte race- of trainingsbanen voor voertuigen met ontploffingsmotoren met inbegrip van kartings, met uitsluiting van omlopen die in hun geheel op verkeerswegen liggen321BOverdekte omlopen, overdekte race- of trainingsbanen voor voertuigen met ontploffingsmotoren met inbegrip van kartings, met uitsluiting van omlopen die in hun geheel op verkeerswegen liggen 
331BInrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanken die gevaarlijke stoffen (in de zin van art. 723bis van het A.R.A.B.) hebben bevat331BInrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanks die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap H)Wijziging via Brudalex
34-A1BCokesfabrieken, industriële inrichtingen voor het chemisch omzetten van vaste, niet in rubriek 39 bedoelde brandstoffen, tot en met 500 ton/dag34-A1BCokesfabrieken, industriële inrichtingen voor het chemisch omzetten van vaste, niet in rubriek 39 bedoelde brandstoffen, tot en met 500 ton/dag 
35-A2Werkplaatsen voor het bereiden van lijm op basis van stoffen van dierlijke of plantaardige oorsprong, met een drijfkracht : kleiner dan of gelijk aan 20 kW Deze rubriek werd louter om praktische redenen met rubriek 155 samengevoegd, omdat er geen enkel belang meer bestaat om voor de lijmen een onderscheid te maken.
35-B1BWerkplaatsen voor het bereiden van lijm op basis van stoffen van dierlijke of plantaardige oorsprong, met een drijfkracht : groter dan 20 kW zie 35A
36-A2Lijmopslagplaatsen met een totale capaciteit : tussen 5 tot en met 50 ton Deze rubrieken hadden tot doel de hinder te beheren die kon worden veroorzaakt door een inrichting voor de productie van lijm die behoort tot de gevaarlijke stoffen. Als de lijm in kwestie een gevaarlijke stof is, wordt ze opgenomen onder rubriek 121.
Betreft het daarentegen geen gevaarlijke stof, dan is het zinloos om de lijm in te delen.
36-B1BLijmopslagplaatsen met een totale capaciteit : groter dan 50 ton zie 36A
37-A2Inrichtingen voor de verwerking en mechanische omzetting van vaste brandstoffen, met een drijfkracht: tussen 2 tot en met 20 kW en die minder dan 7 mensen tewerkstellen37-A2Inrichtingen voor de verwerking en mechanische omzetting van vaste brandstoffen, met een drijfkracht van 2 tot en met 20 kWDeze wijziging beoogt de opheffing van het verouderde criterium van 7 personen. Dit onderscheid is niet pertinent ten aanzien van de milieuhinder die door de betrokken inrichtingen kan worden veroorzaakt. Afgezien van de moeilijkheid om dit criterium feitelijk te beheersen, kan het ertoe leiden dat kleine ondernemingen in ontwikkeling hierdoor worden gestraft. Immers zodra een onderneming zich ontwikkelt en meer dan 7 personen tewerkstelt, moeten de betrokken inrichtingen in het bezit zijn van een vergunning type 1B (de procedure daarvoor is complexer en neemt meer tijd in beslag. Het schrappen van dit criterium schept ruimte voor een administratieve vereenvoudiging met een aanzienlijke vermindering van de administratieve lasten voor de bestuurden.
37-B1B- Inrichtingen voor de verwerking en mechanische omzetting van vaste brandstoffen, met een drijfkracht : groter dan 20 kW of die 7 of meer mensen tewerkstellen
- Industrieel briketteren van steenkool en bruinkool
37-B1B- Inrichtingen voor de verwerking en mechanische omzetting van vaste brandstoffen, met een drijfkracht groter dan 20 kW
- Industrieel briketteren van steenkool en bruinkool
zie 37A
38-A2Opslagplaatsen voor vaste brandstoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : tussen 100 tot en met 2.000 m²38-A2Opslagplaatsen voor vaste brandstoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte van 100 tot en met 2.000 m² 
38-B1BOpslagplaatsen voor vaste brandstoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : groter dan 2.000 m²38-B1BOpslagplaatsen voor vaste brandstoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte: groter dan 2.000 m² 
39-A1BIndustriële inrichtingen voor het vergassen en vloeibaar maken van alle koolstofhoudende producten tot 500 t/dag39-A1BIndustriële inrichtingen voor het vergassen en vloeibaar maken van alle koolstofhoudende producten tot 500 t/dag 
40-A3Verbrandingsinrichtingen (met uitzondering van inrichtingen vermeld in de rubrieken 31, 42, 43, 50, 216 en 219) met een nominaal warmtevermogen van 100 kW tot 1 MW, wanneer ze voor het verwarmen van lokalen zijn bestemd en met een op het bedrijfsterrein globaal vermogen dat niet hoger ligt dan 20 MW40-A3Verbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair water zijn bestemd, en wanneer de som van de vermogens per verwarmingslokaal lager is dan 1 MW.
Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
Wijziging via besluit MCP
40-B2Verbrandingsinrichtingen (met uitzondering van inrichtingen vermeld in de rubrieken 31, 42, 43, 50, 216 en 219) met een nominaal warmtevermogen: van 100 kW tot 20 MW wanneer ze niet voor het verwarmen van lokalen zijn bestemd, van meer dan 1 MW tot 20 MW wanneer ze voor het verwarmen van lokalen zijn bestemd. wanneer het globaal vermogen op het bedrijfsterrein niet hoger ligt dan 20 MW40-B2Verbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair warm water zijn bestemd, en wanneer de som van de vermogens per verwarmingslokaal gelijk of hoger is dan 1 MW.
Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
Wijziging via besluit MCP
   40-C2Verbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze niet voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair warm water zijn bestemd.
Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
Wijziging via besluit MCP
40-C1BVerbrandingsinrichtingen (met uitzondering van inrichtingen vermeld in de rubrieken 31, 42, 43, 50, 216 en 219) op een bedrijfsterrein waar het globaal vermogen van de verbrandingsinrichtingen begrepen tussen 20 MW en 300 MW40-D1BVerbrandingsinrichtingen, motoren met inwendige verbranding, turboreactoren en gasturbines met een nominaal ingangsvermogen op de site van 20 MW tot en met 300 MWWijziging via besluit MCP
41-A2Composteercentra met een capaciteit van 10 tot en met 1000 t/jaar41-1A2Composteringscentra met een voor afvalverwerking bestemde totaal-oppervlakte : tussen 50 tot en met 2.000 m²Brudalex :deze rubriek maakt nu een onderscheid tussen een composteringsinstallatie en een biomethaniseringsinstallatie. Het is de bedoeling om de verschillende meeteenheden en drempels voor de verschillende rubrieken met betrekking tot afval te harmoniseren: m² of liter voor de opslagplaatsen, kW of t/jaar voor de verwerkingsinrichtingen.
41-B1BComposteercentra met een capaciteit van meer dan 1000 t/jaar41-1B1BComposteringscentra met een voor afvalverwerking bestemde totaal-oppervlakte : groter dan 2.000 m²zie 41-1-A
 1B 41-21BBiomethaniseercentrazie 41-1-A
421BCrematoria, inrichtingen waar lijken worden verbrand421BCrematoria, inrichtingen waar lijken worden verbrand 
43-A2Werkplaatsen voor het bakken van voorwerpen in klei, pleister of gelijkaardig materiaal met een drijfkracht : tussen 2 en 20 kW Inbegrepen in rubriek 16, Deze wijziging stroomlijnt de lijst van de ingedeelde inrichtingen; voor een grotere coherentie schaft ze deze rubrieken af en neemt ze ze op onder rubriek 16.
43-B1BWerkplaatsen voor het bakken van voorwerpen in klei, pleister of gelijkaardig materiaal met een drijfkracht : groter dan 20 kW zie 43A
   44-A3Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit tot en met 10t/jaarBrudalex : in deze rubriek wordt de term "recyclage" vervangen door "voorbereiding voor hergebruik". Deze rubriek omvat het sorteren van afvalstoffen en de eenvoudigehandelingen uitgevoerd op afvalstoffen om het hergebruik te promoten. Dit houdt bijvoorbeeld in: de controle op de werking van het afval dat men wil hergebruiken, de controle van de diepte van de bandengroeven,… De ordonnantie afvalstoffen definieert recyclagehandelingen veeleer als het geheel van verwerkingshandelingen van afvalstoffen, zoals breken tot granulaten, … Deze recyclagehandelingen met een kwaliteitsverandering van de afvalstoffen behoren tot de verwerking beoogd in rubrieken 46, 48 en 49.
44-A2Inrichtingen voor het sorteren en recycleren van afvalstoffen met een capaciteit : kleiner dan 1.000 t/jaar44-B2Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 10 tot en met 1000 t/jaarZie 44a
44-B1BInrichtingen voor het sorteren en recycleren van afvalstoffen met een capaciteit : tussen 1.000 tot en met 100.000 t/jaar44-C1BInrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaarzie 44A
45-A2Opslagplaatsen voor : - ongevaarlijke en niet-inerte afvalstoffen (niet-inerte afvalstoffen uit de industrie, uit de landbouw,...) doch geen elektrische en elektronische apparatuur met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte tussen 100 tot en met 2.000 m2 - gevaarlijke afvalstoffen (met uitzondering van de afvaloliën uit rubriek 80 en van de afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) met een capaciteit tussen 100 tot en met 500 kg45-1A2Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van 1 tot en met 5 m²Brudalex : in deze rubriek worden voortaan alle opslagplaatsen van gevaarlijke afvalstoffen gegroepeerd. Binnen de gevaarlijke afvalstoffen onderscheiden wij de vaste gevaarlijke afvalstoffen, de vloeibare ontvlambare gevaarlijke afvalstoffen, de vloeibare niet-ontvlambare gevaarlijke afvalstoffen en de afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. De rubriek 80 (de opslag voor afvaloliën) werd geschrapt en is vanaf nu opgenomen in rubriek 45. Niet gevaarlijk afval wordt geklasseerd in rubriek 47.
45-B1BOpslagplaatsen voor : - ongevaarlijke en niet-inerte afvalstoffen (niet-inerte afvalstoffen uit de industrie, uit de landbouw,...) doch geen elektrische en elektronische apparatuur met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte groter dan 2.000 m - gevaarlijke afvalstoffen (met uitzondering van de afvalolie uit rubriek Nr 80 en van de afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) met een capaciteit groter dan 500 kg tot en met 500 ton - opslagplaats voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur van meer dan 1 000 kg buiten het toepassingsgebied van de terugnameplicht45-1B1BOpslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 5 m²zie 45-1-A
45-C3Opslagplaats voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur : - van 40 kg tot 1 000 kg, buiten het toepassingsgebied van de terugnameplicht; - van meer dan 350 kg, binnen het toepassingsgebied van de terugnameplicht45-2A2Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21°C met een capaciteit van 50 tot en met 500 lzie 45-1-A
   45-2B1BOpslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21°C met een capaciteit van meer dan 500 lzie 45-1-A
   45-3A2Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit van 100 tot en met 5.000 lzie 45-1-A
   45-3B1BOpslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit van meer dan 5.000 lzie 45-1-A
   45-4A3Opslagplaatsen voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van 5 tot en met 25 m²zie 45-1-A
   45-4B1BOpslagplaatsen voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 25 m²zie 45-1-A
46A2Apparaten voor de distillatie van gebruikte solventen met een totale capaciteit lager dan 250 liter en enkel bestemd voor de behandeling van solventen afkomstig van de inrichting.    
46B1BWerkplaatsen of uitrustingen voor de mechanische (vermalen, verscheuren, verkleinen, overslaan, ...), fysische (behandeling met micro-golven, distillatie, ...) of biologische behandeling van gevaarlijke afvalstoffen461BInrichtingen of uitrusting voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallenBrudalex : De beschrijving van de rubriek viseert verwerking van gevaarlijk afval, zoals gedefinieerd in de ordonnantie afval. Hierbij wordt niet gespecifieerd over welk type verwerking het gaat, waardoor ook de chemische verwerking geviseerd wordt. De eindverwijdering zoals verbranding en storten blijven geklasseerd in een andere rubriek (1A). De voorafgaande handelingen, zoals inzameling, sorteren en voorbereiding voor hergebruik zijn ook geklasseerd in een andere rubriek. De apparaten voor distillatie van solventen worden voortaan opgenomen in rubriek 46 en veranderen dus van klasse 2 in klasse 1B.
47-A2Opslagplaatsen voor inerte ongevaarlijke afvalstoffen (namelijk papier, karton, schroot, kunststof, opveegsel, glas, lompen, bouwafval, ...) met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : tussen 100 en 2.000 m247-A2Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van 100 tot en met 2.000 m²Brudalex : deze rurbiek omvat de opslagplaatsen van niet gevaarlijk afval. Het onderscheid tussen inert niet gevaarlijk afval en niet inert niet gevaarlijk afval is er niet meer.
47-B1BOpslagplaatsen voor inerte ongevaarlijke afvalstoffen (namelijk papier, karton, schroot, kunststof, opveegsel, glas, lompen, bouwafval, ...) met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : groter dan 2.000 m²47-B1BOpslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 2.000 m²zie 47-A
48-A2Werkplaatsen of uitrustingen voor de mechanische behandeling (vermalen, verscheuren, verkleinen, overslaan, ...) van ongevaarlijke afvalstoffen met een drijfkracht : tussen 2 en 20 kW48-A2Inrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht van 2 tot en met 20 kWBrudalex
48-B1BWerkplaatsen of uitrustingen voor de mechanische behandeling (vermalen, verscheuren, verkleinen, overslaan, ...) van ongevaarlijke afvalstoffen met een drijfkracht : groter dan 20 kW48-B1BInrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht van meer dan 20 kWBrudalex
49 Werkplaatsen of industriële uitrustingen voor de fysico-chemische of biologische behandeling van ongevaarlijke afvalstoffen met uitzondering van de inrichtingen opgenomen in rubriek 4149-A2Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen met een capaciteit van 0 tot en met 100 t/jaarBrudalex
 1B 49-B1BInrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen met een capaciteit van meer dan 100 t/jaarBrudalex
501BVerbrandingsinrichting van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag501BVerbrandingsinrichting van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dagBrudalex
51-A2Containerparken (met uitzondering van afzonderlijke containers) voor ongevaarlijke afvalstoffen, afvalver-werkingsinrichtingen, met een capaciteit : kleiner dan 100 m³51-A2Inzamelinrichtingen van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit tot en met 1000 t/jaarBrudalex : de titel van de rubriek is aangepast, omdat het verschil tussen containerpark (déchetterie in het Frans) en afvalverwerkingsinrichting onduidelijk en onnodig was. In deze rubriek komen de containerparken en alle andere inzamelpunten aan bod waar afvalstoffen door derden worden binnengebracht, met uitzondering van sommige inrichtingen die het inzamelen van afvalstoffen als nevenactiviteit uitoefenen.
51-B1BContainerparken (met uitzondering van afzonderlijke containers) voor ongevaarlijke afvalstoffen, afvalver-werkingsinrichtingen, met een capaciteit : tussen 100 en 1.000 m³51-B1BInzamelinrichtingen van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaarzie 51A
521BVaste inrichtingen voor het verwijderen van parasieten en het ontsmetten met behulp van cyanide, cyaanzuur of andere producten met een gelijkwaardige giftigheid521BVaste inrichtingen voor het verwijderen van parasieten en het ontsmetten met behulp van cyanide, cyaanzuur of andere giftige productendeze wijziging schrapt het concept van gelijkwaardige giftigheid, omdat dit moeilijk te vatten is. De rubriek beperkt zich ertoe aan te stippen dat de installatie is ingedeeld als het toxische producten betreft.
53-A2Opslagplaatsen voor stoffen, producten, materiaal dat niet in andere rubrieken is opgenomen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : van 500 tot en met 5.000 m²53-A2Opslagplaatsen voor stoffen, producten, materiaal dat niet in andere rubrieken is opgenomen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte van 500 tot en met 5.000 m² 
53-B1BOpslagplaatsen voor stoffen, producten, materiaal dat niet in andere rubrieken is opgenomen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : groter dan 5.000 m²53-B1BOpslagplaatsen voor stoffen, producten, materiaal dat niet in andere rubrieken is opgenomen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte groter dan 5.000 m² 
54-A2Werkplaatsen voor de aanmaak van stijfsel en stijfselderivaten, zetmeelfabrieken, fabrieken van gist en gistderivaten, en werkplaatsen voor de bereiding van andere voedingsstoffen van plantaardige oorsprong, met een drijfkracht : kleiner dan of gelijk aan 20 kW54-A2Werkplaatsen voor de aanmaak van stijfsel en stijfselderivaten, zetmeelfabrieken, fabrieken van gist en gistderivaten, en werkplaatsen voor de bereiding van andere voedingsstoffen van plantaardige oorsprong, met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW 
54-B1BWerkplaatsen voor de aanmaak van stijfsel en stijfselderivaten, zetmeelfabrieken, fabrieken van gist en gistderivaten, en werkplaatsen voor de bereiding van andere voedingsstoffen van plantaardige oorsprong, met een drijfkracht : groter dan 20 kW54-B1BWerkplaatsen voor de aanmaak van stijfsel en stijfselderivaten, zetmeelfabrieken, fabrieken van gist en gistderivaten, en werkplaatsen voor de bereiding van andere voedingsstoffen van plantaardige oorsprong, met een drijfkracht groter dan 20 kW 
55-1A3Generatoren, ontvangers (met uitzondering van zonnecelpanelen) met een nominaal vermogen: van 100 tot en met 250 kVA
Opmerking: deze rubriek is niet van toepassing op de generatoren, gekoppeld aan een motor binnen dezelfde uitrusting
55-1A3Generatoren, ontvangers (met uitzondering van zonnecelpanelen) met een nominaal vermogen van 100 tot en met 250 kVA
Opmerking: deze rubriek is niet van toepassing op de generatoren, gekoppeld aan een motor binnen dezelfde uitrusting
Wijziging via besluit MCP
55-1B2Generatoren, ontvangers (met uitzondering van zonnecelpanelen) met een nominaal vermogen : groter dan 250 tot en met 1000 kVA
Opmerking: deze rubriek is niet van toepassing op de generatoren, gekoppeld aan een motor binnen dezelfde uitrusting
55-1B2Generatoren, ontvangers (met uitzondering van zonnecelpanelen) met een nominaal vermogen groter dan 250 tot en met 1000 kVA
Opmerking: deze rubriek is niet van toepassing op de generatoren, gekoppeld aan een motor binnen dezelfde uitrusting
Wijziging via besluit MCP
55-1C1BGeneratoren, ontvangers (met uitzondering van zonnecelpanelen) met een nominaal vermogen : groter dan 1000 kVA
Opmerking: deze rubriek is niet van toepassing op de generatoren, gekoppeld aan een motor binnen dezelfde uitrusting
55-1C1BGeneratoren, ontvangers (met uitzondering van zonnecelpanelen) met een nominaal vermogen groter dan 1000 kVA
Opmerking: deze rubriek is niet van toepassing op de generatoren, gekoppeld aan een motor binnen dezelfde uitrusting
Wijziging via besluit MCP
55-2A1CInrichtingen en windturbineparken voor de winning van windenergie voor de energieproductie: van 1 tot en met 250 kW55-2A1CInrichtingen en windturbineparken voor de winning van windenergie voor de energieproductie van 1 tot en met 250 kW 
55-2B1BInrichtingen en windturbineparken voor de winning van windenergie voor de energieproductie: groter dan 250 kW tot en met 1 MW55-2B1BInrichtingen en windturbineparken voor de winning van windenergie voor de energieproductie groter dan 250 kWDe rubriek legde een drempel vast die op het niveau van de Europese richtlijn niet waren voorzien; vandaar dat ze werd geschrap. Bovendien is er feitelijk weinig risico dat dergelijk type inrichting zich in het Brussels Gewest zou vestigen.
55-31BInrichtingen voor de productie van hydro-elektrische energie55-31BInrichtingen voor de productie van hydro-elektrische energie 
56-A2Septische putten, individuele zuiveringsinstallaties (of autonome zuivering) van meer dan 20 inwonersequivalenten en Afvalwaterzuiveringsstations met een capaciteit lager dan 2.000 inwonersequivalenten56-A2Afvalwaterzuiveringsstations (septische putten, ministation, waterbekkens, zuiveringsstation, ...), systemen voor het verspreiden van afvalwater of effluenten in het milieu (lozing in oppervlakte, draineerbuizen, zinkputten, ...) met een capaciteit kleiner dan 2.000 inwonersequivalentenDeze wijziging schrapt de lagere indelingsdrempel. Men dient zich er immers van te vergewissen dat alle individuele behandelingen performant zijn en de uitstootnormen in het natuurlijke milieu respecteren. De individuele behandelingen zijn doorgaans gekoppeld aan een systeem waarbij het behandelde effluent wordt verspreid. Dit laatste wordt altijd ingedeeld onder klasse 2 (zelfs voor systemen < 20 IE). Bovendien is voor het rechtstreeks lozen van het behandelde effluent in het oppervlaktewater eveneens een goedkeuring voor lozing vereist. Het lijkt dan ook verstandig om alles in een en dezelfde rubriek in te delen.
56-B1BAfvalwaterzuiveringsstations met een capaciteit b) tussen 2.000 tot en met 30.000 inwonerequivalenten56-B1BAfvalwaterzuiveringsstations (septische putten, ministation, waterbekkens, zuiveringsstation, ...), systemen voor het verspreiden van afvalwater of effluenten in het milieu met een capaciteit van 2.000 tot en met 30.000 inwonersequivalentenzie 56B
57-A2Werkplaatsen voor het conditioneren van kruiden, voor het bereiden van voedingsextracten, met een drijfkracht :kleiner dan of gelijk aan 20 kW57-A2Werkplaatsen voor het conditioneren van kruiden, voor het bereiden van voedingsextracten, met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW 
57-B1BWerrkplaatsen voor het conditioneren van kruiden, voor het bereiden van voedingsextracten, met een drijfkracht : groter dan 20 kW57-B1BWerkplaatsen voor het conditioneren van kruiden, voor het bereiden van voedingsextracten, met een drijfkracht groter dan 20 kW 
581BOndergrondse uitgravingen waarbij door menselijke activiteit stoffen uit de grond worden verwijderd, behalve uitgravingen die voor verbindingswegen bestemd zijn581BOndergrondse uitgravingen waarbij door menselijke activiteit stoffen uit de grond worden verwijderd, behalve uitgravingen die voor verbindingswegen bestemd zijn 
59-A2Opslagplaatsen voor feest- en seinvuurwerk met 0,5 tot en met 25 kg pyrotechnische sas
Opslagplaatsen voor springstoffen met een opgeslagen hoeveelheid :
tussen 2 tot en met 50 kg salpeterkruit en rookvrij kruit
tussen 10 tot en met 500 kg veiligheidslonten voor mijnwerkers
tussen 10 tot en met 500 kg kruit in veiligheidspatronen voor draagbare wapens
tussen vijfduizend tot en met tweehonderdduizend Flobertpatronen zonder kruit en slaghoedjes voor veiligheidspatronen voor draagbare wapens
59-A2Opslagplaatsen voor feest- en seinvuurwerk van 0,5 tot en met 25 kg pyrotechnische sas. Opslagplaatsen voor springstoffen met een opgeslagen hoeveelheid: van 2 tot en met 50 kg salpeterkruit en rookvrij kruit, van 10 tot en met 500 kg veiligheidslonten voor mijnwerkers, van 10 tot en met 500 kg kruit in veiligheidspatronen voor draagbare wapens, van vijfduizend tot en met tweehonderdduizend Flobertpatronen zonder kruit en slaghoedjes voor veiligheidspatronen voor draagbare wapens 
59-B1BExplosievenfabrieken (inrichtingen voor de productie, de behandeling of de bewerking van alle soorten springstoffen behalve de werkplaatsen bedoeld in rubriek 60)
- Opslagplaatsen voor springstoffen met een opslagen hoeveelheid hoger dan die welke sub a) staat vermeld
59-B1B- Explosievenfabrieken: (inrichtingen voor de productie, de behandeling of de bewerking van alle soorten springstoffen behalve de werkplaatsen bedoeld in rubriek 60) - Opslagplaatsen voor springstoffen met een opgeslagen hoeveelheid hoger dan die welke sub a) staat vermeld 
602Werkplaatsen voor het laden van jachtpatronen bij wapen-handelaars en andere kleinhandelaars602Werkplaatsen voor het laden van jachtpatronen bij wapenhandelaars en andere kleinhandelaars 
61-A2Werkplaatsen voor het spinnen en weven van katoen, vlas, hennep, wol, jute, met een drijfkracht : groter dan 2 kW maar kleiner dan of gelijk aan 20 kW Opgeheven (gefusioneerd met rubriek 143 en 144) In een streven naar samenhang worden beide rubrieken, zonder verandering van klasse, met de rubrieken 143 en 144 samengevoegd.
61-B1BWerkplaatsen voor het spinnen en weven van katoen, vlas, hennep, wol, jute, met een drijfkracht : groter dan 20 kW zie 61A
62-A2Grondwaterwinningen met een debiet : kleiner dan of gelijk aan 96 m3/dag62-1A1CBronbemalingen die worden uitgevoerd in het kader van openbare of private bouwkundige of civieltechnische werken gelegen buiten een Natura 2000 gebied in de zin van de Ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoudBesluit waterwinningen :Voortaan is voor elk type van grondwaterwinning een milieuvergunning vereist : bemalingen, pompproeven, permanente winningen en grondwateronttrekkingen in het kader van open geothermische systemen.
Er zijn geen vrijstellingen meer voor :
Bemalingen van minder dan 96 m³ / dag
Pompproeven van minder dan 2 maanden.
62-B1BGrondwaterwinningen met een debiet : tussen 96 m3/dag tot en met 20.000 m3/dag62-1B1DBronbemalingen die worden uitgevoerd in het kader van openbare of private bouwkundige of civieltechnische werken gelegen in een Natura 2000 gebied in de zin van de Ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud zie 62-1A
   62-2A1CPompproeven die worden uitgevoerd om de kenmerken van de aangeboorde watervoerende laag te bepalen gelegen buiten een Natura 2000 gebied in de zin van de Ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoudzie 62-1A
   62-2B1DPompproeven die worden uitgevoerd om de kenmerken van de aangeboorde watervoerende laag te bepalen gelegen in een Natura 2000 gebied in de zin van de Ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud
zie 62-1A
   62-3A1CGrondwaterwinningen andere dan degene die worden vermeld onder 62.1 en 62.2 met een debiet lager dan of gelijk aan 500 m³/jaarzie 62-1A
   62-3B2Grondwaterwinningen andere dan degene die worden vermeld onder 62.1 en 62.2 met een debiet van meer dan 500 m³/jaar maar lager dan of gelijk aan 30.000 m³/jaarzie 62-1A
   62-3C1BGrondwaterwinningen andere dan degene die worden vermeld onder 62.1 en 62.2 met een debiet van meer dan 30.000 m³/jaar maar lager dan 20.000 m³/dagzie 62-1A
   62-4A1CGeothermische installaties: gesloten geothermische systemen (geothermische sondes)zie 62-1A
   62-4B1BGeothermische installaties: open geothermische systemenzie 62-1A
   62-51BInstallaties of systemen voor het kunstmatig aanvullen van watervolumes van minder dan of gelijk aan 20.000 m³/dagzie 62-1A
631BIndustriële smederijen, draadtrekkerijen, walserijen631BIndustriële smederijen, draadtrekkerijen, walserijen 
64-A2Elektrische ovens met een nominaal vermogen : tussen 20 tot en met 200 kW64-A3Elektrische ovens met een nominaal vermogen van 20 tot en met 200 kW Deklassering van ovens. Een 1B procedure is zeer zwaar voor dit type van installatie.
64-B1BElektrische ovens met een nominaal vermogen : groter dan 200 kW64-B2Elektrische ovens met een nominaal vermogen groter dan 200 kWzie 64A
65-A2Werkplaatsen voor de bereiding of het inleggen van fruit, gekonfijt fruit, stropen, confituren, geleien, ..., met een drijfkracht : kleiner dan of gelijk aan 20 kW en die minder dan 7 mensen tewerkstellen65-A2Werkplaatsen voor de bereiding of het inleggen van fruit, gekonfijt fruit, stropen, confituren, geleien, ..., met een drijfkracht: kleiner dan of gelijk aan 20 kWzie rechtvaardiging onder rubriek 37
65-B1BWerkplaatsen voor de bereiding of het inleggen van fruit, gekonfijt fruit, stropen, confituren, geleien, ..., met een drijfkracht : groter dan 20 kW of die 7 of meer mensen tewerkstellen65-B1BWerkplaatsen voor de bereiding of het inleggen van fruit, gekonfijt fruit, stropen, confituren, geleien, ..., met een drijfkracht: groter dan 20 kWzie 65A
66-A2Opslagplaatsen voor mest, gier, meststoffen, met inbegrip van uitsluitend chemische meststoffen : van 300 kg tot en met 50 ton66-A2Opslagplaatsen voor mest en/of gier van 300 kg tot en met 50 tonOnder deze rubriek worden enkel mest en gier behouden

De al dan niet chemische meststoffen worden opgenomen onder rubriek 121 als ze beschouwd worden als gevaarlijke stoffen (met een gevarenaanduiding).

66-B1BOpslagplaatsen voor mest, gier, meststoffen, met inbegrip van uitsluitend chemische meststoffen : van meer dan 50 ton66-B1BOpslagplaatsen voor mest en/of gier van meer dan 50 tonzie 66A
672Funeraria, rouwkamers waar gebalsemd wordt672Rouwkamers waar gebalsemd wordt, funeraria, mortuariaDeze wijziging/verduidelijking bevat duidelijkheidshalve het woord mortuarium.
68-A2Garages, overdekte parkeerplaatsen waar motor-voertuigen worden geparkeerd voor : 10 tot en met 24 wagens of aanhangwagens68-A2Parkings al dan niet overdekt, gelegen buiten de openbare weg, voor motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, …) of aanhangwagens, van 10 tot en met 50 parkeerplaatsen (*)Aanpassing ingevolge de wijzigig van de lijst 1A. Het gaat om een uniformisering van de titels van de parkingrubrieken (rubr. 68 en 152). Aangezien de drempel van de 1A's verdubbeld werd omdat hij de overdekte en niet-overdekte parkings omvat, is het logisch de drempel van de rubrieken 68A en 68B te verdubbelen.

De rubrieken en drempels werden dus gewijzigd.
68-B1BGarages, overdekte parkeerplaatsen waar motor-voertuigen worden geparkeerd voor : 25 tot en met 200 wagens of aanhangwagens68-B1BParkings al dan niet overdekt, gelegen buiten de openbare weg, voor motorvoertuigen (motorfietsen, personenauto's, bestelauto's, vrachtauto's, autobussen, …) of aanhangwagens, van 51 tot en met 400 parkeerplaatsen (*) 
69-A2Opslagplaatsen met vaste recipiënten van handelsbutaan en -propaan en hun mengsels : met een totale waterinhoud van 300 tot en met 3.000 l Het onderscheid tussen butaan/propaan en de overige gassen die worden gedekt door rubriek 72 (die om historische redenen bestond) is niet langer zinvol. De voorzien drempels voor butaan en propaan zijn hoger dan voor de andere gassen, wat op het vlak van veiligheid niet is gerechtvaardigd. Voor de verplaatsbare gasopslagplaatsen wordt evenmin onderscheid gemaakt.
Deze wijziging voegt de beide rubrieken dus samen.
69-B1BOpslagplaatsen met vaste recipiënten van handelsbutaan en -propaan en hun mengsels : met een totale waterinhoud van meer dan 3.000 l zie 69A
701BInrichtingen voor het vullen van verplaatsbare recipiënten, van welke aard ook, met samengeperst, vloeibaar gemaakt of onder een druk hoger dan 1kg/cm2 opgelost gehouden gas70-A2Inrichtingen en compressoren voor het vullen van verplaatsbare recipiënten, van welke aard ook, met samengeperst, vloeibaar gemaakt of onder een druk hoger dan 1kg/cm2 opgelost gehouden gas (met uitzondering van luchtcompressoren en inrichtingen voor het vullen van aircosystemen van voertuigen) van 2 tot 20 kW (*)Aangezien de luchtcompressoren vanaf 2 kW worden ingedeeld, spreekt het voor zich dat de andere compressoren volgens diezelfde drempel moeten worden ingedeeld.

Er bestaat ook een wil om de systemen voor het vullen van aircosystemen voor voertuigen niet in te delen - omdat die reeds voorkomen onder het onderhoud van het voertuig, een activiteit die zelf al is ingedeeld.
   70-B1BInrichtingen en compressoren voor het vullen van verplaatsbare recipiënten, van welke aard ook, met samengeperst, vloeibaar gemaakt of onder een druk hoger dan 1kg/cm2 opgelost gehouden gas (met uitzondering van luchtcompressoren en inrichtingen voor het vullen van aircosystemen van voertuigen) van meer dan 20 kW (*)zie 70A
71-A2Luchtcompressoren met een hoger vermogen dan 2 kW71-A3Luchtcompressoren met een vermogen van 2 tot en met 10 kWDeze wijziging vloeit voort uit de wil om de kleine luchtcompressoren (tussen 2 en 10 kW) naar een lagere klasse over te bengen (klasse 3), omwille van de erg beperkte hinder die zij veroorzaken; klasse 2 zou dan weer worden aangehouden voor de compressoren met een hoger vermogen dan 10kW.
71-B1BIndustriële inrichtingen voor gasscheiding, fysische gasverwerking & Gassamenpersingsstations (met uitzondering van luchtcompressoren), gasuitzettingsstations (met uitzondering van uitzettingsposten waarvoor het gas niet verwarmd hoeft te worden)71-B2Luchtcompressoren met een hoger vermogen dan 10 kWDeze wijziging is ingegeven door een louter streven naar leesbaarheid van de twee subrubrieken.

   71-C1BGassamenpersingsstations (met uitzondering van luchtcompressoren en inrichtingen opgenomen in rubr 70),
Gasuitzettingsstations (met uitzondering van uitzettingsposten waarvoor het gas niet verwarmd hoeft te worden)
 
   71-D1BIndustriële inrichtingen voor gasscheiding, fysische gasverwerking 
72-A2Gashouders, opslagplaatsen voor vaste recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gassen, (met uitzondering van opslagplaatsen voor handelsbutaan en -propaan en hun mengsels) met een totale inhoud in liters : van 300 tot en met 1.000 liter72-1-A2Gashouders, opslagplaatsen voor vaste recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gassen, (met uitzondering van opslagplaatsen voor blusgassen) met een totale capaciteit op de site: van 300 tot en met 3.000 literBesluit blusgassen : Deze rubriek heeft betrekking op de vaten of tanks die in de vloer verankerd zijn en ter plaatse werden gevuld en gecontroleerd: het zijn vaste recipiënten.
In rubriek 72 worden twee subcategorieën opgenomen om 2 soorten problemen te onderscheiden: enerzijds de vaste recipiënten voor blusgassen (72-2-A en 72-2-B) en anderzijds de vaste recipiënten voor de andere gassen (72-1-A en 72-1-B).
72-B1BGashouders, opslagplaatsen voor vaste recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gassen, (met uitzondering van opslagplaatsen voor handelsbutaan en -propaan en hun mengsels) met een totale inhoud in liters : van 1.000 tot en met 1.000.000 liter72-1-B1BGashouders, opslagplaatsen voor vaste recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gassen, (met uitzondering van opslagplaatsen voor blusgassen) met een totale capaciteit op de site van 3.000 tot en met 1.000.000 literBesluit blusgassen
   72-2-A2Gastanks en-of -flessen voor blusgassen verbonden met een automatisch blussysteem met een totale capaciteit op de site van 300 tot en met 3.000 literBesluit blusgassen
   72-2-B1BGastanks en-of –flessen voor blusgassen verbonden met een automatisch blussysteem met een totale capaciteit op de site: van meer dan 3.000 literBesluit blusgassen
73-A1BVaste inrichtingen voor gasproductie (met uitzondering van cokesfabrieken) met een capaciteit tussen 1 Nm3/u en 1.000 Nm3/u73-A1BVaste inrichtingen voor gasproductie (met uitzondering van cokesfabrieken) met een capaciteit van 1 Nm³/u tot en met 1.000 Nm³/u 
74-A2Opslagplaatsen voor verplaatsbare recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gas met een totale capaciteit in liter water : van 300 tot en met 1.000 liter74-1-A2Opslagplaatsen voor verplaatsbare recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gas (met uitzondering van aerosols) met een totale capaciteit op de site van 300 tot en met 3.000 literBesluit blusgassen : Deze rubriek heeft betrekking op de gasflessen. Wanneer ze leeg zijn, worden ze weggenomen en vervangen door andere flessen. Ze worden gecontroleerd (dichtheidstest) bij de fabrikant: het zijn verplaatsbare recipiënten.
In rubriek 74 worden twee subcategorieën opgenomen om 2 soorten problemen te onderscheiden: enerzijds de verplaatsbare recipiënten voor gassen van het type aerosol (74-2-A en 74-2-B) en anderzijds de verplaatsbare recipiënten voor de andere gassen (74-1-A en 74-1-B).
74-B1BOpslagplaatsen voor verplaatsbare recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gas met een totale capaciteit in liter water : groter dan 1.000 liter74-1-B1B
Opslagplaatsen voor verplaatsbare recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gas (met uitzondering van aerosols) met een totale capaciteit op de site van meer dan 3.000 liter
zie 74-1-A
   74-2-A2Opslagplaatsen voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden aersols met een totale capaciteit op de site: van 300 tot en met 3.000 literzie 74-1-A
   74-2-B1BOpslagplaatsen voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden aersols met een totale capaciteit op de site van meer dan 3.000 literzie 74-1-A
75-A2Gelatine-opslagplaatsen, met een capaciteit : tussen 5 tot en met 50 ton75-A2Gelatine-opslagplaatsen, met een totale capaciteit op de site van 5 tot en met 50 tonVerduidelijking dat de verschillende opslagplaatsen op eenzelfde site moeten worden samengeteld - zie de rechtvaardiging onder rubriek 17.
75-B1BGelatine-opslagplaatsen, met een capaciteit : groter dan 50 ton75-B1BGelatine-opslagplaatsen, met een totale capaciteit op de site groter dan 50 ton 
761BWerkplaatsen voor de bereiding van gelatine en osseïne761BWerkplaatsen voor de bereiding van gelatine en osseïne 
77-A2Opslagplaatsen voor vetten, was, oliën of andere gelijkaardige dierlijke stoffen : van 5 tot en met 50 ton77-A2Opslagplaatsen voor vetten, was, oliën of andere gelijkaardige dierlijke stoffen met een totale capaciteit op de site van 5 tot en met 50 tonVerduidelijking dat de verschillende opslagplaatsen op eenzelfde site moeten worden samengeteld - zie de rechtvaardiging onder rubriek 17.
77-B1BOpslagplaatsen voor vetten, was, oliën of andere gelijkaardige dierlijke stoffen : van meer dan 50 ton77-B1BOpslagplaatsen voor vetten, was, oliën of andere gelijkaardige dierlijke stoffen met een totale capaciteit op de site van meer dan 50 tonzie 77A
781BDe productie, de smelting of de winning van vetten, was en andere vetstoffen, zeepziederijen78-A2Artisanale zeepziederijen met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kWDeze wijziging deelt de artisanale zeepziederijen (tot 20 kW) bij een lagere klasse in omwille van hun beperkte milieu-impact.
   78-B1BVervaardiging van dierlijke en plantaardige oliën en vetten, zeepziederijen met een drijfkracht groter dan 20 kWDeze wijziging past het opschrift gewoon aan de Europese terminologie van de richtlijn inzake industriële emissie (RIE) aan.
791BZiekenhuizen, klinieken en andere inrichtingen waar zieken ondergebracht en verzorgd worden791BZiekenhuizen, klinieken en andere inrichtingen waar zieken ondergebracht en verzorgd worden 
80-A3Opslagplaatsen voor afvaloliën, met een capaciteit: van 60 tot en met 2.000 liter   Brudalex : opgenomen onder rubriek 45
80-B2Opslagplaatsen voor afvaloliën, met een capaciteit: groter dan 2.000 liter   Brudalex : opgenomen onder rubriek 45
811BInrichtingen voor de verwijdering, de regeneratie, de verwerking van afvaloliën met inbegrip door verbranding   Brudalex : opgenomen onder rubriek 46
82-A2Drukkerijen en alle soorten drukwerk op papier, stof, metaal, synthetisch materiaal, met een drijfkracht : tussen 2 tot en met 20 kW, en die minder dan 7 mensen tewerkstellen fotokopiewerkplaatsen met meer dan 5 toestellen82-A2Drukkerijen en alle soorten drukwerk op papier, stof, metaal, synthetisch materiaal, met een drijfkrachtvan 2 tot en met 20 kW
Fotokopiewerkplaatsen met meer dan 5 toestellen
Zie rechtvaardiging onder rubriek 37.
82-B1BDrukkerijen en alle soorten drukwerk op papier, stof, metaal, synthetisch materiaal, met een drijfkracht : groter dan 20 kW of die 7 of meer mensen tewerkstellen82-B1BDrukkerijen en alle soorten drukwerk op papier, stof, metaal, synthetisch materiaal, met een drijfkracht groter dan 20 kWzie 82A
83-A2Werkplaatsen waar de voorbereidings- en afwer-kingswerkzaamheden voor de grafische industrie plaatsvinden (lakken, op film zetten, plooien, inbinden, innaaien...), met uitzondering van laboratoria, met een totale drijfkracht : tussen 2 tot en met 20 kW83-A2Werkplaatsen waar de voorbereidings- en afwerkingswerkzaamheden voor de grafische industrie plaatsvinden (lakken, op film zetten, plooien, inbinden, innaaien...), met uitzondering van laboratoria, met een totale drijfkracht van 2 tot en met en 20 kW 
83-B1BWerkplaatsen waar de voorbereidings- en afwer-kingswerkzaamheden voor de grafische industrie plaatsvinden (lakken, op film zetten, plooien, inbinden, innaaien...), met uitzondering van laboratoria, met een totale drijfkracht : groter dan 20 kW83-B1BWerkplaatsen waar de voorbereidings- en afwerkingswerkzaamheden voor de grafische industrie plaatsvinden (lakken, op film zetten, plooien, inbinden, innaaien...), met uitzondering van laboratoria, met een totale drijfkracht groter dan 20 kW 
841BInrichtingen waar de activiteit het gebruik vergt van genetisch gemodificeerde en/of pathogene micro-organismen of organismen (GGM of GGO) of waar GGM's of GGO's worden gekweekt, opgeslagen, getransporteerd, vernietigd, verwijderd of anderszins gebruikt alsook waarvoor fysieke barrières of een combinatie van fysieke en chemische en/of biologische barrières worden gebruikt om het contact van deze GGM's of GGO's met de bevolking en het milieu te beperken Deze rubriek wordt geschrapt omdat ze omwille van de samenhang onder rubriek 85 B is opgenomen.
85-A2Inrichtingen (laboratoria of productie-eenheden) die biologisch of scheikundig werk van welke aard ook uitvoeren, in het bijzonder onderzoeken, experimenten, analyses, toepassingen of ontwikkeling van producten, kwaliteitscon-trole van producten voor didactische of diagnostische doeleinden
a) die minder dan 7 mensen tewerkstellen, die niet meer dan 1 kg gevaarlijke stoffen per maand afvoeren per stof die voorkomt in lijst I van de bijlage bij richtlijn 76/464 van 4 mei 1976 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, en die geen micro-organismen of organismen kunnen afvoeren die de in littera b) hieronder bedoelde risico's voor de gezondheid en het leefmilieu inhouden
85-A2Inrichtingen (laboratoria of productie-eenheden) die biologisch of scheikundig werk van welke aard ook uitvoeren, in het bijzonder onderzoeken, experimenten, analyses, toepassingen of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole van producten voor didactische of diagnostische doeleinden, en die niet genoemd worden in de van toepassing zijnde wetgeving inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen en/of pathogene organismenZie, wat de schrapping van het criterium van de 7 personen betreft de rechtvaardiging onder rubriek 37.
Deze wijziging schrapt het criterium betreffende het afvoeren van de gevaarlijke stoffen omdat uit de feiten blijkt dat dit niet kan worden gecontroleerd en dit evenmin relevant is.
Met uitzondering van de GGO-laboratoria is de potentiële hinder kennelijk dezelfde voor alle laboratoria. Het enige onderscheid dat dus wordt gehandhaafd is dat tussen de "GGO-"laboratoria (klasse 1B) en de "niet-GGO-"laboratoria (klasse 2).
In een streven naar stroomlijning en coherentie wordt rubriek 84 onder onderhavige rubriek opgenomen.
85-B1BInrichtingen (laboratoria of productie-eenheden) die biologisch of scheikundig werk van welke aard ook uitvoeren, in het bijzonder onderzoeken, experimenten, analyses, toepassingen of ontwikkeling van producten, kwaliteitscon-trole van producten voor didactische of diagnostische doeleinden
b) die meer dan 7 mensen tewerkstellen of die hetzij meer dan 1 kg gevaarlijke stoffen afvoeren per maand en per stof die voorkomt in lijst I van de bijlage bij richtlijn 76/464 van 4 mei 1976 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, hetzij, zelfs per ongeluk, micro-organismen of organismen kunnen afvoeren die risico's voor de gezondheid en het leefmilieu inhouden, zoals die door de Regering zijn aangegeven
85-B1BInrichtingen (laboratoria of productie-eenheden) die biologisch of scheikundig werk van welke aard ook uitvoeren, in het bijzonder onderzoeken, experimenten, analyses, toepassingen of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole van producten voor didactische of diagnostische doeleinden, en die genoemd worden in de van toepassing zijnde wetgeving inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen en/of pathogene organismenzie 85A
86-A2Melkerijen, kaasmakerijen en werkplaatsen voor het verwerken en bereiden van melkproducten of derivaten, met een drijfkracht : kleiner dan of gelijk aan 20 kW en die minder dan 7 mensen tewerkstellen86-A2Melkerijen, kaasmakerijen en werkplaatsen voor het verwerken en bereiden van melkproducten of derivaten, met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kWZie rechtvaardiging onder rubriek 37.
86-B1BMelkerijen, kaasmakerijen en werkplaatsen voor het verwerken en bereiden van melkproducten of derivaten, met een drijfkracht : groter dan 20 kW of die 7 of meer mensen tewerkstellen86-B1BMelkerijen, kaasmakerijen en werkplaatsen voor het verwerken en bereiden van melkproducten of derivaten, met een drijfkracht groter dan 20 kWzie 86B
87-A2Werkplaatsen voor het bereiden, het inleggen, het bewerken van groenten en andere plantaardige producten niet gedekt door rubriek 65 met een drijfkracht: tussen 2 tot en met 20 kW en die minder dan 7 mensen tewerk stellen87-A2Werkplaatsen voor het bereiden, het inleggen, het bewerken van groenten en andere plantaardige producten niet gedekt door rubriek 65 met een drijfkracht van 2 tot en met 20 kWZie rechtvaardiging onder rubriek 37.
87-B1BWerkplaatsen voor het bereiden, het inleggen, het bewerken van groenten en andere plantaardige producten niet gedekt door rubriek 65 met een drijfkracht: groter dan 20 kW of die 7 of meer mensen tewerk stellen87-B1BWerkplaatsen voor het bereiden, het inleggen, het bewerken van groenten en andere plantaardige producten niet gedekt door rubriek 65 met een drijfkracht groter dan 20 kWzie 87B
88-1A21°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21°C :
- opslagplaatsen tot en met 500 liter bij ingegraven tank
- opslagplaatsen van 50 tot en met 500 l in de andere gevallen
88-1A21°.Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21°C:
- opslagplaatsen tot en met 500 liter bij ingegraven tank - opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van 50 tot en met 500 l in de andere gevallen (*)
Zie rechtvaardiging onder rubriek 17.
88-1B1B1°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21°C : opslagplaatsen voor meer dan 500 l88-1B1B1°.Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21°C: opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van meer dan 500 l (*)Zie rechtvaardiging onder rubriek 17
88-2A32°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 21°C maar niet hoger dan 55°C :
- opslagplaatsen tot en met 500 liter bij ingegraven tank
- opslagplaatsen van 100 tot en met 500 l in de andere gevallen
88-2A32°.Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 21°C maar niet hoger dan 55°C: - opslagplaatsen tot en met 500 liter bij ingegraven tank - opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van 100 tot en met 500 l in de andere gevallenZie rechtvaardiging onder rubriek 17.
88-2B22°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 21°C maar niet hoger dan 55°C : opslagplaatsen voor meer dan 500 l tot en met 10.000 l88-2B22°.Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 21°C maar niet hoger dan 55°C: opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van meer dan 500 tot 10.000 l (*)Zie rechtvaardiging onder rubriek 17.
88-2C1B2°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 21°C maar niet hoger dan 55°C : opslagplaatsen voor meer dan 10.000 l88-2C1B2°.Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 21°C maar niet hoger dan 55°C: opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van meer dan 10.000 l (*)Zie rechtvaardiging onder rubriek 17.
88-3A33°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 55°C maar niet hoger dan 100°C :
- opslagplaatsen tot en met 10.000 liter bij ingegraven tank
- opslagplaatsen van 3.000 tot en met 10.000 l in de andere gevallen
88-3A33°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 55°C maar niet hoger dan 100°C :
- opslagplaatsen met een totale capaciteit op de site kleiner dan of gelijk aan 10.000 liter bij ingegraven tanks of tanks bestemd voor de bevoorrading van voertuigen
- opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site tussen 3.000 tot en met 10.000 liter bedraagt in de andere gevallen
Deze wijziging betreft enerzijds de totale capaciteit van de site (zie rechtvaardiging onder rubriek 17) en anderzijds worden de volgende bewoordingen eraan toegevoegd: "of bestemd voor de bevoorrading van voertuigen", waardoor ook de mini-brandstoftankstations van 2900 liter of minder met pistool, die een potentieel belangrijke impact hebben op het milieu kunnen worden ingedeeld.
88-3B23°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 55°C maar niet hoger dan 100°C : opslagplaatsen voor meer dan 10.000 l tot en met 50.000 l88-3B23°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 55°C maar niet hoger dan 100°C: opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site tussen 10.000 tot en met 50.000 l bedraagt (*)Zie rechtvaardiging onder rubriek 17
88-3C1B3°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 55°C maar niet hoger dan 100°C : opslagplaatsen voor meer dan 50.000 l88-3C1B3°. Opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 55°C maar niet hoger dan 100°C: opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site groter is dan 50.000 l (*)Zie rechtvaardiging onder rubriek 17
88-4A34°. Opslagplaatsen voor zware stookolie, minerale of synthetische olie en voor gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt in een volgens de norm NBN 52017 gesloten recipiënt van meer dan 100 °C :
- opslagplaatsen tot en met 10.000 liter bij ingegraven tank
- opslagplaatsen van 3.000 tot en met 10.000 l in de andere gevallen
88-4A34°. Opslagplaatsen voor zware stookolie, minerale of synthetische olie en voor gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt in een volgens de norm NBN 52017 gesloten recipiënt van meer dan 100 °C:
- opslagplaatsen tot en met 10 000 liter bij ingegraven tank of tanks die bestemd zijn voor de bevoorrading van voertuigen
- opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site tussen 3.000 tot en met 10.000 l bedraagt in de andere gevallen
zie rechtvaardiging onder rubriek 88.3.A
88-4B24°. Opslagplaatsen voor zware stookolie, minerale of synthetische olie en voor gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt in een volgens de norm NBN 52017 gesloten recipiënt van meer dan 100 °C : opslagplaatsen van meer dan 10.000 tot en met 100.000 liter88-4B24°. Opslagplaatsen voor zware stookolie, minerale of synthetische olie en voor gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt in een volgens de norm NBN 52017 gesloten recipiënt van meer dan 100 °C:- opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site groter is dan 10.000 l tot en met 100.000 lZie rechtvaardiging onder rubriek 17
88-4C1B4°. Opslagplaatsen voor zware stookolie, minerale of synthetische olie en voor gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt in een volgens de norm NBN 52017 gesloten recipiënt van meer dan 100 °C : opslagplaatsen van meer dan 100.000 liter88-4C1B4°. Opslagplaatsen voor zware stookolie, minerale of synthetische olie en voor gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt in een volgens de norm NBN 52017 gesloten recipiënt van meer dan 100 °C :- opslagplaatsen waarvan de totale inhoud op de site groter is dan 100.000 l (*)Zie rechtvaardiging onder rubriek 17
892Lunaparken met meer dan 10 speelautomaten of waar meer dan 20 mensen gelijktijdig kunnen spelen, met uitzondering van inrichtingen die tijdelijk op kermissen worden geïnstalleerd892Kansspelinrichtingen (casino's, speelzalen met meer dan 10 speelautomaten) met uitzondering van kermisattracties of inrichtingen op liefdadigheidsfeestenDeze wijziging actualiseert gewoon de bewoordingen van de rubriek; er is geen enkele impact op de door deze rubriek eerder beoogde ingedeelde inrichtingen.
901DKleinhandelszaken waarvan de verkoopslokalen en de lokalen die aan de verkoopslokalen grenzen en als warenopslagplaats dienen een totale oppervlakte hebben die gelijk is aan of groter is dan 1.000 m², met inbegrip van de oppervlakte die door de toonbanken en andere meubelen wordt ingenomen.901DKleinhandelszaken waarvan de verkoopslokalen en de lokalen die aan de verkoopslokalen grenzen en als warenopslagplaats dienen een totale oppervlakte hebben die gelijk is aan of groter is dan 1.000 m², met inbegrip van de oppervlakte die door de toonbanken en andere meubelen wordt ingenomen 
91-A2Werkplaatsen voor het bewerken van marmer, natuur- of kunststeen, met een drijfkracht: tussen 2 tot en met 20 kW91-A2Werkplaatsen voor het bewerken van marmer, natuur- of kunststeen, met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW 
91-B1BWerkplaatsen voor het bewerken van marmer, natuur- of kunststeen, met een drijfkracht: groter dan 20 kW91-B1BWerkplaatsen voor het bewerken van marmer, natuur- of kunststeen, met een drijfkracht groter dan 20 kW 
92-A2Werkplaatsen voor leerbewerking, werkplaatsen voor de vervaardiging van artikelen uit leer of huiden, met een drijfkracht : tussen 2 tot en met 20 kW92-A2Werkplaatsen voor leerbewerking, werkplaatsen voor de vervaardiging van artikelen uit leer of huiden, met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW 
92-B1BWerkplaatsen voor leerbewerking, werkplaatsen voor de vervaardiging van artikelen uit leer of huiden, met een drijfkracht : groter dan 20 kW92-B1BWerkplaatsen voor leerbewerking, werkplaatsen voor de vervaardiging van artikelen uit leer of huiden, met een drijfkracht groter dan 20 kW 
93-A2- Werkplaatsen voor de bewerking van rubber, kunststoffen, met een totale drijfkracht: kleiner dan of gelijk aan 20 kW
- Installaties voor oppervlaktebehandeling van plastic materiaal door middel van een elektrolytisch of chemisch procédé in kuipen met een totale inhoud: van 10 tot en met 100 liter
93-A2Werkplaatsen voor de synthese, de productie, de vulkanisering, de bewerking van synthetische materialen, kunststof, rubber of soortgelijke materialen met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kWDeze wijziging voegt enerzijds rubriek 95 en rubriek 93 en de oppervlaktebehandeling onder rubriek 97 samen. Er bestaat op het vlak van het milieu immers geen enkel belang om een onderscheid te maken tussen de synthese, de bewerking en de productie; daarom wordt rubriek 95 hieronder opgenomen.
Het gedeelte "oppervlaktebehandeling" van deze rubriek wordt ook overgebracht naar rubriek 97 die de verschillende oppervlaktebehandelingen groepeert.

93-B1B- Werkplaatsen voor de bewerking van rubber, kunststoffen, met een totale drijfkracht: groter dan 20 kW
- Installaties voor oppervlaktebehandeling van plastic materiaal door middel van een elektrolytisch of chemisch procédé in kuipen met een totale inhoud: van meer dan 100 liter
93-B1BWerkplaatsen voor de synthese, de productie, de vulkanisering, de bewerking van synthetische materialen, kunststof, rubber of soortgelijke materialen, met een drijfkracht groter dan 20 kWZie 93A
94-A2Opslagplaatsen voor kunststoffen en voorwerpen uit kunststof met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : van 100 tot en met 2.000 m294-A2Opslagplaatsen voor synthetische materialen, kunststof, rubber (banden, ...) of soortgelijke materialen met een totale voor opslag bestemde oppervlakte op de site van 100 tot en met 2.000 m²Doel van deze wijziging is het opschrift van deze rubriek te verduidelijken om meer bepaald de opslagplaatsen van banden te beogen.
94-B1BOpslagplaatsen voor kunststoffen en voorwerpen uit kunststof met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte :b) groter dan 2.000 m294-B1BOpslagplaatsen voor synthetische materialen, kunststof, rubber (banden, ...) of soortgelijke materialen met een totale voor opslag bestemde oppervlakte op de site van meer dan 2.000 m²zie 94A
95-A2Werkplaatsen voor de synthese van kunststoffen, de vulcanisering van rubber, de productie van kunstvezels, met een totale drijfkracht : kleiner dan of gelijk aan 20 kW  Deze rubriek is samengevoegd met rubriek 93, zie rechtvaardiging onder rubriek 93.
95-B1BWerkplaatsen voor de synthese van kunststoffen, de vulcanisering van rubber, de productie van kunstvezels, met een totale drijfkracht : groter dan 20 kW zie 95A
96-A2Werkplaatsen voor de omzetting, de productie van voorwerpen op basis van plantaardige stoffen (mandenwerk, productie van borstels, vezelbewerking, ...) of van dierlijke stoffen (pees, been, hoorn, darmen,...), met een drijfkracht : tussen 2 tot en met 20 kW96-A2Werkplaatsen voor de omzetting, de productie van voorwerpen op basis van plantaardige stoffen (mandenwerk, productie van borstels, vezelbewerking, ...) of van dierlijke stoffen (pees, been, hoorn, darmen,...), met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW
96-B1BWerkplaatsen voor de omzetting, de productie van voorwerpen op basis van plantaardige stoffen (mandenwerk, productie van borstels, vezelbewerking, ...) of van dierlijke stoffen (pees, been, hoorn, darmen,...), met een drijfkracht : groter dan 20 kw96-B1BWerkplaatsen voor de omzetting, de productie van voorwerpen op basis van plantaardige stoffen (mandenwerk, productie van borstels, vezelbewerking, ...) of van dierlijke stoffen (pees, been, hoorn, darmen,...), met een drijfkracht groter dan 20 kW 
97-A2Werkplaatsen voor de chemische of elektrochemische bewerking van metalen of metalen voorwerpen in kuipen met een totale inhoud : van 10 tot en met 100 liter97-A2Inrichtingen voor oppervlaktebehandeling door onderdompeling van metalen of kunststoffen door middel van een elektrolytisch, chemisch of fysisch procedé in kuipen met een totale inhoud van 10 tot en met 200 lDe nieuwe rubriek groepeert hier de verschillende oppervlaktebehandelingen en verduidelijkt dat het een behandeling door onderdompeling betreft. Ter herinnering, een deel van rubriek 93 en rubriek 139 werden hier opgenomen.
De volumedrempel van een vat wordt opgetrokken van 100 liter naar 200 liter omdat dit bij de werkelijkheid op het terrein aansluit. In de praktijk treffen we inderdaad haast enkel nog vaten van 200 liter aan die in de handel worden verkocht (verpakking van 200 liter).
Tot slot richt de nieuwe rubriek zich naar de richtlijn inzake industriële emissie (RIE) die de installaties voor de oppervlaktebehandeling van metalen of kunststoffen samenvoegt.
97-B1BWerkplaatsen voor de chemische of elektrochemische bewerking van metalen of metalen voorwerpen in kuipen met een totale inhoud : van meer dan 100 liter97-B1BInrichtingen voor oppervlaktebehandeling door onderdompeling van metalen of kunststoffen door middel van een elektrolytisch, chemisch of fysisch procedé in kuipen met een totale inhoud van meer dan 200 lzie 97A
   97-C1BNiet in een andere rubriek vermelde inrichtingen voor het bewerken van materiaal-oppervlakken, voorwerpen of producten met behulp van organische solventen, met name voor de aanmaak, het bedrukken, het bekleden, het ontvetten, het waterdichtmaken, het lijmen, het verven, het reinigen of impregneren, met een solventenverbruik van meer dan 150 kg per uur of meer dan 200 ton per jaarEr wordt een nieuwe subrubriek aangemaakt; het betreft een deel van rubriek 138 die naar hier werd overgebracht, omdat dat eveneens een oppervlaktebehandeling betreft. Alle oppervlaktebehandelingen worden dus onder rubriek 97 samengevoegd.
Deze wijziging beantwoordt aan de Europese indeling die alle oppervlaktebehandelingen samenvoegt.
981BWerkplaatsen voor de thermische bewerking van metalen of metalen voorwerpen (met uitzondering van smeltovens), las- en snijbrandwerkplaatsen met meer dan 5 las- of snijbrandersposten98-A2Las- en/of snijbrandwerkplaatsen met meer dan 5 las- of snijbranderspostenTen gunste van de leesbaarheid werd beslist om twee subrubrieken aan te maken in plaats van een enkele rubriek. Zo worden de laswerkplaatsen onderscheiden van de werkplaatsen voor het thermisch bewerken van metalen. Deze laswerkplaatsen worden overgebracht naar klasse 2 omwille van de erg beperkte impact van dit type installatie.
   98-B1BWerkplaatsen voor het thermisch bewerken van metalen en andere materialen (met uitzondering van industriële smeltovens)
Roosten en sinteren van ertsen, inclusief zwavelhoudende ertsen
Binnen deze nieuwe subrubriek worden eveneens de oorspronkelijk door rubriek 139 gedekte thermische behandelingen samengevoegd.
Verder werd ook "Roosten en sinteren", afkomstig van de richtlijn inzake industriële emissie (RIE), toegevoegd.
99-A2Het ontvetten van metalen of metalen voorwerpen in apparaten of kuipen met een totale inhoud: van 10 tot en met 100 liter99-A2Inrichtingen voor het ontvetten van metalen en kunststoffen door besproeiingDe wijziging van deze rubriek brengt in een eerste fase het ontvetten door onderdompeling in kuipen onder in rubriek 97 omdat het ontvetten wordt beschouwd als een oppervlaktebehandeling. Rubriek 99 bevat dus enkel nog het ontvetten door besproeiing.
Gelet op de richtlijn inzake industriële emissies (RIE) maakt deze rubriek in een tweede fase geen onderscheid meer tussen metalen en niet-metalen voorwerpen.
99-B1BHet ontvetten van metalen of metalen voorwerpen in apparaten of kuipen met een totale inhoud: van meer dan 100 liter Deze subrubriek wordt geschrapt omdat wanneer het besproeiing betreft er geen enkele drempel is vereist en deze inrichting opgenomen is onder klasse 2 van rubriek 99 A
Betreft het onderdompeling, dan vallen deze activiteiten onder rubriek 97.
100-A2Opslagplaatsen voor metalen stoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : van 100 tot en met 2.000 m2100-A2Opslagplaatsen voor metalen stoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte van 100 tot en met 2.000 m² 
100-B1BOpslagplaatsen voor metalen stoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : groter dan 2.000 m2100-B1BOpslagplaatsen voor metalen stoffen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte groter dan 2.000 m² 
101-A2Werkplaatsen voor metaalbewerking waarbij de aard van de metalen niet wordt gewijzigd en zonder warmtebehandeling (slotenmakers, polijsten, vervaardiging van metalen voorwerpen, zandstralen of ontzanden,...), met een drijfkracht : tussen 2 tot en met 20 kW101-A2Werkplaatsen voor metaalbewerking waarbij de aard van de metalen niet wordt gewijzigd en zonder warmtebehandeling (slotenmakers, polijsten, vervaardiging van metalen voorwerpen, zandstralen of ontzanden,...), met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW 
101-B1BWerkplaatsen voor metaalbewerking waarbij de aard van de metalen niet wordt gewijzigd en zonder warmtebehandeling (slotenmakers, polijsten, vervaardiging van metalen voorwerpen, zandstralen of ontzanden,...), met een drijfkracht : groter dan 20 kW101-B1BWerkplaatsen voor metaalbewerking waarbij de aard van de metalen niet wordt gewijzigd en zonder warmtebehandeling (slotenmakers, polijsten, vervaardiging van metalen voorwerpen, zandstralen of ontzanden,...), met een drijfkracht groter dan 20 kW 
1021B- Smelterijen van ferrometalen met uitzondering van werkplaatsen met minder dan 3 mensen en horend bij juwelenzaken;
- Installaties voor het smelten, met inbegrip van het legeren, van nonferrometalen, met uitzondering van edele metalen, inclusief terugwinningsproducten (affineren, vormgieten, enz.) met uitzondering van werkplaatsen met minder dan 3 mensen en horend bij juwelenzaken
1021BInrichtingen voor het smelten van metalen, met uitzondering van werkplaatsen met minder dan 3 werkposten en horend bij juwelenzakenOmdat het alle metalen (ferro- en non-ferrometalen) betreft, dient het type metaal niet langer te worden gedetailleerd; het opschrift werd dus vereenvoudigd.
1031BInrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts, ertsconcentraat of secundaire grondstoffen met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100 000 t/jaar ruwe non-ferrometalen; - Installaties voor het roosten en sinteren van ertsen1031BInrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts, ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische, elektrolytische of chemische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen
Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen
De termen "of chemisch" werden in het opschrift van de Brudalex toegevoegd om zich te richten naar de richtlijn inzake industriële emissie (RIE).
104-A3Motoren met inwendige verbranding, met inbegrip van de turboreactoren en de gasturbines met een nominaal vermogen : tussen 20 en 250 kW104-A3Motoren met inwendige verbranding, met uitzondering van motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen, turboreactoren en gasturbines met een nominaal ingangsvermogen tussen 20 en 250 kW
NB : Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
zie besluit MCP
104-B2Motoren met inwendige verbranding, met inbegrip van de turboreactoren en de gasturbines met een nominaal vermogen : groter dan 250 kW104-B2Motoren met inwendige verbranding, met uitzondering van motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen, turboreactoren en gasturbines met een nominaal ingangsvermogen groter dan 250 kW
NB : Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
zie besluit MCP
105 Werkplaatsen voor textielontvetting (chemisch reinigen) met behulp van organische solventen105-A1CWerkplaatsen voor textielontvetting (chemisch reinigen) met behulp van niet-ontvlambare organische solventen, waarbij slechts één machine wordt gebruikt Doel van deze wijziging is twee subrubrieken te creëren; één daarvan beoogt de kleine winkels met slechts een machine die naar klasse 1C worden overgebracht. Deze overbrenging naar een lagere klasse wordt bovendien gerechtvaardigd door het feit dat de sector "in overeenstemming werd gebracht" na de goedkeuring van een besluit meer dan 10 jaar geleden, namelijk het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 juli 2001 tot vaststelling van de exploitatievoorwaarden voor de textielreiniging met behulp van solventen. De onderbrenging in de lagere klasse 1C en niet klasse 2 valt te verklaren door het technisch karakter van de procedés die gebruik maken van recent op de markt gebrachte alternatieve oplosmiddelen. De tweede subrubriek beoogt de machines die gebruik maken van ontvlambare solventen. De indeling bij 1B werd voor dit type machine gehandhaafd omdat ze wat de veiligheid betreft een groter risico vormen. Deze gedeeltelijke onderbrenging in een lagere klasse betreft waarschijnlijk 50 tot 70 winkels.
   105-B1BWerkplaatsen voor textielontvetting (chemisch reinigen) met behulp van ontvlambare organische solventen
Werkplaatsen voor textielontvetting (chemisch reinigen) met behulp van organische solventen waarbij meer dan één machine wordt gebruikt (*)
zie 105A
106-A2Opslagplaatsen voor beenderen, afvalstoffen van dierlijke oorsprong, dierlijke bijproducten of bijproducten van het slachten: van 25 tot 500 kg afvalstoffen van dierlijke oorsprong of dierlijke bijproducten van categorie 3

De categorieën worden verstaan in de zin van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten.
106-A2Opslagplaatsen voor afvalstoffen van dierlijke oorsprong van categorie 3 (met uitzondering van keukenafval en etensresten) van 25 tot en met 1.000 kg (*)Doel van deze wijziging is hoofdzakelijk een aanpassing van de rubriek aan de nieuwe Europese verordeningen (Verordening (EG) nr. 1069/2009 van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en van Verordening (EU) nr. 142/2011 van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009).
Bovendien wordt de rubriek vereenvoudigd : er worden slechts vier onderverdelingen i.p.v. vijf voorzien. Momenteel worden keukenafval en etensresten, inclusief frituuroliën en -vetten (= categorie 3 afval) onderworpen aan een vergunning vanaf 25 kg. Dit betekent strikt genomen dat alle restaurants, kantines, frituristen, ... een klasse 2 vergunning nodig hebben vanaf een opslag van 25 kg vetten. Het opleggen van een milieuvergunning voor dit soort opslag lijkt niet veel steek te houden. De opslag van keukenafval en etensresten van minder dan 1.000 kg werd dus uitgesloten.
De oude rubrieken 106 C en 106 E werden gefusioneerd. Deze fusie was mogelijk omdat de ondergrens van de subrubriek 106 C verhoogd is van 500kg naar 1.000kg. Deze 2 subrubrieken werden samengevoegd onder het nieuwe voorstel van subrubriek 106 D.
De huidige subrubriek 106 D wordt de subrubriek 106 C en de huidige subrubriek 106 C wordt de subrubriek 106 D om het principe te behouden dat de subrubrieken van een hogere klasse gerangschikt worden na de subrubrieken van een lagere klasse.
106-B2Opslagplaatsen voor beenderen, afvalstoffen van dierlijke oorsprong, dierlijke bijproducten of bijproducten van het slachten: tot 500 kg afvalstoffen van dierlijke oorsprong of dierlijke bijproducten van categorie 1 en 2, met uitzondering van dierenkadavers

De categorieën worden verstaan in de zin van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten.
106-B2Opslagplaatsen voor afvalstoffen van dierlijke oorsprong van categorie 1 en 2 (met uitzondering van dierenkadavers) tot en met 1.000 kg (*)zie 106A
106-C1BOpslagplaatsen voor beenderen, afvalstoffen van dierlijke oorsprong, dierlijke bijproducten of bijproducten van het slachten: van meer dan 500 kg afvalstoffen van dierlijke oorsprong of dierlijke bijproducten van categorie 1, 2, 3, met uitzondering van dierenkadavers

De categorieën worden verstaan in de zin van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten.
106-C2Opslagplaatsen voor dierenkadavers van 250 tot en met 1.000 kg (*)zie 106A
106-D2Opslagplaatsen voor beenderen, afvalstoffen van dierlijke oorsprong, dierlijke bijproducten of bijproducten van het slachten: van 250 tot 1000 kg dierenkadavers106-D1BOpslagplaatsen voor afvalstoffen van dierlijke oorsprong van categorie 1, 2 of 3 van meer dan 1.000 kg (*)zie 106A
106-E1BOpslagplaatsen voor beenderen, afvalstoffen van dierlijke oorsprong, dierlijke bijproducten of bijproducten van het slachten: van meer dan 1000 kg dierenkadavers geschrapt (samengevoegd onder rubriek 106 A)
1071BWerkplaatsen voor de productie van houtvezelplaten en andere platen uit hout, karton, plantaardige of dierlijke vezels1071BWerkplaatsen voor de productie van houtvezelplaten en andere platen uit hout, karton, plantaardige of dierlijke vezels 
1082Opslagplaatsen voor papier of karton met een totale capaciteit van meer dan 500 ton1082Opslagplaatsen voor papier of karton met een totale oppervlakte van meer dan 1000 m²Aangezien het initieel in de rubriek voorziene tonnagecriterium voor de archieven moeilijk te ramen was, stelden de ambtenaren en de gemeenten voor om de oppervlakte (m²) als indelingscriterium te gebruiken. Omdat het gewicht van de archieven op ongeveer 500 kg/m² kan worden geraamd, werd de drempel van 1000 m² dus in aanmerking genomen.
109-A2Werkplaatsen voor de productie van papier of karton, of voor de productie van voorwerpen uit papier of karton of voor papier- of kartonbewerking met een drijfkracht : tussen 2 tot en met 20 kW109-A2Werkplaatsen voor de productie van papier of karton of voor papier- of kartonbewerking met een drijfkracht tussen 2 tot en met 20 kWDeze wijziging is in de eerste plaats van terminologische aard, in die zin dat ze zich richt naar het Europese opschrift voorzien in de richtlijn inzake industriële emissies (RIE). Verder (er werden twee nieuwe subrubrieken opgericht) wordt de productie van papier of karton onderscheien van de productie van voorwerpen van papier of karton, omdat deze procedés vanuit technisch standpunt sterk verschillen.
109-B1BWerkplaatsen voor de productie van papier of karton, of voor de productie van voorwerpen uit papier of karton of voor papier- of kartonbewerking met een drijfkracht : hoger dan 20 kW maar met een productiecapaciteit lager dan 200 ton per dag voor de inrichtingen bestemd voor de productie van papier of karton109-B1BInrichtingen bestemd voor de productie van papier of karton of voor de verwerking van papier of karton met een drijfkracht groter dan 20 kW maar een productiecapaciteit van minder dan 200 ton per dag voor de inrichtingen bestemd voor de productie van papier of kartonzie 109A
   109-C2Werkplaatsen voor de productie van voorwerpen uit papier of karton met een drijfkracht van 2 tot en met 20 kWzie 109A
   109-D1BWerkplaatsen voor de productie van voorwerpen uit papier of karton met een drijfkracht van meer dan 20 kWzie 109A
110-A2Werkplaatsen voor de vervaarding van voorwerpen op basis van manen, haren, veren, enz., met een drijfkracht lager dan 20 kW110-A2Werkplaatsen voor de vervaarding van voorwerpen op basis van manen, haren, veren, enz., met een drijfkracht lager dan 20 kW 
110-B1BWitlooierijen, looierijen en inrichtingen voor de bewerking van huiden,werkplaatsen voor de productie van voorwerpen op basis van paardenhaar, haren, veren, enz., met een drijfkracht hoger dan 20 kW110-B1BWerkplaatsen voor de vervaarding van voorwerpen op basis van manen, haren, veren, enz., met een drijfkracht groter dan 20 kW
Witlooierijen, looierijen en inrichtingen voor de bewerking van huiden
 
111-A2Opslagplaatsen voor leder, huiden, haren, veren en dons, enz., met een voor opslag bestemde oppervlakte : tussen 100 tot en met 2.000 m2111-A2Opslagplaatsen voor leder, huiden, haren, veren en dons, enz., met een voor opslag bestemde totale oppervlakte op de site tussen 100 tot en met 2.000 m²Zie rechtvaardiging onder rubriek 17-Verduidelijking dat de verschillende opslagplaatsen op eenzelfde site moeten worden samengeteld
111-B1BOpslagplaatsen voor leder, huiden, haren, veren en dons, enz., met een voor opslag bestemde oppervlakte :groter dan 2.000 m2111-B1BOpslagplaatsen voor leder, huiden, haren, veren en dons, enz., met een voor opslag bestemde totale oppervlakte op de site van meer dan
2.000 m²
zie 111A
112-A2Opslagplaatsen van gewasbeschermingsmiddelen (in de zin van artikel 3, 4°, a, van de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) met een totale capaciteit:
- kleiner dan of gelijk aan 100 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor professioneel gebruik;
- tussen 100 en 1.000 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor niet-professioneel gebruik
112-A2Opslagplaatsen van gewasbeschermingsmiddelen (in de zin van artikel 3, 4°, a, van de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) met een totale capaciteit:
- kleiner dan of gelijk aan 100 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor professioneel gebruik;
- tussen 100 en 1.000 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor niet-professioneel gebruik
Aanpassing gevolg besluit 16/07/2015 (-> Opslagplaatsen van gewasbeschermingsmiddelen)
112-B1BOpslagplaatsen van gewasbeschermingsmiddelen (in de zin van artikel 3, 4°, a, van de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) met een totale capaciteit:
- groter dan 100 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor professioneel gebruik;
- groter dan 1.000 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor niet-professioneel gebruik
112-B1BOpslagplaatsen van gewasbeschermingsmiddelen (in de zin van artikel 3, 4°, a, van de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) met een totale capaciteit:
- groter dan 100 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor professioneel gebruik;
- groter dan 1.000 kg voor gewasbeschermingsmiddelen voor niet-professioneel gebruik
zie 112A
1131BFabrieken, werkplaatsen voor de productie, het formuleren, het conditioneren van gewasbeschermingsmiddelen (in de zin van artikel 3, 4°, a, van de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)1131BFabrieken, werkplaatsen voor de productie, het formuleren, het conditioneren van gewasbeschermingsmiddelen (in de zin van artikel 3, 4°, a, van de ordonnantie van 20 juni 2013 betreffende een pesticidegebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)zie 112A
1142Werkplaatsen voor het ontwikkelen of bewerken van lichtgevoelige emulsies1143Werkplaatsen voor het ontwikkelen of bewerken van lichtgevoelige emulsies (met uitzondering van automatische fotocabines voor pasfoto's of voor instantontwikkeling)Geleidelijke vervanging van deze procedés door digitale ontwikkleing van foto's. Deze inrichtingen worden dus overgebracht naar een lagere klasse omdat de nog bestaande ontwikkelingsactiviteiten erg beperkt zijn en een beperkte impact hebben.
115-A2Duiventillen, vogelwinkels en inrichtingen voor het vetmesten of kweken van gevogelte : van 30 tot en met 300 dieren115-A2Duiventillen, vogelwinkels en inrichtingen voor het vetmesten of kweken van gevogelte van 30 tot en met 300 dieren 
115-B1BDuiventillen, vogelwinkels en inrichtingen voor het vetmesten of kweken van gevogelte : meer dan 300 dieren, maar minder dan 85.000 kuikens, 60.000 kippen115-B1BDuiventillen, vogelwinkels en inrichtingen voor het vetmesten of kweken van gevogelte van meer dan 300 dieren, maar minder dan 85.000 kuikens, 60.000 kippen 
1161BPleisterproductie1161BPleisterproductie 
117-A2- Viswinkels (kleinhandel)
- Opslagplaatsen voor zee- of zoetwaterproducten
- Werkplaatsen voor de bereiding, de bewaring van vis of visproducten of andere producten uit de zee of zoetwater met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW en die minder dan
7 mensen tewerkstellen
117-A2- Viswinkels (kleinhandel) - Opslagplaatsen voor zee- of zoetwaterproducten
- Werkplaatsen voor de bereiding, de bewaring van vis of visproducten of andere producten uit de zee of zoetwater met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW
Zie rechtvaardiging onder rubriek 37.
117-B1BWerkplaatsen voor de bereiding, de bewaring van vis of visproducten of andere zee- of zoetwaterproducten, met een drijfkracht groter dan 20 kW en die 7 of meer mensen tewerkstellen117-B1BWerkplaatsen voor de bereiding, de bewaring van vis of visproducten of andere zee- of zoetwaterproducten, met een drijfkracht groter dan 20 kWzie 117A
117-C1BVismeel- en visoliefabrieken117-C1BVismeel- en visoliefabrieken 
1183Materiaal, apparaten die meer dan 1dm³ PCB, PCT bevatten of minerale oliën met meer dan 50 ppm PCB en die niet in een andere rubriek zijn vermeld Sinds 31 december 2010 moet al het materiaal dat onder deze rubriek is opgenomen ingevolge het BBHR van 4 maart 1999 betreffende de planning van de verwijdering van PCB's en PCT's worden geëlimineerd. Het resterende materiaal dat dit type stoffen nog bevat moet dus verplicht worden beschouwd als gevaarlijk afval ingedeeld onder rubriek 45. De rubriek 118 heeft geen enkele bestaansreden meer.
119-A2Werkplaatsen voor de bereiding, de bewerking, de conditionering, de bewaring van voedingsproducten van dierlijke oorsprong (met uitzondering van restaurant-keukens en inrichtingen ingedeeld in rubriek 127), met een drijfkracht : tussen 2 tot en met 20 kW en die minder dan 7 mensen tewerkstellen119-A2Werkplaatsen voor de bereiding, de bewerking, de conditionering, de bewaring van voedingsproducten van dierlijke oorsprong (met uitzondering van restaurantkeukens en inrichtingen ingedeeld in rubriek 127), met een drijfkracht tussen 2 en 20 kWZie rechtvaardiging onder rubriek 37.
119-B1BWerkplaatsen voor de bereiding, de bewerking, de conditionering, de bewaring van voedingsproducten van dierlijke oorsprong (met uitzondering van restaurant-keukens en inrichtingen ingedeeld in rubriek 127), met een drijfkracht : groter dan 20 kW of die 7 of meer mensen tewerkstellen119-B1BWerkplaatsen voor de bereiding, de bewerking, de conditionering, de bewaring van voedingsproducten van dierlijke oorsprong (met uitzondering van restaurantkeukens en inrichtingen ingedeeld in rubriek 127), met een drijfkracht groter dan 20 kWzie 119A
120-A2Het breken, vergruizen, zeven van niet-metaalachtige minerale producten (met uitzondering van asbest), ertsen, met een drijfkracht: tussen 10 tot en met 100 kW120-A2Het breken, vergruizen, zeven van niet-metaalachtige minerale producten (met uitzondering van asbest), ertsen, met een drijfkracht tussen 10 en 100 kW 
120-B1BHet breken, vergruizen, zeven van niet-metaalachtige minerale producten (met uitzondering van asbest), ertsen, met een drijfkracht: groter dan 100 kW120-B1BHet breken, vergruizen, zeven van niet-metaalachtige minerale producten (met uitzondering van asbest), ertsen, met een drijfkracht van meer dan 100 kW 
121-A3Opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen of bereidingen (in de zin van artikel 723bis van het A.R.A.B.), die niet in een andere rubriek zijn opgenomen, met een capaciteit :- tussen 300 en 1.000 kg voor als ontvlambaar, schadelijk of irriterend beschouwde materialen of bereidingen met uitzondering van die welke sub d) staan vermeld- tussen 100 en 300 kg voor andere materialen of bereidingen met uitzondering van die welke sub d) staan vermeld121-A3Opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen of bereidingen (voorzien van een gevarenaanduiding H) die niet in een andere rubriek zijn opgenomen, met een totale capaciteit op de site:
- tussen 300 en 1.000 kg voor als ontvlambaar, schadelijk of irriterend beschouwde stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
- tussen 100 en 300 kg voor andere stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
Alle gevaarlijke stoffen worden momenteel gekenmerkt door risicozinnen "R" of gevarenmeldingen "H". De - verouderde - verwijzing naar het ARAB wordt dus vervangen door de verwijzing naar deze gevarenmeldingen die men aantreft in de veiligheidsgegevensbladen van de gevaarlijke stoffen.
121-B2Opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen of bereidingen (in de zin van artikel 723bis van het A.R.A.B.), die niet in een andere rubriek zijn opgenomen, met een capaciteit : tussen 1.000 en 5.000 kg voor als ontvlambaar, schadelik of irriterend beschouwde materialen of bereidingen met uitzondering van die welke sub d) staan vermeld tussen 300 kg en 1.000 kg voor andere materialen of bereidingen met uitzondering van die welke sub staan vermeld121-B2Opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen of bereidingen (voorzien van een gevarenaanduiding H) die niet in een andere rubriek zijn opgenomen, met een totale capaciteit op de site:
- tussen 1.000 en 5.000 kg voor als ontvlambaar, schadelijk of irriterend beschouwde stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
- tussen 300 kg en 1.000 kg voor andere stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
zie 121A
121-C1BOpslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen of bereidingen (in de zin van artikel 723bis van het A.R.A.B.), die niet in een andere rubriek zijn opgenomen, met een capaciteit :groter dan 5.000 kg voor als ontvlambaar, schadelijk of irriterend beschouwde materialen of bereidingen met uitzondering van die welke sub staan vermeldgroter dan 1.000 kg voor andere materialen of bereidingen met uitzondering van die welke sub staan vermeld121-C1BOpslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen of bereidingen (voorzien van een gevarenaanduiding H) die niet in een andere rubriek zijn opgenomen, met een totale capaciteit op de site:
- van meer dan 5.000 kg voor als ontvlambaar, schadelijk of irriterend beschouwde stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
- van meer dan 1.000 kg voor andere stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
zie 121A
121-D1BOpslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen of bereidingen (in de zin van artikel 723bis van het A.R.A.B.), die niet in een andere rubriek zijn opgenomen, met een capaciteit : groter dan :- 100 kg arseentrioxide, arseen (III) zuur of de zouten daarvan - 10 kg poedervormige 4,4-methyleen-bis (2-chlooraniline) en/of de zouten daarvan- 150 kg methylisocyanaat- 300 kg kooloxychloride (fosgeen)- 200 kgarseentrihydride (arsine)- 200 kg fosfortrihydride (fosfine)- 1 kg polychloordiben-zofuranen en polychloordiben-zodioxinen (met inbegrip van TCDD, uitgedrukt in TCDD-equivalent)- 1 kg van de volgende carcinogenen : 4-aminobifenyl en/of de zouten daarvan, benzidine en/of de zouten daarvan, di(chloormethyl)-ether, chloormethyleter en methyleter, dimethylcar-bamoylchloride, dimethylni-trosamine, hexamethylfos-forzuurtriamide 2-naftylamine en/of de zouten daarvan en 1,3-propaansultan 4-nitrodi-fenyl121-D1BOpslagplaatsen met een totale capaciteit op de site van meer dan: 100 kg arseentrioxide, arseen (III) zuur of de zouten daarvan, 10 kg poedervormige 4,4-methyleen-bis (2-chlooraniline) en/of de zouten daarvan, 150 kg methylisocyanaat, 300 kg kooloxychloride (fosgeen), 200 kg arseentrihydride (arsine), 200 kg fosfortrihydride (fosfine), 1 kg polychloordibenzofuranen en polychloordibenzodioxinen (met inbegrip van TCDD, uitgedrukt in TCDD-equivalent), 1 kg van de volgende carcinogenen: 4-aminobifenyl en/of de zouten daarvan, benzidine en/of de zouten daarvan, di(chloormethyl)ether, chloormethyleter en methyleter, dimethylcarbamoylchloride, dimethylnitrosamine, hexamethylfosforzuurtriamide 2-naftylamine en/of de zouten daarvan en 1,3-propaansultan 4-nitrodifenylzie 121A
122-A2Opslagplaatsen voor producten van plantaardige oorsprong (met uitzondering van afvalstoffen), met een capaciteit tussen 5 tot en met50 ton122-A2Opslagplaatsen voor producten van plantaardige oorsprong (met uitzondering van afvalstoffen), met een totale capaciteit op de site tussen 5 tot en met 50 ton 
122-B1BOpslagplaatsen voor producten van plantaardige oorsprong (met uitzondering van afvalstoffen), met een capaciteit :b) groter dan 50 ton122-B1BOpslagplaatsen voor producten van plantaardige oorsprong (met uitzondering van afvalstoffen), met een totale capaciteit op de site van meer dan 50 ton 
123-A2Openluchtopslagplaatsen voor minerale producten (met uitzondering van asbest), niet-energetische mineralen, met een capaciteit :tussen 100 tot en met 1.000 ton123-A2Opslagplaatsen voor ruwe minerale producten (met uitzondering van asbest), niet-energetische mineralen, met een totale voor opslag bestemde capaciteit op de site van 100 tot en met 1.000 m²Deze wijziging stroomlijnt 2 rubrieken, rubriek 123 en 124. Aangezien het op het vlak van het milieu geen nut heeft om de openluchtopslagplaatsen te onderscheiden van de overdekte opslagplaatsen, worden ze in een enkele rubriek samengebracht.

De drempelreferentie werd gewijzigd; die werd inderdaad veranderd van ton in m² zodat de drempel, in een streven naar eenvoud voor de uitbater en de administratie, gemakkelijker kan worden berekend. Men past op deze rubriek veeleer het begrip oppervlakte (van de overdekte opslagplaatsen) toe dan het gewicht. Het is immers gemakkelijker om de waarde in m² dan in ton te ramen.
123-B1BOpenluchtopslagplaatsen voor minerale producten (met uitzondering van asbest), niet-energetische mineralen, met een capaciteit :groter dan 1.000 ton123-B1BOpslagplaatsen voo ruwe minerale producten (met uitzondering van asbest), niet-energetische mineralen, met een totale voor opslag bestemde capaciteit op de site groter dan 1.000 m²zie 123A
124-A2Overdekte opslagplaatsen voor minerale producten (met uitzondering van asbest), niet-energetische mineralen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : tussen 100 tot en met 1.000 m2 zie 123A
124-B1BOverdekte opslagplaatsen voor minerale producten (met uitzondering van asbest), niet-energetische mineralen met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : groter dan 1.000 m2 zie 123A
125-A2Opslagplaatsen voor cosmetica met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : tussen 100 tot en met 2.000 m2125-A2Opslagplaatsen voor cosmetica of farmaceutische producten (met uitzondering van apothekersopslagplaatsen) met een totale voor opslag bestemde oppervlakte tussen 100 en 2.000 m²Omdat farmaceutische producten en cosmetica erg nauw verbonden zijn en omdat het in de praktijk moeilijk is om de 2 types opslagplaatsen van producten van elkaar te onderscheiden, worden onder deze rubriek dus ook de opslagplaatsen van farmaceutische producten opgenomen (rubriek 129).
125-B1BOpslagplaatsen voor cosmetica met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : groter dan 2.000 m2125-B1BOpslagplaatsen voor cosmetica of farmaceutische producten (met uitzondering van apothekersopslagplaatsen) met een totale voor opslag bestemde oppervlakte groter dan 2.000 m²zie 125A
126-A2Werkplaatsen voor de productie of het conditioneren van cosmetica, met een drijfkracht: tussen 2 tot en met 20 kW en die minder dan 7 personen tewerkstellen126-A2Werkplaatsen voor de bereiding, het conditioneren of het formuleren van farmaceutische producten of cosmetica (met uitzondering van apotheken) met een drijfkracht van 2 tot en met 20 kWDe opname van de farmaceutische producten onder deze rubriek wordt gerechtvaardigd door hun nauwe band met de cosmetica en omdat het in de praktijk moeilijk blijkt om daarin een onderscheid te maken. Rubriek 128 wordt dus met deze rubriek samengevoegd.

De rechtvaardiging voor het schrappen schrapping van het criterium van de 7 personen treft u aan onder rubriek 37.
126-B1BWerkplaatsen voor de productie of het conditioneren van cosmetica, met een drijfkracht: groter dan 20 kW of die 7 personen of meer tewerkstellen126-B1BWerkplaatsen voor de bereiding, het conditioneren of het formuleren van farmaceutische producten of cosmetica (met uitzondering van apotheken) met een drijfkracht groter dan 20 kWzie 126A
127-A2Slagerijen, slagerswinkels voor orgaanvlees, werkplaatsen voor het versnijden van vlees met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kW en die minder dan 7 personen tewerkstellen127-A2Slagerijen, slagerswinkels voor orgaanvlees, werkplaatsen voor het versnijden van vlees met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kWZie rechtvaardiging onder rubriek 37.
127-B1BWerkplaatsen voor het vers-nijden van vlees met een drijfkracht van meer dan 20 kW of die 7 personen of meer tewerkstellen127-B1BWerkplaatsen voor het versnijden van vlees met een drijfkracht groter kleiner dan of gelijk aan 20 kWZie rechtvaardiging onder rubriek 37.
128-A2Werkplaatsen voor de industriële productie, het formuleren, het verpakken van farmaceutische producten, met een drijfkracht : tussen 2 tot en met 20 kW en die minder dan 7 personen tewerkstellen Deze rubriek is samengevoegd met rubriek 126, zie opmerking van deze rubriek.
128-B1BWerkplaatsen voor de industriële productie, het formuleren, het verpakken van farmaceutische producten, met een drijfkracht : groter dan 20 kW of die 7 personen of meer tewerkstellen zie 128A
129-A3Opslagplaatsen voor farmaceutische producten (met uitzondering van apothekersopslagplaatsen) met een voor opslag bestemde oppervlakte : tussen 50 tot en met 100 m2 Deze rubriek is samengevoegd met rubriek 125, zie opmerking van deze rubriek

We vestigen er de aandacht op dat klasse 3 verdwijnt omdat de drempels van de cosmeticaopslaglaatsen worden gelijkgebracht op 100 m².
129-B2Opslagplaatsen voor farmaceuische producten (met uitzondering van apothekersopslagplaatsen) met een voor opslag bestemde oppervlakte : groter dan 100 tot en met 2.000 m2 zie 129A
129-C1BOpslagplaatsen voor farmaceutische producten (met uitzondering van apothekersopslagplaatsen) met een voor opslag bestemde oppervlakte : groter dan 2.000 m2 zie 129A
1301BNiet in een andere rubriek vermelde industriële inrichtingen voor de productie, omzetting of verwerking van organische of anorganische chemische producten en tussenproducten waarbij
met name gebruik wordt gemaakt van:
- alkylering
- aminering met ammoniak
- condensatie
- dehydrogenering
- verestering
- halogenering en fabricage van halogenen
- hydrogenering
- hydrolyse
- oxidatie
- polymerisatie
- ontzwaveling, synthese en omzetting van zwavelhoudende verbindingen
- nitratie en synthese van stikstofhoudende verbindingen
- synthese van fosforhoudende verbindingen
- distillatie
- extractie
- solvatatie
- menging
1301BNiet in een andere rubriek vermelde industriële inrichtingen voor de productie, omzetting of verwerking van organische of anorganische chemische producten en tussenproductenDe voorbeelden van deze rubriek werden geschrapt omdat ze enerzijds niet exhaustief zijn en anderzijds verschillen van de Europese termen.
1312Zink- of sterfputten, systemen voor het verspreiden van effluenten voor het opslorpen van residuaire vloeistoffen in de grond Deze rubriek wordt geschrapt en samengevoegd met rubriek 56. Gezien de nauwe band tussen rubriek 56 en 131 is deze rubriek niet nuttig. Immers, aangezien er zonder behandeling geen effluenten in de bodem mogen worden verspreid, maken deze systemen noodzakelijk deel uit van rubriek 56.
132-A3- Klimaatregelingssysteem:
1) dat per circuit 3 kg of meer ozonafbrekende stoffen (opgesomd in bijlage 1 van verordening (EG) 1005/2009 betreffende ozonafbrekende stoffen) of gefluoreerde broeikasgassen (opgesomd in bijlage I deel I van de verordening (EG) 842/2006 van het Europees parlement en van de raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen) bevat, afzonderlijk of in een mengsel;
of
2) waarbij het totale elektrische vermogen van de compressoren, nodig voor de werking van de koelcircuits, hoger is dan 10 kW maar lager is dan 100 kW.

- Iedere andere installatie met een koelcircuit:
1) dat 3 kg of meer ozonafbrekende stoffen (opgesomd in bijlage 1 van verordening (EG) 1005/2009 betreffende ozonafbrekende stoffen) of gefluoreerde broeikasgassen (opgesomd in bijlage I deel I van de verordening (EG) 842/2006 van het Europees parlement en van de raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen) bevat, afzonderlijk of in een mengsel;
of
2) waarbij het totale elektrische vermogen van de compressoren op eenzelfde circuit hoger is dan 10 kW maar lager is dan 100 kW.
132-A3Koelinstallatie die een koelcircuit bevat: a.1) die 5 ton CO2 equivalent of meer gefluoreerde broeikasgassen bevat zoals bedoeld in bijlage I van voornoemde verordening (EU) nr. 517/2014 en de eventuele latere wijzigingen ervan, afzonderlijk of in een mengsel; of a.2) waarvan het maximale elektrische vermogen dat wordt geabsorbeerd door de compressor(en) gelegen op eenzelfde circuit meer bedraagt dan 10 kW maar minder dan 100 kW. Elke koelinstallatie bevat alle apparatuur en toebehoren die nodig zijn voor de werking van het koelcircuit:- koeluitrusting,- klimatiseringsuitrusting, - warmtepompen.Besluit koelinrichtingen
132-B2- Klimaatregelingssysteem waarbij het totale elektrische vermogen van de compressoren, nodig voor de werking van de koelcircuits, hoger is dan 100 kW.
- Iedere andere installatie met een koelcircuit waarbij het totaal elektrisch vermogen van de compressoren op eenzelfde circuit hoger is dan 100 kW.
- Natte koeltorens.
132-B2Koelinstallatie:
b.1) die 3 kg of meer koelvloeistof bevat behorend tot een van de volgende veiligheidsgroepen A2L, A2, B2L, B2, A3 of B3, zoals gedefinieerd in bijlage E van norm NBN EN 378-1:2016; of
b.2) die een koelcircuit bevat waarvan het maximale elektrische vermogen dat wordt geabsorbeerd door de compressor(en) gelegen op eenzelfde circuit meer bedraagt dan of gelijk is aan 100kW. Elke koelinstallatie bevat alle apparatuur en toebehoren die nodig zijn voor de werking van het koelcircuit:- koeluitrusting,- klimatiseringsuitrusting,- warmtepompen.
besluit koelinrichtingen
   132-C2Koelsysteem waarbij de afvoer van de warmte naar buiten toe gebeurt door verneveling van water in een luchtstroom (vochtige koeltoren, verdampingscondensor, adiabatische wisselaar/koeler, enz) met recirculatie van de waternevelbesluit koelinrichtingen
133 Bijenkorven voor meer dan 3 bijenkolonies133-A3Bijenkorven voor 3 tot en met 4 productieve bijenkolonies (*)Aanmaken van subrubrieken om de kleinschalige bijencultuur in de stedelijke omgeving te kunnen bevorderen en toch de administratieve last voor de kleine bijenkorven (hobby-imkers) te beperken; kleine bijenkorven zijn immers bijzonder aan het Brussels Gewest aangepast.
Van 1 tot 2 bijenkorven: niet-ingedeeld
Dit laat een beginnende of meer doorgewinterde imker toe een plaats uit te testen. Anderzijds kunnen hierdoor ook een of 2 bijenkorven heel kortstondig worden opgesteld, de tijd die nodig is om een definitieve plaats te vinden
Vanaf 3 tot 4 bijenkorven is een aangifte van klasse 3 nodig.
Zonder al te hoge kosten of te ingewikkelde stappen kan de amateur-imker een bepaalde zekerheid krijgen om zijn hobby in goede omstandigheden te beoefenen. Dat laat eveneens toe om een globaal beeld te verwerven van de bijenkorven die zich in een bepaalde zone bevinden zodat overpopulatie kan worden vermeden.
Vanaf 5 tot 15 bijenkorven wordt een milieuvergunning van klasse 2 vereist
De opstelling van een (al dan niet collectief) geheel van 5 bijenkorven moet reeds aan bijzondere voorwaarden beantwoorden (park, hele grote tuin,...). Het beheer wordt delicater en verdient een meer nauwkeurige controle.
Zodra er meer dan 15 bijenkorven worden opgesteld, is een milieuvergunning van klasse 1B vereist omdat een installatie van meer dan 15 bijenkorven grondiger moet worden geëvalueerd. Het betreft immers een inrichting die als "professioneel" zal worden omschreven. Bovendien bestaat er gevaar voor oververzadiging van bepaalde plaatsen, met alle mogelijke negatieve gevolgen voor de agressiviteit van de bijen en de concurrentie met andere bestuivende insecten. Een procedure van type 1B lijkt dus verstandig.
   133-B2Bijenkorven voor 5 tot en met 15 productieve bijenkolonies (*)zie 133A
   133-C1BBijenkorven voor meer dan 15 productieve bijenkolonies (*)zie 133A
134-A3Inrichting die een danszaal bevat en waarbij de totale oppervlakte van de inrichting begrepen is tussen 100 m² tot en met 200 m²   Ingetrokken via besluit versterkte muziek
134-B2Inrichting die een danszaal bevat en waarbij de totale oppervlakte van de inrichting meer dan 200 m² bedraagt   Ingetrokken via besluit versterkte muziek
1352 Bioscopen, schouwburgen, operazalen, concertzalen, kegelbanen - Feestzalen, plaatsen waar schouwspelen worden opgevoerd, met een oppervlakte van meer dan 200 m² - Geluidsopnamestudio’s135-A2Evenementenzalen, bioscoopcomplexen, theaters, opera's, muziekhallen, feestzalen, discotheken, concertzalen met een totale oppervlakte van meer dan 200 m² en die een totale capaciteit hebben van 3000 personen of minderWijziging via besluit versterkte muziek
   135-B1BEvenementenzalen, bioscoopcomplexen, theaters, opera's, muziekhallen, feestzalen, discotheken, concertzalen met een totale capaciteit van meer dan 3000 personenzie 135A
   135-C3Andere inrichting toegankelijk voor publiek, ongeacht de toegangsvoorwaarden, die zijn ingericht of uitgerust met een permanente of tijdelijke installatie voor het verspreiden van versterkt geluid, waarvan de uren waarop het geluid wordt verspreid volledig of gedeeltelijk liggen tussen 00.00 uur en 07.00 uurzie 135A
1361BProductie en raffinage van suiker en bietenrasperijen1361BProductie en raffinage van suiker en bietenrasperijenzie 136B
137-A2Werkplaatsen voor de bereiding van producten op basis van suiker, suikerstroop of cacao, werkplaatsen voor ijsbereiding, met een drijfkracht : kleiner dan of gelijk aan 20 kW en die minder dan 7 personen tewerkstellen137-A2Werkplaatsen voor de bereiding van producten op basis van suiker, suikerstroop of cacao, werkplaatsen voor ijsbereiding, met een drijfkracht kleiner dan of gelijk aan 20 kWZie rechtvaardiging onder rubriek 37.
137-B1BWerkplaatsen voor de bereiding van producten op basis van suiker, suikerstroop of cacao, werkplaatsen voor ijsbereiding, met een drijfkracht : groter dan 20 kW of die 7 personen of meer tewerkstellen137-B1BWerkplaatsen voor de bereiding van producten op basis van suiker, suikerstroop of cacao, werkplaatsen voor ijsbereiding, met een drijfkracht groter dan 20 kWzie rechtvaardiging onder rubriek 37.
1381BWerkplaats voor mechanisch, pneumatisch of elektrostatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen
Niet in een andere rubriek vermelde inrichtingen voor het bewerken van materiaal-oppervlakken, voorwerpen of producten met behulp van organische solventen, met name voor de aanmaak, het bedrukken, het bekleden, het ontvetten, het waterdichtmaken, het lijmen, het verven, het reinigen of impregneren, met een solventenverbruik van meer dan 150 kg per uur of meer dan 200 ton per jaar
138-A2Werkplaatsen voor elektrostatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen
Werkplaatsen voor het mechanisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen
Werkplaatsen voor het aanbrengen van bedekkingsmiddelen met spuitbussen
Deze wijziging brengt enerzijds een deel van de rubriek onder in een lagere klasse en schrapt (door samenvoeging onder rubriek 97), anderzijds de inrichtingen die betrekking hebben op de oppervlaktebehandeling. Het onderbrengen van de mechanische en elektrostatische bekledingstoepassing in een lagere klasse is ingegeven door de beperkte hinder van beide procedés. Wat het milieu betreft, zijn elektrostatische applicaties niet echt problematisch omdat zij geen solventen gebruiken. Bovendien is procedure 1B voor spuitbussen erg zwaar.
Door ze in te delen bij klasse 2 kan de procedure worden verlicht en worden vermeden dat activiteiten met een erg beperkt solventengebruik en met doorgaans heel beperkte hinder worden ingedeeld bij 1B. Die onderbrenging in een lagere klasse betekent echter niet dat de milieubescherming wordt afgezwakt omdat niets belet striktere specifieke voorwaarden in deze vergunningen op te leggen indien dit nodig blijkt.
Die voorwaarden zouden meer bepaald kunnen worden opgelegd voor de werkplaatsen voor het herstellen van oldtimers
- gemeentelijke werkplaatsen (kleine herstellingen)
- houtwerkplaatsen waar beperkte lakwerken worden uitgevoerd
- kunstenaars
   138-B1BWerkplaatsen voor het pneumatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen (met uitzondering van spuitbussen)Het pneumatisch aanbrengen (koetswerkplaatsen,...) blijft gezien de milieuhinder ingedeeld bij klasse 1B.
1391BWerkplaatsen voor het thermisch bewerken van oppervlakken (met uitzondering van metalen) en werkplaatsen voor het aanbrengen van bedekkings-middelen door onderdompeling op houders van welke aard dan ook De schrapping van deze rubriek is een gevolg van de opname enerzijds van de: "werkplaatsen voor het aanbrengen van bedekkingsmiddelen door onderdompeling op houders van welke aard dan ook" omdat die werden opgenomen onder rubriek 97. Anderzijds is het "thermisch bewerken van oppervlakken" samengevoegd met rubriek 98.
140-A2Fabrieken voor tabaksbewerking of voor de productie van artikelen die tabak bevatten, met een drijfkracht : kleiner dan of gelijk aan 20 kW140-A2Fabrieken voor tabaksbewerking of voor de productie van artikelen die tabak bevatten, met een drijfkracht van kleiner dan of gelijk aan 20 kW 
140-B1BFabrieken voor tabaksbewerking of voor de productie van artikelen die tabak bevatten, met een drijfkracht : groter dan 20 kW140-B1BFabrieken voor tabaksbewerking of voor de productie van artikelen die tabak bevatten, met een drijfkracht groter dan 20 kW 
141-A2Opslagplaatsen voor tabak of producten die tabak bevatten, met een capaciteit : van 10 tot en met 50 ton Er bestaat geen enkel belang om een specifieke rubriek voor tabak aan te houden…

Opgenomen onder rubriek 122
141-B1BOpslagplaatsen voor tabak of producten die tabak bevatten, met een capaciteit : van meer dan 50 ton zie 141A
142-A2Opslagplaatsen voor textiel en textielartikelen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : tussen 100 tot en met 2.000 m2142-A2Opslagplaatsen voor textiel en textielartikelen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte tussen 100 en 2.000 m² 
142-B1BOpslagplaatsen voor textiel en textielartikelen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte : groter dan 2.000 m2142-B1BOpslagplaatsen voor textiel en textielartikelen, met een voor opslag bestemde totaaloppervlakte groter dan 2.000 m² 
143-A2Fabricage, confectie van textielartikelen, producten uit vilt, touw, draad, tapijten, enz., met een drijfkracht : tussen 2 tot en met 20 kW143-A2Werkplaatsen voor de fabricage, confectie van textielartikelen, producten uit vilt, touw, draad, tapijten, enz.,
Werkplaatsen voor het mechanisch bewerken van textiel, spinnerijen, weverijen
met een drijfkracht tussen 2 en 20 kW
Deze wijziging heeft tot doel de rubrieken 143 en 144 (A en B) te stroomlijnen. Daarom groepeert rubriek 143 rubriek 144 (omdat er geen belang bestaat om die te onderscheiden) en rubriek 61.
143-B1BFabricage, confectie van textielartikelen, producten uit vilt, touw, draad, tapijten, enz., met een drijfkracht : groter dan 20 kW143-B1BWerkplaatsen voor de fabricage, confectie van textielartikelen, producten uit vilt, touw, draad, tapijten, enz.,
Werkplaatsen voor het mechanisch bewerken van textiel, spinnerijen, weverijen
met een drijfkracht groter dan 20 kW
zie 143A
144-A2Werkplaatsen voor het mechanisch bewerken van textiel, met uitzondering van spinnerijen en weverijen, met een drijfkracht : kleiner dan of gelijk aan 20 kW zie 143A
144-B1BWerkplaatsen voor het mechanisch bewerken van textiel, met uitzondering van spinnerijen en weverijen, met een drijfkracht : groter dan 20 kW zie 143A
1451BWerkplaatsen voor het voorbehandelen, afwerken of chemisch bewerken van textiel (bleken, merceriseren, verven, bedrukken, impregneren...)1451BWerkplaatsen voor het voorbehandelen, afwerken of chemisch bewerken van textiel (bleken, merceriseren, verven, bedrukken, impregneren, ...) 
146-A2Schietstanden- en terreinen voor wapens met veren, met perslucht (met uitzondering van kermiskramen)146-A2Schietstanden- en terreinen voor wapens met veren, met perslucht (met uitzondering van kermiskramen en schietstanden voor boog of kruisboog)De wijziging beoogt de activiteiten die vrijgesteld zijn van indeling te verduidelijken om interpretatieproblemen te vermijden.
146-B1BSchietstanden- en terreinen b) voor jacht-, sport-, oorlogswapens, wapens voor het kleiduifschieten, enz.146-B1BSchietstanden en -terreinen voor vuurwapens (inclusief kleiduifschieten)Deze wijziging vereenvoudigt het opschrift van de rubriek en verduidelijkt de voorziene uitzonderingen.
147-A2Branderijwerkplaatsen met een totale inhoud van de trommel of de trommels : kleiner dan of gelijk aan 25 kg147-A2Branderijwerkplaatsen met een totale inhoud van de trommel of de trommels kleiner dan of gelijk aan 25 kg 
147-B1BBranderijwerkplaatsen met een totale inhoud van de trommel of de trommels : groter dan 25 kg147-B1BBranderijwerkplaatsen met een totale inhoud van de trommel of de trommels groter dan 25 kg 
148-A3Statische transformatoren met een nominaal vermogen : van 250 kVA tot en met 1.000 kVA148-A3Statische transformatoren met een nominaal vermogen van 250 kVA tot en met 1.000 kVA 
148-B2Statische transformatoren met een nominaal vermogen : van meer dan 1.000 kVA tot en met 5.000 kVA148-B2Statische transformatoren met een nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA tot en met 5.000 kVA 
148-C1BStatische transformatoren met een nominaal vermogen : van meer dan 5.000 kVA148-C1BStatische transformatoren met een nominaal vermogen van meer dan 5.000 kVA 
1493Stoomtoestellen (in de zin van het K.B. van 18.10.91)1491BInrichtingen bestemd voor de industriële productie van stoom en warm water (in de zin van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu-effectenbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten), die niet in een andere rubriek opgenomen zijnDoel van de wijziging is in een eerste fase het opschrift van de rubriek aan de Europese terminologie aan te passen.

In een tweede fase onttrekt dit opschrift de verwarmingstoestellen met stoom omdat die onder rubriek 40 zijn ingedeeld; er is dus geen enkele reden om ze onder deze rubriek op te nemen. Omwille van hun erg beperkte impact wenst men evenmin de autoclaven in te delen.
150-A3Al dan niet overdekte opslagplaatsen voor nieuwe voertuigen, tentoonstellingsruimten voor nieuwe voertuigen (met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen), met plaats voor : 3 tot en met 10 parkeerplaatsen150-A3Tentoonstellingsruimten, al dan niet overdekte opslagplaatsen voor nieuwe motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, ...), met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen, van 3 tot en met 10 parkeerplaatsen (*)Het opschrift van de nieuwe rubriek werd licht gewijzigd om de termen gebruikt in de verschillende rubrieken van opslagplaatsen van voertuigen te uniformiseren…
De term voertuigen werd eveneens vervangen door "motorvoertigen" om alle overige voertuigen uit te sluiten (fiets, en andere driewielers…).
150-B2Al dan niet overdekte opslagplaatsen voor nieuwe voertuigen, tentoonstellingsruimten voor nieuwe voertuigen (met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen), met plaats voor : 11 tot en met 50 parkeerplaatsen150-B2Tentoonstellingsruimten, al dan niet overdekte opslagplaatsen voor nieuwe motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, ...), met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen, van 11 tot en met 50 parkeerplaatsen (*)zie 150A
150-C1BAl dan niet overdekte opslagplaatsen voor nieuwe voertuigen, tentoonstellingsruimten voor nieuwe voertuigen (met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen), met plaats voor : meer dan 50 parkeerplaatsen150-C1BTentoonstellingsruimten, al dan niet overdekte opslagplaatsen voor nieuwe motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, ...), met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen, van meer dan 50 parkeerplaatsen (*)zie 150A
151-A2Opslagplaatsen voor gebruikte voertuigen of afgedankte voertuigen, tentoonstellingsruimten voor gebruikte voertuigen (met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen), met plaats voor: 3 tot en met 50 voertuigen151-A2Tentoonstellingsruimten, al dan niet overdekte opslagplaatsen voor gebruikte en afgedankte motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, ...), met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen, van 3 tot en met 50 parkeerplaatsen (*)zie 150A
151-B1BOpslagplaatsen voor gebruikte voertuigen of afgedankte voertuigen, tentoonstellingsruimten voor gebruikte voertuigen (met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen), met plaats voor: meer dan 50 voertuigen151-B1BTentoonstellingsruimten, al dan niet overdekte opslagplaatsen voor gebruikte en afgedankte motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, ...), met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen, van meer dan 50 parkeerplaatsen (*)zie 150A
152-A2Openluchtparkeerterreinen voor motorvoertuigen buiten de openbare weg met plaats voor : 10 tot en met 50 auto's of aanhangwagens 2Buiten de openbare weg gelegen niet-overdekte parkeerterreinen voor motorvoertuigen (motorfietsen, personenauto's, bestelauto's, vrachtauto's, autobussen, …) of aanhangwagens, met 10 tot en met 50 plaatsen Beide subrubrieken worden geschrapt in deze tabel omdat ze gefusioneerd werden met de rubriek 68 voor de overeenstemming met lijst 1A.
152-B1BOpenluchtparkeerterreinen voor motorvoertuigen buiten de openbare weg met plaats voor : 51 tot en met 200 auto's of aanhangwagens 1BBuiten de openbare weg gelegen niet-overdekte parkeerterreinen voor motorvoertuigen (motorfietsen, personenauto's, bestelauto's, vrachtauto's, autobussen, …) of aanhangwagens, met 51 tot en met 200 plaatsenzie 152A
153-A2Ventilatoren (door extractie en pulsie), met een nominaal debiet : tussen 20.000 tot en met 100.000 m3/u153-A2Ventilatoren (door extractie en pulsie), met een nominaal debiet (per ventilator) tussen 20.000 tot en met 100.000 m³/uIn een eerste fase verduidelijkt de wijziging dat het vermogen van alle ventilatoren niet moet worden samengeteld; met die verduidelijking wil men alle interpretatieproblemen vermijden; Onder subrubriek 153 B sluit men de ventilatoren uit die uitsluitend bestemd zijn voor het wegblazen van rook bij een brand omdat zij nagenoeg geen hinder veroorzaken; ze kaderen binnen een veiligheidsmaatregel en worden enkel gebruikt bij brand.
153-B1BVentilatoren (door extractie en pulsie), met een nominaal debiet : groter dan 100.000 m3/u153-B1BVentilatoren (door extractie en pulsie), met uitzondering van ventilatoren die uitsluitend bestemd zijn voor het wegblazen van rook bij een brand met een nominaal debiet (per ventilator) van meer dan 100.000 m3/uzie 153A
154-A2Opslagplaatsen voor vernis of celluloseverven en andere soorten ontvlambare vernis of verven : voor 500 tot en met 5.000 l Deze twee subrubrieken worden geschrapt omdat er geen enkele reden is om een afzonderlijke rubriek voor vernis en verf aan te houden... Afhankelijk van de productkenmerken (gevarenmelding) wordt deze ingedeeld bij rubriek 121 (of eventueel bij rubriek 88)
154-B1BOpslagplaatsen voor vernis of celluloseverven en andere soorten ontvlambare vernis of verven : voor meer dan 5.000 l zie 154A
155-A2Werkplaatsen voor de productie van vernis, lak, verf, drukinkt en/of pigmenten, met een drijfkracht : kleiner dan of gelijk aan 20 kW155-A2Werkplaatsen voor de productie van vernis, lak, verf, lijmen, drukinkt en/of pigmenten, met een drijfkracht lager dan of gelijk aan 20 kWDeze wijziging neemt de werkplaatsen voor de productie van lijm op omdat deze een afzonderlijke rubriek (rubriek 35) vormden die ten behoeve van de vlotheid werd geschrapt.
155-B1BWerkplaatsen voor de productie van vernis, lak, verf, drukinkt en/of pigmenten, met een drijfkracht : groter dan 20 kW155-B1BWerkplaatsen voor de productie van vernis, lak, verf, lijmen, drukinkt en/of pigmenten, met een drijfkracht hoger dan 20 kWzie 155A
1561BWerkplaatsen voor de industriële mechanische bewerking van glas of glazen voorwerpen (polijsten, schuinslijpen, graveren, ontglazen, matslijpen, zandstralen) en alle bewerkingen waarbij het onder druk zandstralen of fluorzuur worden gebruikt1562Werkplaatsen voor de mechanische bewerking van glas of glazen voorwerpen (polijsten, schuinslijpen, graveren, ontglanzen, matslijpen) met een drijfkracht groter dan 20 kW
Bewerkingen waarbij het onder druk zandstralen of fluorzuur op het glas wordt gebruikt
In de nieuwe rubriek werd de term "industrieel" geschrapt omdat dit begrip niet duidelijk is gedefinieerd. Om interpretatieproblemen te vermijden werd dit begrip vervangen door een drempel in kW in te lassen. Ten behoeve van de samenhang met de andere rubrieken werd de drempel van 20 kW hernomen.

Vermits de milieu-impact van deze werkplaatsen vrij beperkt is, wordt ze overigens naar de lagere klasse 2 overgebracht.

Tot slot betreft een kleine wijziging het feit dat het zandstralen op het glas wordt toegepast; dit vermijdt redundantie met de rubrieken 101 (zandstralen van metalen) en 144 (zandstralen van jeans).
1571BGlasblazerijen en kristalfabrieken, fabricage en smelting van spiegelglas, glasvezels, glaswol, kunstmatige minerale vezels, en andere1571BGlasblazerijen en kristalfabrieken

Fabricage van glasvezels, glaswol, kunstmatige minerale vezels, en andere
Deze wijziging schrapt de term :"smelting van spiegelglas vermits glasblazerijen en kristalfabrieken deze activiteit van nature verrichten.
1581BWerkplaatsen voor de bereiding van azijn en azijnderivaten (ongeacht de oorsprong of het proces)1581BWerkplaatsen voor de bereiding van azijn en azijnderivaten (ongeacht de oorsprong of het proces) 
1591BOpslagplaats en afvalvoorzieningen van winningsindustrieën in de zin van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 mei 2009 betreffende het beheer van winningsafval1591BOpslagplaats en afvalvoorzieningen van winningsindustrieën in de zin van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 mei 2009 betreffende het beheer van winningsafval 
160-A3Luchtvaartterrein : een plaats (desgevallend met inbegrip van gebouwen, inrichtingen en uitrusting) die bestemd is om, geheel of gedeeltelijk, te worden gebruikt voor de aankomst en het vertrek van luchtvaartuigena) luchtvaartterrein : waarop het aantal wekelijkse bewegingen steeds lager ligt dan of gelijk is aan 20160-A1CLuchtvaartterein: plaatsen (desgevallend met inbegrip van gebouwen, inrichtingen en uitrusting) die bestemd zijn om, geheel of gedeeltelijk, te worden gebruikt voor de aankomst en het vertrek van luchtvaartuigen en waarop het aantal wekelijkse bewegingen steeds lager ligt dan of gelijk is aan 20Gelet op het specifieke karakter en het erg beperkte aantal inrichtingen van dit type, stelt de beoogde wijziging voor deze inrichtingen klasse 1C, veeleer dan klasse 3, vast. Gelet op de complexiteit van deze inrichtingen is het aangewezen om de expertise te centraliseren veeleer dan die te verspreiden over de bevoegde overheden.
160-B1Bluchtvaartterrein : waarop het aantal wekelijkse bewegingen hoger ligt dan 20160-B1BLuchtvaartterrein waarop het aantal wekelijkse bewegingen hoger ligt dan 20 
1611BDepollutiecentrum voor afgedankte voertuigen1611BDepollutiecentrum voor afgedankte voertuigen 
162-A1CIndoorantennes die stralingen uitzenden bedoeld in de ordonnantie van 1 maart 2007 betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van niet-ioniserende stralingen (met inbegrip van de technische inrichtingen nodig voor de exploitatie van antennes), met uitzondering van:
- antennes met een effectief EIRP-vermogen van minder dan 2 W;
- lineaire stralingssystemen zoals straalkabels en uitstralende golfgeleiders;
- WIFI-antennes, op voorwaarde dat ze voldoen aan het koninklijk besluit van 18 december 2009 betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen of elke andere bepaling die het besluit zou vervangen.
162-A1CIndoorantennes die stralingen uitzenden bedoeld in de ordonnantie van 1 maart 2007 betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van niet-ioniserende stralingen (met inbegrip van de technische inrichtingen nodig voor de exploitatie van antennes), met uitzondering van:
- antennes met een effectief EIRP-vermogen van minder dan 2 W;
- noodantennes;
- lineaire stralingssystemen zoals straalkabels en uitstralende golfgeleiders;
- WIFI-antennes, op voorwaarde dat ze voldoen aan het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen of elke andere bepaling die het besluit zou vervangen.
 
162-B1DAntennes die stralen uitzenden bedoeld door de ordonnantie van 1 maart 2007 betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van nietioniserende stralingen (met inbegrip van de technische installaties die noodzakelijk zijn voor de uitbating van de antennes), met uitzondering van:
- antennes met effectief EIRP-vermogen van minder dan 2W
- lineaire stralingssystemen zoals straalkabels en uitstralende golfgeleiders;
- WIFI-antennes, op voorwaarde dat ze toegelaten zijn krachtens het koninklijk besluit van 18 december 2009 betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen of elke andere bepaling die het besluit zou vervangen.
- straalverbindingen.
162-B1DAntennes die gedurende meer dan 10 dagen stralen uitzenden bedoeld door de ordonnantie van 1 maart 2007 betreffende de bescherming van het leefmilieu tegen de eventuele schadelijke effecten en hinder van nietioniserende stralingen (met inbegrip van de technische installaties die noodzakelijk zijn voor de uitbating van de antennes), met uitzondering van:
- antennes met effectief EIRP-vermogen van minder dan 2W
- lineaire stralingssystemen zoals straalkabels en uitstralende golfgeleiders;
- WIFI-antennes, op voorwaarde dat ze toegelaten zijn krachtens het koninklijk besluit van 18 december 2009 betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen of elke andere bepaling die het besluit zou vervangen.
- straalverbindingen.
- verplaatste antennes
 
1631BIntensieve aquacultuur van vis1631BIntensieve aquacultuur van vis 
1641BWinning van mineralen door uitbaggering van de zee- of rivierbodem1641BWinning van mineralen door uitbaggering van de zee- of rivierbodem 
1651BAutomobielfabrieken en assemblagebedrijven en fabrieken van automobielmotoren
- Scheepswerven
- Inrichtingen voor de bouw en reparatie van luchtvaartuigen
- Spoorwegmaterieelfabrieken
1651BAutomobielfabrieken en assemblagebedrijven en fabrieken van automobielmotoren - Scheepswerven - Inrichtingen voor de bouw en reparatie van luchtvaartuigen - Spoorwegmaterieelfabrieken 
1661BUitstampen door middel van springstoffen1661BUitstampen door middel van springstoffen 
1671BInstallaties voor de terugwinning of vernietiging van explosieve stoffen1671BInstallaties voor de terugwinning of vernietiging van explosieve stoffen 
1681BInstallaties voor het produceren en bewerken van celstof1681BInstallaties voor het produceren en bewerken van celstof 
1691BProjecten voor de overbrenging van water1691BProjecten voor de overbrenging van water 
1701BTestbanken voor motoren, turbines of reactoren1701BTestbanken voor motoren, turbines of reactoren 
1711BVilderijen1711BVilderijen 
1721BThemaparken1721BThemaparken (*) 
1731BVervaardiging, gebruik of opslag van chemische stoffen, als zodanig of ingehouden in een mengsel, vermeld in bijlage XIV bij de Verordening nr. 1907/2006, van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH)1731BVervaardiging, gebruik of opslag van chemische stoffen, als zodanig of ingehouden in een mengsel, vermeld in bijlage XIV bij de Verordening nr. 1907/2006, van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) 
1741BInstallaties voor het afvangen met het oog op de geologische opslag van de CO²-stroom afkomstig van een ingedeelde inrichting1741BInstallaties voor het afvangen met het oog op de geologische opslag van de CO2-stroom afkomstig van een ingedeelde inrichting 
1751BPijpleidingen bestemd voor het transport van de CO²-stroom met het oog op de geologische opslag
- Gebruik van bestaande oliepijpleidingen, gaspijpleidingen en pijpleidingen voor het transport van de CO²-stroom met het oog op de geologische opslag
1751BPijpleidingen bestemd voor het transport van de CO2-stroom met het oog op de geologische opslag

Gebruik van bestaande oliepijpleidingen, gaspijpleidingen en pijpleidingen voor het transport van de CO2-stroom met het oog op de geologische opslag
 
176  1761BFabricage van koolstof (harde gebrande steenkool) of elektrografiet door verbranding of grafitiseringAanmaken van een nieuwe rubriek om in overeenstemming te zijn met de REI richtlijn (nieuwe activiteit).
1771BGebruik van uitheemse en plaatselijk niet-voorkomende soorten in de aquacultuur zoals bedoeld in verordening (EG) nr. 708/2007 van 11 juni 2007.1771BGebruik van uitheemse en plaatselijk niet-voorkomende soorten in de aquacultuur, zoals bedoeld in verordening (EG) nr. 708/2007 van 11 juni 2007. 
   1793
Stormbekkens voor regenwater met een capaciteit gelijk of hoger dan 10m³
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 mei 2019
   1781DGebruik van valoriseerbare materialenBrudalex : Brudalex voorziet in de mogelijkheid om op een site in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gebruik te maken van materialen die, conform de regelgeving van één van de andere gewesten de einde afvalfase hebben bereikt, via een voorafgaande toelating (klasse 1D voor rubriek 178). Momenteel hebben de in andere gewesten afgeleverde certificaten geen juridische waarde in ons gewest, aangezien hun toepassingsgebied is beperkt tot het grondgebied van het gewest waar ze werden verleend. Deze toelating zorgt ervoor dat de valoriseerbare materialen niet meer als afval worden beschouwd in het kader van de Brusselse wetgeving.
2001AGeïntegreerde fabrieken voor de eerste smeltingen en gietingen van staal, staalbedrijven, hoogovens- Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts, ertsconcentraat of secundaire grondstoffen met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van meer dan 100.000t/jaar ruwe non-ferrometalen2001AProductie van gietijzer (primaire of secundaire smelting), met inbegrip van continugieten met een capaciteit van meer dan 2,5 ton per uur;
Productie van ruwe non-ferrometalen uit erts of concentraat of secundaire grondstoffen met metallurgische, chemische of elektrolytische procedés;
Smelting, inclusief legering, van non-ferrometalen met inbegrip van terugwinningsproducten en uitbating van gieterijen voor non-ferrometalen met een capaciteit van meer dan 4 ton per dag voor lood en cadmium of meer dan 20 ton per dag voor alle andere metalen
Ordonnantie tot wijziging van BWRO en OMV
2011AInrichtingen voor de winning, behandeling van asbest, met een capaciteit van meer dan 200 t/jaar.2011AInrichtingen voor de productie (winning, behandeling,...) van asbest en de vervaardiging van producten op basis van asbestOrdonnantie tot wijziging van BWRO en OMV
2021AInrichtingen voor de productie van asbesthoudende producten en voorwerpen, uitgenomen remvoeringen en producten uit asbestcement, met een productie van meer dan 50 t/jaar.202  Ordonnantie tot wijziging van BWRO en OMV
2031AInrichtingen voor de productie of de bewerking van asbesthoudende remvoeringen, met een productie hoger dan 50 t/jaar.203  Ordonnantie tot wijziging van BWRO en OMV
2041AInrichtingen voor het vervaardigen van asbestcement of producten die asbestcement bevatten met een productie van 20.000 t/jaar afgewerkte producten per jaar of meer.204  Ordonnantie tot wijziging van BWRO en OMV
2051AHet fokken, de opvang, het hoeden of het houden met uitzondering van verkoop in een winkel van : meer dan 60 000 hennen of 85 000 kippen - meer dan 3.000 plaatsen voor mestvarkens van meer dan 30 kg en 900 plaatsen voor zeugen.2051AHet fokken, de opvang, het hoeden of het houden met uitzondering van verkoop in een winkel van : meer dan 60 000 hennen of 85 000 kippen - meer dan 3.000 plaatsen voor mestvarkens van meer dan 30 kg en 900 plaatsen voor zeugen. 
2061AStuwdammen en andere inrichtingen voor het stuwen van water of het duurzaam opslaan ervan wanneer de nieuwe waterinhoud of een bijkomende te stuwen of op te slaan waterinhoud hoger ligt dan 10 kubieke hectometer.2061AStuwdammen en andere inrichtingen voor het stuwen van water of het duurzaam opslaan ervan wanneer de nieuwe waterinhoud of een bijkomende te stuwen of op te slaan waterinhoud hoger ligt dan 10 kubieke hectometer 
2071AGroeven (voor zand, klei, turf) en dagbouwmijnen met een terreinoppervlakte groter dan 25 ha.2071AGroeven (voor zand, klei, turf) en dagbouwmijnen met een terreinoppervlakte groter dan 25 ha 
2081AGeïntegreerde chemische inrichtingen, met name inrichtingen voor het vervaardigen op industriële schaal van stoffen door scheikundige transformatie, waar meerdere eenheden naast elkaar worden geplaatst en functioneel aan elkaar zijn gekoppeld, en die, in het bijzonder bestemd zijn voor de vervaardiging van: organische basischemicaliën, inorganische basischemicaliën, meststoffen met een fosfor-, stikstof-of kaliumbase (enkelvoudige of samengestelde meststoffen), fytosanitaire en kiemdodende basisproducten, farmaceutische basisproducten aan de hand van een scheikundig of biologisch proces, springstoffen.2081AGeïntegreerde chemische inrichtingen, met name inrichtingen voor het vervaardigen op industriële schaal van stoffen door scheikundige of biologische transformatie, waar meerdere eenheden naast elkaar worden geplaatst en functioneel aan elkaar zijn gekoppeld en die in het bijzonder bestemd zijn voor de vervaardiging van organische basischemicaliën, anorganische basischemicaliën, meststoffen met een fosfor-, stikstof- of kaliumbase (enkelvoudige of samengestelde meststoffen), fytosanitaire en kiemdodende basisproducten, farmaceutische basisproducten aan de hand van een scheikundig of biologisch proces met inbegrip van tussenproducten, springstoffenOrdonnantie tot wijziging van BWRO en OMV
2091ARace-of trainingsomlopen in open lucht voor voertuigen met ontploffingsmotoren met inbegrip van kartings, met uitsluiting van de omlopen die in hun geheel op verkeerswegen liggen.2091ARace-of trainingsomlopen in open lucht voor voertuigen met ontploffingsmotoren met inbegrip van kartings, met uitsluiting van de omlopen die in hun geheel op verkeerswegen liggen 
2101ACokesfabrieken, inrichtingen voor het chemisch omzetten van de vaste brandstoffen die niet in rubriek 39 zijn opgenomen, meer dan 500 t/dag.2101ACokesfabrieken, inrichtingen voor het chemisch omzetten van de vaste brandstoffen die niet in rubriek 39 zijn opgenomen, meer dan 500 t/dag 
2111AIndustriële inrichtingen voor het vergassen en vloeibaar maken van alle koolstofhoudende producten van meer dan 500 t/dag.2111AIndustriële inrichtingen voor het vergassen en vloeibaar maken van alle koolstofhoudende producten van meer dan 500 t/dag 
2121AVerbrandingsinstallaties (met uitzondering van de installaties bedoeld in de rubrieken 31, 41, 43, 50, 216 en 219) in een inrichting, waarbij het totale vermogen van de verbrandingsinstallaties hoger is dan 300 MW2121AVerbrandingsinstallaties (met uitzondering van de installaties bedoeld in de rubrieken 31, 41, 43, 50, 216 en 219) in een inrichting, waarbij het totale vermogen van de verbrandingsinstallaties hoger is dan 300 MW 
2131AInrichtingen voor het sorteren of recycleren van afvalstoffen met een capaciteit hoger dan 100.000 t/jaar.2131AInrichtingen voor het sorteren of recycleren van afvalstoffen met een capaciteit hoger dan 100.000 t/jaar 
2141AOpslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen (met uitzondering van afvaloliën uit rubriek 80) met een capaciteit van meer dan 500 ton.2141AOpslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen (met uitzondering van afvaloliën uit rubriek 80) met een capaciteit van meer dan 500 ton 
2151AStortplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen.2151AStortplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen 
2161AInrichtingen voor de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen.2161AInrichtingen voor de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen 
2171AFabrieken voor de verwijdering van afvalstoffen door scheikundige behandeling.2171AFabrieken voor de verwijdering van afvalstoffen door scheikundige behandeling 
2181AStortplaatsen voor ongevaarlijke afvalstoffen (met uitzondering van de niet-verontreinigde gronden en van het bouw-en sloopafval van gebouwen bestemd voor de bewoning waarin zich geen bederfbare of ontvlambare materialen bevinden).2181AStortplaatsen voor ongevaarlijke afvalstoffen (met uitzondering van de niet-verontreinigde gronden en van het bouw-en sloopafval van gebouwen bestemd voor de bewoning waarin zich geen bederfbare of ontvlambare materialen bevinden) 
2191AInrichtingen voor de verbranding van ongevaarlijke afvalstoffen met een vermogen van meer dan 12 t/dag.2191AInrichtingen voor de verbranding van ongevaarlijke afvalstoffen met een vermogen van meer dan 12 t/dag 
2201AContainerpark (met uitzondering van afgezonderde containers) voor afvalstoffen, afvalverwerkingsinrichtingen met een vermogen van meer dan 1.000 m³.2201AContainerpark (met uitzondering van afgezonderde containers) voor afvalstoffen, afvalverwerkingsinrichtingen met een vermogen van meer dan 1.000 m³ 
2211AAfvalwaterzuiveringsstations met een capaciteit van meer dan 30.000 inwonersequivalent.2211AAfvalwaterzuiveringsstations met een capaciteit van meer dan 30.000 inwonersequivalent 
2221AGrondwaterwinning met een debiet hoger dan 20.000 m³ per dag.2221AGrondwaterwinning of inrichting voor het kunstmatig bijvullen van grondwater met een debiet hoger dan 20.000 m³/dagOrdonnantie tot wijziging van BWRO en OMV
2231AInrichting voor het kunstmatig bijvullen van grondwater met een dagelijkse watercapaciteit van meer dan 20.000 m³. Ordonnantie tot wijziging van BWRO en OMV
2241AGarages, overdekte parkeerplaatsen waar motorvoertuigen worden geparkeerd met meer dan 200 voertuigen of aanhangwagens.2241AOverdekte parkings en/of parkings in open lucht die buiten de openbare weg liggen, voor motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, …) of aanhangwagens van meer dan 400 plaatsenOrdonnantie tot wijziging van BWRO en OMV
2251AOpslagplaatsen voor vaste recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gassen (uitgenomen de opslagplaatsten voor handelsbutaan en- propaan en hun mengsels) met een totaalinhoud, in liters, van meer dan 1.000.000 liter.2251AOpslagplaatsen voor vaste recipiënten van samengeperst, vloeibaar gemaakt of in oplossing gehouden gas met een totale capaciteit in liter van meer dan 1.000.000 lOrdonnantie tot wijziging van BWRO en OMV
2261AVaste inrichtingen voor de productie van gassen (uigenomen de cokesfabrieken) met een capaciteit hoger dan 1.000 Nm³/h.2261AVaste inrichtingen voor de productie van gassen (uitgenomen de cokesfabrieken) met een capaciteit hoger dan 1.000 Nm³/u 
2271AMijnen, graverijen en ondergrondse groeven, ongeacht de gewonnen stof met hun aanhorigheden ; de werkplaatsen voor het voorbereiden en wassen van kolen en ertsen ; de werkplaatsen voor het bewerken van de voortbrengselen van de groeven.2271AMijnen, graverijen en ondergrondse groeven, ongeacht de gewonnen stof met hun aanhorigheden ; de werkplaatsen voor het voorbereiden en wassen van kolen en ertsen ; de werkplaatsen voor het bewerken van de voortbrengselen van de groeven 
2281AIndustriële inrichtingen voor het vervaardigen van papier, karton, met een productiecapaciteit hoger dan 200 ton per dag.2281AIndustriële inrichtingen voor het vervaardigen van papier, karton, met een productiecapaciteit hoger dan 200 ton per dag 
2291AInrichtingen voor het vervaardigen van papierbrij uit hout en andere vezelhoudende stoffen.2291AInrichtingen voor het vervaardigen van papierbrij uit hout en andere vezelhoudende stoffen 
2301AInrichtingen voor petroleum- en aardgaswinning en hun aanhorigheden.2301AInrichtingen voor petroleum- en aardgaswinning en hun aanhorigheden 
2311AOpslagplaatsen voor petroleum, petrochemicaliën of chemicaliën met een opslagcapaciteit van 200.000 ton of meer.2311AOpslagplaatsen voor petroleum, petrochemicaliën of chemicaliën met een opslagcapaciteit van 200.000 ton of meer 
2321ARaffinaderijen van ruwe aardolie (uitgenomen de ondernemingen die enkel smeermiddelen vervaardigen uit ruwe petroleum), inrichtingen voor de ontzwaveling van koolwaterstoffen.2321ARaffinaderijen van ruwe aardolie (uitgenomen de ondernemingen die enkel smeermiddelen vervaardigen uit ruwe petroleum), inrichtingen voor de ontzwaveling van koolwaterstoffen 
2331AParkeerterreinen in open lucht voor motorvoertuigen van meer dan 200 plaatsen. Ordonnantie tot wijziging van BWRO en OMV



(*) Bijkomende informatie :

 

  • Voor de toepassing van rubriek 12 worden onder motorvoertuigen verstaan: motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, trams, metro's en treinen. Deze rubriek is niet van toepassing op boten.
  • Voor de toepassing van rubriek 12 B wordt de reiniging (aan de binnenzijde) van de koelbakken van voertuigen voor de levering van levensmiddelen niet als een carwash-inrichting beschouwd.
  • Voor de toepassing van rubrieken 13 A en 13 B worden onder motorvoertuigen verstaan: motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, trams, metro's en treinen (locomotieven en wagons) alsook tractoren en zelftrekkende grasmaaiers.
  • Voor de toepassing van rubriek 14 wordt onder "andere baden" verstaan: koude baden, jacuzzi's of bubbelbaden en alle soortgelijke andere baden waarin men kan baden. Rubriek 14 is daarentegen niet van toepassing op sauna's en hamams.
  • Voor de toepassing van de rubrieken 18 A en 18 B worden handgereedschappen zoals elektrische schroevendraaiers, boren, boormachines enz. niet in aanmerking genomen bij de berekening van de drijfkracht van de werkplaats. Luchtcompressoren zijn eveneens uitgesloten aangezien zij opgenomen zijn in rubriek 71.
  • Voor de toepassing van rubrieken 25 A en 25 B wordt onder wasserij verstaan: een inrichting waarin wasgoed wordt gewassen.
  • Voor de toepassing van de rubrieken 68 A en 68 B:
    • om de drempel te berekenen: worden alle parkeerplaatsen voor motorvoertuigen op de site (ongeacht hun afmetingen) als parkeerplaatsen beschouwd . Voorbeeld: 1 plaats voor een autobus, een vrachtwagen, een personenwagen, een motorfiets … wordt dus steeds als één parkeerplaats beschouwd;
    • worden bromfietsen (< 50 cc) en elektrische fietsen niet in aanmerking genomen bij de berekening van de drempel voor deze rubriek;
    • wordt een autobewaarplaats als een opslagplaats (rubriek 151) beschouwd en niet als een parkeerterrein.
  • Voor de rubrieken 106 A, 106 B, 106 C en 106 D, worden de categorieën verstaan in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en van Verordening (EU) nr. 142/2011 van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009.
  • Voor de toepassing van rubriek 133 hebben de hierna opgesomde termen de volgende betekenis:
    • productieve kolonie: een kolonie die een bijenkorf bewoont;
    • tijdelijke kolonie: een kolonie die ontstaan is uit de splitsing van een productieve kolonie en die tijdelijk een "afleggerkast" bewoont. Een tijdelijke kolonie kan enkel aanwezig zijn van mei tot maart het volgende jaar. Er kan maximaal één afleggerkast per productieve kolonie zijn;
    • kweekkolonie: een kolonie die een bevruchtingskastje bewoont (mini-plus, apidea of soortgelijk) en die alleen bestaat uit de koningin en enkele honderden bijen.
      Alleen de productieve kolonies worden in aanmerking genomen bij de berekening van de drempel. Een bijenstal met 2 korven en 1 of 2 afleggerkasten wordt dus niet ingedeeld.
  • Voor de toepassing van rubriek 150:
    • om de drempel te berekenen: worden alle parkeerplaatsen voor motorvoertuigen (ongeacht hun afmetingen) als parkeerplaatsen beschouwd. Een plaats voor een autobus, een vrachtwagen, een personenwagen, een motorfiets… wordt dus steeds als één parkeerplaats beschouwd;
    • worden plaatsen die uitsluitend voor bromfietsen (< 50 cc) en elektrische fietsen bestemd zijn, uitgesloten van rubriek 150 en worden zij dus niet in aanmerking genomen bij de berekening van de drempel.
  • Voor de toepassing van rubriek 151:
    • om de drempel te berekenen: worden alle parkeerplaatsen voor een motorvoertuig (ongeacht hun afmetingen) als parkeerplaatsen beschouwd. Een plaats voor een autobus, een vrachtwagen, een personenwagen, een motorfiets… wordt dus steeds als één parkeerplaats beschouwd;
    • worden plaatsen die uitsluitend voor bromfietsen (< 50 cc), elektrische fietsen bestemd zijn en remises (parkings) voor treinen, trams en metro's, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de drempel voor deze rubriek;
    • wordt een autobewaarplaats als een opslagplaats voor gebruikte voertuigen beschouwd en niet als een parkeerterrein.
  • Voor de toepassing van rubriek 172 :
    • De golfterreinen, sportstadia, stadsparken, speelpleinen, dierentuinen en musea zijn uitgesloten van de rubriek 172;
    • De thematische tentoonstellingen, kermissen, jaarmarkten, circussen en andere attracties die zich tijdelijk vestigen op een site die niet specifiek voor dit doeleinde bestemd is, zijn uitgesloten van de rubriek 172;
    • De inrichtingen waarvan de oppervlakte kleiner is dan 1 ha zijn uitgesloten van de rubriek 172.

Voor meer informatie : Info-Leefmilieu